Financieren en vermogensmarkt (Bedrijfseconomie vwo), les 1: Uitleg

Beurs van Berlage aan het Damrak, Amsterdam. Foto: C messier, CC BY-SA 4.0

EXAMENSTOF · FINANCIEREN · VERMOGEN

Financieren en vermogensmarkt

Examenstof bedrijfseconomie vwo

1 / 23
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBedrijfseconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Introduction

Uitleg vwo over financieringsmogelijkheden van eenmanszaak, vof, bv en nv, eigen en vreemd vermogen, de vermogensmarkt en de toezichthouders AFM, DNB en ACM, met 10 dia's en 6 checks.

Items in this lesson

Beurs van Berlage aan het Damrak, Amsterdam. Foto: C messier, CC BY-SA 4.0

EXAMENSTOF · FINANCIEREN · VERMOGEN

Financieren en vermogensmarkt

Examenstof bedrijfseconomie vwo

Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: D2 20.1, 20.2.1, 20.2.2, 20.2.3. Image credit: C messier / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

EXAMENSTOF · FINANCIEREN · VERMOGEN

Wat ga je kunnen?

Ik kan financieringsmogelijkheden voor een eenmanszaak, vof, bv en nv uitleggen, het belang van de vermogensmarkt uitleggen en de rol van AFM, DNB en ACM uitleggen.

This item has no instructions

Waar haalt een organisatie haar geld vandaan, en wie let op de geldmarkt?

Syllabus 20: verwachte woorden zijn bank, lening, spaargeld, aandelen, beurs, investeerder, crowdfunding, rente, AFM. Deel de woorden later in de les in: kleine ondernemer, bv en nv, vermogensmarkt, toezicht.

Foodtruckfestival in Hilversum, 2017. Foto: snack-nieuws.nl, CC BY 2.0

EXAMENSTOF · FINANCIEREN · VERMOGEN

Vijf mogelijkheden

  • Een starter heeft geld nodig voor inventaris, voorraad en de eerste maanden.

  • Vijf financieringsmogelijkheden: eigen middelen, bank, crowdfunding, onderhands, overige verschaffers.

  • Eigen middelen brengt de ondernemer zelf in: je betaalt ze niet terug, maar je draagt zelf het risico.

  • Vaak combineer je meer mogelijkheden, afhankelijk van bedrag en risico.

Syllabus 20.1: verschillende financieringsmogelijkheden voor een startende eenmanszaak of vof uitleggen. De vijf uit de syllabus: eigen middelen, lening via banken, crowdfunding, onderhandse lening en lening overige vermogensverschaffers. Veelgemaakte fout: eigen middelen zien als gratis geld. Er is geen interest-afspraak, maar de ondernemer loopt zelf het risico. Image credit: snack-nieuws.nl / Wikimedia Commons, CC BY 2.0

Bankkantoor in Tilburg, 2022. Foto: Donald Trung, CC BY-SA 4.0

EXAMENSTOF · FINANCIEREN · VERMOGEN

Lening via banken

  • Bij een lening via banken betaal je het bedrag terug, met interest.

  • Een bank leent aan een starter alleen met een goed ondernemingsplan en vaak eigen inbreng.

  • Zo beperkt de bank haar risico bij een starter zonder bewezen resultaten.

  • Voor jou: geen nieuwe eigenaar, maar wel vaste verplichtingen.

Syllabus 20.1: lening via banken. Concrete bedragen, percentages of eisen per bank niet noemen; die verschillen per bank en per jaar. De voorwaarden van vermogensverschaffers (onderpand, rendements-, solvabiliteits- en liquiditeitseis) komen uitgebreid aan bod bij specificatie 22.2, in het onderwerp over vermogensstructuur. Veelgemaakte fout: denken dat een banklening zonder eigen inbreng kan. Image credit: Donald Trung Quoc Don / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

EXAMENSTOF · FINANCIEREN · VERMOGEN

Overige financiers

  • Bij crowdfunding brengen veel financiers via een platform kleine bedragen in, als lening of tegen een tegenprestatie.

  • Een onderhandse lening sluit je rechtstreeks af met één financier, met eigen afspraken over interest en aflossing.

  • Lening overige vermogensverschaffers: je leent van een andere partij dan een bank, zoals familie of een investeerder.

  • Zo'n lening van familie of een investeerder is vaak ook onderhands: jullie leggen de afspraken samen vast.

Syllabus 20.1: crowdfunding, onderhandse lening en lening overige vermogensverschaffers. Overige betekent: andere dan banken. Bij een onderhandse lening staan de afspraken (interest, looptijd, aflossing) in een eigen overeenkomst. Veelgemaakte fout: crowdfunding altijd zien als gift. Het kan een lening of een tegenprestatie zijn; per campagne verschilt dat.

Welke mogelijkheid geeft een starter de meeste vrijheid, maar ook het meeste eigen risico?

A

Eigen middelen

B

Lening via banken

C

Crowdfunding met een lening

D

Een onderhandse lening

Syllabus 20.1. Eigen middelen hoeven niet terug en er is geen financier die afspraken oplegt, maar als het misgaat verliest de ondernemer zelf het geld. Verwachte fout: een lening kiezen omdat je daar geen eigen geld voor nodig hebt; dan heb je juist verplichtingen tegenover de financier.

Vul in

Een onderhandse lening sluit je rechtstreeks met één financier af. Bij crowdfunding komt het geld van veel financiers via een platform.

onderhandse lening
crowdfunding
obligatielening
aandelenkapitaal
lening via banken

Syllabus 20.1. Verwachte fout: onderhandse lening en crowdfunding omdraaien. Rechtstreeks met één financier is onderhands; veel financiers via een platform is crowdfunding.

EXAMENSTOF · FINANCIEREN · VERMOGEN

Aandelenkapitaal bv en nv

  • Een bv of nv kan aandelenkapitaal ophalen: aandeelhouders brengen geld in en krijgen aandelen.

  • Aandelenkapitaal hoeft niet terug en er is geen vaste interest; de aandeelhouders worden mede-eigenaar.

  • Bij een bv komt het meestal van een kleine kring: de aandelen zijn niet vrij verhandelbaar.

  • Een nv kan aandelen vrij verhandelbaar maken, ook op de beurs, en zo bij veel beleggers geld ophalen.

Syllabus 20.2.1: verschillende financieringsmogelijkheden in geval van bv en nv uitleggen. Hier gaat het om wat aandelenkapitaal is en wie het levert; emissiekoers, agio en dividend horen bij het onderwerp Aandelen, emissie en dividend. Veelgemaakte fout: denken dat een bv ook naar de beurs kan; dat kan alleen een nv.

Gebouw van Euronext Amsterdam, 2024. Foto: Chabe01, CC BY-SA 4.0

EXAMENSTOF · FINANCIEREN · VERMOGEN

Lenen als bv of nv

  • Een bv of nv kan ook lenen: via banken, met een onderhandse lening of met een obligatielening.

  • Een obligatielening is een lening in kleine stukken: de houder is schuldeiser, geen eigenaar.

  • De houder krijgt interest en op het eind het geleende bedrag terug (aflossing).

  • Bij converteerbare obligaties mag de houder later omruilen in aandelen.

Syllabus 20.2.1: verschillende financieringsmogelijkheden in geval van bv en nv uitleggen. Obligatielening en converteerbare obligaties staan als begrippen in de syllabus; de voor- en nadelen en de berekeningen (emissiekoers, agio) komen in het onderwerp Vreemd vermogen en risico's. Veelgemaakte fout: een obligatiehouder zien als eigenaar. Een obligatiehouder is schuldeiser, geen aandeelhouder. Image credit: Chabe01 / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

EXAMENSTOF · FINANCIEREN · VERMOGEN

Eigen of vreemd vermogen

  • Aandelenkapitaal is eigen vermogen: het blijft in de organisatie en de inbrengers zijn eigenaar.

  • Leningen via banken, onderhandse leningen en obligatieleningen zijn vreemd vermogen: ze moeten terug, met interest.

  • Converteerbare obligaties zijn vreemd vermogen tot de houder ze omruilt; daarna worden ze aandelenkapitaal.

  • Een eenmanszaak of vof heeft geen aandelen: daar is het eigen geld altijd eigen middelen van de eigenaren.

  • Een nv met beursnotering heeft de meeste mogelijkheden: aandelen en obligaties bij het publiek, naast leningen.

Syllabus 20.2.1 en 20-2: de financieringsmogelijkheden voor een bv en nv begrijpen. Het onderscheid eigen en vreemd vermogen helpt bij het indelen. Voor- en nadelen per mogelijkheid (21.7) en de gevolgen van de verhouding eigen en vreemd vermogen (22.1) horen bij latere onderwerpen. Veelgemaakte fout: een converteerbare obligatie al als eigen vermogen zien vóór de conversie.

Een familie-bv wil € 400.000 extra eigen vermogen. Waar komt dat meestal vandaan?

A

Van beleggers via een beursnotering

B

Van een lening bij de eigen bank

C

Van een kleine kring bekende aandeelhouders

D

Van een obligatielening bij het publiek

Syllabus 20.2.1. Een bv haalt aandelenkapitaal meestal op bij een kleine kring, omdat de aandelen niet vrij verhandelbaar zijn; naar de beurs kan alleen een nv. Verwachte fout: een banklening of obligatielening kiezen, maar dat is vreemd vermogen.

Een nv geeft obligaties uit die houders later mogen omruilen in aandelen. Wat voor obligaties zijn dit?

A

Een onderhandse lening

B

Converteerbare obligaties

C

Gewone aandelen met rentevergoeding

D

Een lening van overige vermogensverschaffers

Syllabus 20.2.1: converteerbare obligaties. Het recht om te converteren in aandelen onderscheidt ze van gewone obligaties. Verwachte fout: aandelen en converteerbare obligaties verwarren: de houder blijft schuldeiser tot hij omruilt.

Oude beursticker bij de Amsterdamse beurs. Foto: Zandcee, CC BY-SA 4.0

EXAMENSTOF · FINANCIEREN · VERMOGEN

De vermogensmarkt

  • De vermogensmarkt: hier komen vraag naar en aanbod van vermogen samen.

  • Aanbieders zijn spaarders en beleggers, vragers zijn organisaties die geld zoeken.

  • Banken en fondsen bundelen kleine bedragen tot grote: dat helpt bedrijven aan geld.

  • Een beursnotering maakt aandelen verhandelbaar en daardoor aantrekkelijker.

Syllabus 20.2.2: het belang van de vermogensmarkt voor een onderneming uitleggen. Kern: zonder vermogensmarkt zouden ondernemingen alleen afhankelijk zijn van eigen geld en kleine kringen. Koersen en koersbepalende factoren horen bij het onderwerp Koersen (20.2.4-20.2.5); noem het hier alleen kort. Veelgemaakte fout: de vermogensmarkt verwarren met de afzetmarkt, waar je producten verkoopt. Image credit: Zandcee / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

EXAMENSTOF · FINANCIEREN · VERMOGEN

Openbaar of onderhands

  • Openbaar vermogen haal je op bij het publiek: iedereen die wil, kan aandelen of obligaties kopen.

  • Onderhands vermogen haal je rechtstreeks op bij één of enkele vermogensverschaffers, niet bij het publiek.

  • Een nv met aandelen op de beurs haalt openbaar vermogen op; een bv haalt vaak onderhands vermogen op bij een kleine kring.

  • Een nv kan beide tegelijk gebruiken, bijvoorbeeld een banklening en een openbare obligatielening.

Syllabus 20.2.1 en 20.2.2: openbaar en onderhands vermogen. Eigen omschrijving: openbaar is een aanbod aan het publiek, onderhands loopt via één of enkele partijen. Veelgemaakte fout: onderhands zien als geheim of onwettig. Het betekent alleen dat het niet via het publiek loopt.

DNB aan het Frederiksplein, Amsterdam, 2025. Foto: Ceescamel, CC0

EXAMENSTOF · FINANCIEREN · VERMOGEN

DNB, AFM en ACM

  • Toezichthouders bewaken dat de financiële sector eerlijk en betrouwbaar werkt.

  • DNB, De Nederlandsche Bank (syllabus: Nederlandse Bank): prudentieel toezicht op banken en verzekeraars.

  • AFM (Autoriteit Financiële Markten): gedragstoezicht, eerlijke informatie voor beleggers.

  • ACM (Autoriteit Consument en Markt): eerlijke concurrentie en consumentenbescherming.

Syllabus 20.2.3: de belangrijkste toezichthouders op de vermogensmarkt noemen en hun rol in de financiële sector uitleggen. Op de dia staat de officiële naam met de syllabusvorm erbij. De syllabus schrijft 'De Nederlandse Bank'; de officiële naam is De Nederlandsche Bank. Gedrag (AFM) en soliditeit (DNB) zijn de twee pijlers van het financiële toezicht in Nederland; de ACM let op concurrentie en consumenten. Veelgemaakte fout: AFM en DNB verwisselen. DNB houdt prudentieel toezicht op banken, verzekeraars en pensioenfondsen. Image credit: Ceescamel / Wikimedia Commons, CC0

Kantoor van de AFM in Amsterdam, 2009. Foto: drooderfiets, CC BY-SA 2.0

EXAMENSTOF · FINANCIEREN · VERMOGEN

Toezicht in de praktijk

  • Bank met te weinig buffer: soliditeit, dus DNB.

  • Adviseur verzwijgt risico's bij beleggingen: gedrag en informatie, dus AFM.

  • Prijsafspraken of een fusie: concurrentie, dus ACM.

  • Meerdere kandidaten? Kies de toezichthouder die het best bij de kern past.

Syllabus 20.2.3. Laat leerlingen per voorbeeld de kernvraag stellen: gaat het over soliditeit, gedrag of concurrentie? Bij een casus met meerdere kandidaten wordt de meest passende toezichthouder gevraagd. Veelgemaakte fout: zeggen dat de toezichthouder de bedrijven zelf financiert of de koersen bepaalt. Image credit: drooderfiets / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0

Een nv met beursnotering haalt makkelijker kapitaal op dan een bv. Wat verklaart dat het best?

A

Een nv hoeft aandeelhouders nooit te informeren

B

Een nv betaalt aan beleggers nooit dividend

C

Een nv valt buiten elk toezicht

D

Beleggers kunnen hun aandelen later weer verkopen

Syllabus 20.2.2. Verhandelbaarheid maakt aandelen aantrekkelijker voor beleggers. Verwachte fout: denken dat een nv minder regels heeft.

Vul in

De DNB houdt prudentieel toezicht op de soliditeit van banken, de AFM let op gedrag en informatie, en de ACM bewaakt eerlijke concurrentie.

DNB
AFM
ACM
KvK
Belastingdienst

Syllabus 20.2.3. Verwachte fout: DNB en AFM verwisselen. DNB gaat over de soliditeit van instellingen, AFM over eerlijk gedrag en informatie.

Wat vond je het lastigst in deze les?

1

Financieren als bv of nv

2

Onderhands en openbaar vermogen

3

Eigen of vreemd vermogen

4

De rol van AFM, DNB en ACM

Gebruik de uitslag voor de volgende les: bespreek eerst het onderdeel dat de meeste leerlingen kiezen.

Welke twee vormen kies je voor een restaurant?

Syllabus 20.1. Een goed antwoord noemt twee vormen uit de les (bijvoorbeeld eigen middelen en een banklening) en onderbouwt met risico, vrijheid of bedrag. Verwachte fout: alleen vormen noemen zonder reden.

EXAMENSTOF · FINANCIEREN · VERMOGEN

Begrippen (1/2)

  • eigen middelen: Geld dat de ondernemer of vennoten zelf inbrengen.

  • lening via banken: Lening van een bank die je met interest terugbetaalt.

  • crowdfunding: Veel financiers brengen via een platform kleine bedragen in.

  • onderhandse lening: Een lening die je rechtstreeks met één financier afsluit.

  • aandelenkapitaal: Geld dat aandeelhouders van een bv of nv inbrengen voor aandelen.

This item has no instructions

EXAMENSTOF · FINANCIEREN · VERMOGEN

Begrippen (2/2)

  • obligatielening: Een lening in kleine stukken; houders zijn schuldeiser.

  • converteerbare obligaties: Obligaties die de houder later in aandelen mag omruilen.

  • vermogensmarkt: Markt waar vraag naar en aanbod van vermogen samenkomen.

  • openbaar en onderhands vermogen: Opgehaald bij het publiek, of bij één of enkele verschaffers.

  • toezichthouders: AFM, DNB en ACM: ze bewaken de financiële sector.

This item has no instructions