Financieren en vermogensmarkt (Bedrijfseconomie vwo), les 3: Terugblik quiz

Beurs van Berlage aan het Damrak, Amsterdam. Foto: C messier, CC BY-SA 4.0

EXAMENSTOF · FINANCIEREN · VERMOGEN

Quiz

Terugblik: Financieren en vermogensmarkt

1 / 14
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBedrijfseconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min
Report this lesson

Introduction

Terugblikquiz met 11 vragen over financieren en de vermogensmarkt, gevarieerd met mcq, invul en open vragen.

Items in this lesson

Beurs van Berlage aan het Damrak, Amsterdam. Foto: C messier, CC BY-SA 4.0

EXAMENSTOF · FINANCIEREN · VERMOGEN

Quiz

Terugblik: Financieren en vermogensmarkt

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: C messier / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Een studio haalt via een platform € 30.000 op bij 400 financiers die na twee jaar hun bedrag met interest terugkrijgen. Wat is dit?

A

Eigen middelen van de ondernemer

B

Aandelenkapitaal van de studio

C

Een gift zonder terugbetaling

D

Een lening van veel financiers

Syllabus 20.1: crowdfunding in de vorm van een lening. Verwachte fout: eigen middelen of gift kiezen.

Een nv heeft converteerbare obligaties uitstaan. Wat zijn die vóór het omruilen?

A

Eigen vermogen

B

Vreemd vermogen

C

Aandelenkapitaal

D

Eigen middelen

Syllabus 20.2.1. Tot de houder omruilt, is een converteerbare obligatie een lening: de houder is schuldeiser en krijgt interest. Pas na conversie wordt het aandelenkapitaal (eigen vermogen). Verwachte fout: eigen vermogen kiezen omdat de obligatie in aandelen kan veranderen.

Wat maakt een lening via een bank anders dan crowdfunding?

A

Het geld komt van één financier, niet van velen

B

Een banklening hoeft niet terugbetaald te worden

C

Bij crowdfunding betaal je nooit interest

D

Een bank vraagt nooit om een ondernemingsplan

Syllabus 20.1. Bij crowdfunding brengen veel financiers via een platform kleine bedragen in; een bank is één financier. Crowdfunding kan ook een lening met interest zijn. Verwachte fout: denken dat crowdfunding altijd zonder interest is.

Vul in

Een obligatielening is een lening in kleine delen: de houder is schuldeiser van de organisatie en heeft recht op interest en aflossing.

obligatielening
schuldeiser
aandeelhouder
eigenaar

Syllabus 20.2.1: obligatielening. Verwachte fout: de houder aandeelhouder noemen.

Waarom zijn banken en fondsen belangrijk op de vermogensmarkt voor een nv?

A

Ze houden toezicht op beursgenoteerde bedrijven

B

Ze worden eigenaar van elke nv die bij hen leent

C

Ze bundelen kleine bedragen tot grote bedragen

D

Ze bepalen welke nv aandelen mag uitgeven

Syllabus 20.2.2: het belang van de vermogensmarkt voor een onderneming. Banken en fondsen verzamelen het geld van veel spaarders en beleggers, zodat een onderneming in één keer een groot bedrag kan aantrekken. Verwachte fout: banken of fondsen verwarren met de toezichthouders.

Een nv haalt € 40 miljoen op: 25% onderhands via banken, de rest via openbare obligaties. Hoeveel is openbaar vermogen?

A

€ 10 miljoen

B

€ 30 miljoen

C

€ 25 miljoen

D

€ 40 miljoen

Syllabus 20.2.2. Onderhands: 25% x 40 = 10 miljoen. Openbaar: 40 - 10 = 30 miljoen. Verwachte fout: € 10 miljoen (het onderhandse deel).

Noem één verschil tussen AFM en DNB.

Syllabus 20.2.3. Een goed antwoord: AFM let op gedrag en eerlijke informatie (gedragstoezicht), DNB op de soliditeit van instellingen als banken en verzekeraars (prudentieel toezicht). Verwachte fout: alleen zeggen dat ze toezicht houden.

Een webwinkel noemt een prijs 'actie' terwijl hij nooit hoger was. Welke toezichthouder past het best?

A

DNB

B

AFM

C

De Belastingdienst

D

ACM

Syllabus 20.2.3. De ACM beschermt consumenten tegen misleiding. Verwachte fout: AFM kiezen omdat het om misleiding gaat; de AFM let op financiële markten.

Een start-up bv heeft geen onderpand en een onzeker product. Welke financiering ligt het meest voor de hand?

A

Een banklening die zij vast moet aflossen

B

Crowdfunding met een vaste aflossing

C

Een obligatielening aan het hele publiek

D

Aandelenkapitaal van investeerders met risico

Syllabus 20.2.1. Aandelenkapitaal hoeft niet te worden terugbetaald, aandeelhouders dragen het risico. Verwachte fout: de banklening kiezen terwijl onderpand ontbreekt.

Noem één nadeel van crowdfunding voor een starter.

Syllabus 20.1. Een goed antwoord noemt bijvoorbeeld veel tijd en promotie nodig, kosten van het platform of het plan openbaar moeten delen. Verwachte fout: zeggen dat het geen voorwaarden heeft.

Een starter leent € 15.000 van een oud-collega, met eigen afspraken. Wat is dit?

A

Een lening via banken

B

Een onderhandse lening

C

Crowdfunding via een platform

D

Eigen middelen van de starter

Syllabus 20.1. Rechtstreeks met één financier en eigen afspraken: een onderhandse lening (de oud-collega is ook een overige vermogensverschaffer, die optie staat er daarom niet bij). Verwachte fout: eigen middelen kiezen omdat het geld niet van een bank komt.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

EXAMENSTOF · FINANCIEREN · VERMOGEN

Goed gedaan!

Je kent nu de financieringsmogelijkheden van starters, bv en nv, de vermogensmarkt en de rol van AFM, DNB en ACM.

This item has no instructions