Beurs van Berlage aan het Damrak, Amsterdam. Foto: C messier, CC BY-SA 4.0
EXAMENSTOF · FINANCIEREN · VERMOGEN
Quiz
Terugblik: Financieren en vermogensmarkt
Beurs van Berlage aan het Damrak, Amsterdam. Foto: C messier, CC BY-SA 4.0
EXAMENSTOF · FINANCIEREN · VERMOGEN
Quiz
Terugblik: Financieren en vermogensmarkt
Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: C messier / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
Een studio haalt via een platform € 30.000 op bij 400 financiers die na twee jaar hun bedrag met interest terugkrijgen. Wat is dit?
Eigen middelen van de ondernemer
Aandelenkapitaal van de studio
Een gift zonder terugbetaling
Een lening van veel financiers
Syllabus 20.1: crowdfunding in de vorm van een lening. Verwachte fout: eigen middelen of gift kiezen.
Een nv heeft converteerbare obligaties uitstaan. Wat zijn die vóór het omruilen?
Eigen vermogen
Vreemd vermogen
Aandelenkapitaal
Eigen middelen
Syllabus 20.2.1. Tot de houder omruilt, is een converteerbare obligatie een lening: de houder is schuldeiser en krijgt interest. Pas na conversie wordt het aandelenkapitaal (eigen vermogen). Verwachte fout: eigen vermogen kiezen omdat de obligatie in aandelen kan veranderen.
Wat maakt een lening via een bank anders dan crowdfunding?
Het geld komt van één financier, niet van velen
Een banklening hoeft niet terugbetaald te worden
Bij crowdfunding betaal je nooit interest
Een bank vraagt nooit om een ondernemingsplan
Syllabus 20.1. Bij crowdfunding brengen veel financiers via een platform kleine bedragen in; een bank is één financier. Crowdfunding kan ook een lening met interest zijn. Verwachte fout: denken dat crowdfunding altijd zonder interest is.
Vul in
Een obligatielening is een lening in kleine delen: de houder is schuldeiser van de organisatie en heeft recht op interest en aflossing.
Syllabus 20.2.1: obligatielening. Verwachte fout: de houder aandeelhouder noemen.
Waarom zijn banken en fondsen belangrijk op de vermogensmarkt voor een nv?
Ze houden toezicht op beursgenoteerde bedrijven
Ze worden eigenaar van elke nv die bij hen leent
Ze bundelen kleine bedragen tot grote bedragen
Ze bepalen welke nv aandelen mag uitgeven
Syllabus 20.2.2: het belang van de vermogensmarkt voor een onderneming. Banken en fondsen verzamelen het geld van veel spaarders en beleggers, zodat een onderneming in één keer een groot bedrag kan aantrekken. Verwachte fout: banken of fondsen verwarren met de toezichthouders.
Een nv haalt € 40 miljoen op: 25% onderhands via banken, de rest via openbare obligaties. Hoeveel is openbaar vermogen?
€ 10 miljoen
€ 30 miljoen
€ 25 miljoen
€ 40 miljoen
Syllabus 20.2.2. Onderhands: 25% x 40 = 10 miljoen. Openbaar: 40 - 10 = 30 miljoen. Verwachte fout: € 10 miljoen (het onderhandse deel).
Noem één verschil tussen AFM en DNB.
Syllabus 20.2.3. Een goed antwoord: AFM let op gedrag en eerlijke informatie (gedragstoezicht), DNB op de soliditeit van instellingen als banken en verzekeraars (prudentieel toezicht). Verwachte fout: alleen zeggen dat ze toezicht houden.
Een webwinkel noemt een prijs 'actie' terwijl hij nooit hoger was. Welke toezichthouder past het best?
DNB
AFM
De Belastingdienst
ACM
Syllabus 20.2.3. De ACM beschermt consumenten tegen misleiding. Verwachte fout: AFM kiezen omdat het om misleiding gaat; de AFM let op financiële markten.
Een start-up bv heeft geen onderpand en een onzeker product. Welke financiering ligt het meest voor de hand?
Een banklening die zij vast moet aflossen
Crowdfunding met een vaste aflossing
Een obligatielening aan het hele publiek
Aandelenkapitaal van investeerders met risico
Syllabus 20.2.1. Aandelenkapitaal hoeft niet te worden terugbetaald, aandeelhouders dragen het risico. Verwachte fout: de banklening kiezen terwijl onderpand ontbreekt.
Noem één nadeel van crowdfunding voor een starter.
Syllabus 20.1. Een goed antwoord noemt bijvoorbeeld veel tijd en promotie nodig, kosten van het platform of het plan openbaar moeten delen. Verwachte fout: zeggen dat het geen voorwaarden heeft.
Een starter leent € 15.000 van een oud-collega, met eigen afspraken. Wat is dit?
Een lening via banken
Een onderhandse lening
Crowdfunding via een platform
Eigen middelen van de starter
Syllabus 20.1. Rechtstreeks met één financier en eigen afspraken: een onderhandse lening (de oud-collega is ook een overige vermogensverschaffer, die optie staat er daarom niet bij). Verwachte fout: eigen middelen kiezen omdat het geld niet van een bank komt.
Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?
Heel zeker
Redelijk zeker
Niet zo zeker
Helemaal niet zeker
Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.
EXAMENSTOF · FINANCIEREN · VERMOGEN
Goed gedaan!
Je kent nu de financieringsmogelijkheden van starters, bv en nv, de vermogensmarkt en de rol van AFM, DNB en ACM.
This item has no instructions