GRIEKS x The World Behind Words

Grieks x The World Behind Words

1 / 24
next
Slide 1: Slide
New lesson editorGrieksMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3-6

This lesson contains 24 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 75 min
Report this lesson

Items in this lesson

Grieks x The World Behind Words

LESONDERWERP

“Taalbewustzijn en intercultureel bewustzijn”: leerlingen leren dat Griekse woorden (en hun betekenissen) veel vertellen over de antieke Griekse cultuur. Dat woorden soms moeilijk te vertalen zijn, komt doordat de antieke Griekse wereld cultureel afwijkt van de moderne (Nederlandse) wereld. Nadenken over taal leidt ook tot nadenken over culturele verschillen en de eigen opvattingen.

 

Onderbouw (klas 3) & bovenbouw vwo – Griekse taal en cultuur

 

Aansluiting huidige examenprogramma:

- Reflectie op antieke cultuur (domein A2)

- Zelfstandige oordeelsvorming (domein C)

- Informatievaardigheden (domein E)

 

Aansluiting vernieuwde examenprogramma:

- Cultuurbeschouwing (keuzedomein E)

- Persoonlijke reflectie (domein D1)

- Intercultureel bewustzijn (domein D2)

In deze les leer je…

  1. Hoe genot, gastheerschap en menselijke relaties gedefinieerd worden in zowel de antieke als de moderne wereld

  2. Antieke Griekse opvattingen toepassen op jouw eigen leven

  3. De verschillende betekenissen van een Grieks woord analyseren

  4. Culturele patronen van Oudgriekse concepten analyseren

  5. In hoeverre Oudgriekse culturele patronen afwijken van moderne Nederlandse patronen


LEERDOELEN


Hoofddoel:

De leerling kan uitleggen dat achter Griekse woorden een wereld van culturele opvattingen en gebruiken schuil gaat en dat culturele verschillen met het heden uitnodigen tot nadenken over de eigen overtuigingen.


Subdoelen:

Na afloop van (delen van) de les kan de leerling:

1. zowel antieke als moderne definities van genot, gastheerschap en menselijke relaties begrijpen.

2. antieke Griekse opvattingen toepassen op het eigen leven.

3. de samenhang analyseren tussen verschillende betekenissen van een Grieks woord.
4. culturele patronen analyseren die ten grondslag liggen aan Oudgriekse concepten.

5. evalueren in hoeverre Oudgriekse culturele patronen afwijken van moderne Nederlandse.

Het concept χάρις

LESOPBOUW (± 75 - 90 MINUTEN)

Deze lesopzet is modulair: onderdelen kunnen afzonderlijk worden ingezet of uitgebreid met de bestudering van antieke Griekse tekstpassages. Vragen kunnen ook worden overgeslagen.

De les is opgebouwd volgens de opzet van de documentaire: elk blok sluit aan bij een fragment uit "The World Behind Words".


BLOK 1 – HET CONCEPT χάρις

Leerlingen verkennen in dit blok de betekenissen van het woord χάρις en ontdekken dat het begrip van dankbaarheid in de Oudgriekse cultuur verschilt van onze moderne Nederlandse cultuur.

Docentinstructie:
Benadruk dat de Oudgriekse cultuur verschilt van de moderne Nederlandse cultuur en dat het daarom moeilijk is om treffende betekenissen van Griekse woorden te geven.

Subdoelen:
- Leerlingen analyseren culturele patronen die ten grondslag liggen aan Oudgriekse concepten.
- Leerlingen evalueren in hoeverre Oudgriekse culturele patronen afwijken van moderne Nederlandse.


Fragment

FRAGMENT: 0:00 – 2:36

In dit fragment legt Tazuko van Berkel uit wat de Griekse taal en cultuur voor haar zo interessant maakt.

Vragen

  1. ‘’Alles wat we vanzelfsprekend vinden, is misschien niet vanzelfsprekend.’’ Wat bedoelt Van Berkel met deze uitspraak?

  2. Het Griekse woord χάρις betekent volgens Van Berkel enerzijds dankbaarheid, anderzijds is het iets wat je moet doen. Hieronder zie je een deel van het lemma χάρις uit het woordenboek Grieks-Nederlands van Sluiter. Welke betekenissen uit dit lemma sluiten aan bij de tweede betekenis die Van Berkel noemt (“iets wat je moet doen”)?

Vraag 1) “Alles wat we vanzelfsprekend vinden, is misschien niet vanzelfsprekend.” Wat bedoelt Van Berkel met deze uitspraak?

Antwoord (richting): Mensen hebben opvattingen over allerlei zaken, die ze niet betwijfelen. Mensen zijn, in andere woorden, dikwijls bevooroordeeld. Het is belangrijk om je eigen opvattingen te bevragen, want je kunt iets verkeerd zien.


Vraag 2) Het Griekse woord χάρις betekent volgens Van Berkel enerzijds dankbaarheid, anderzijds is het iets wat je moet doen. Hieronder zie je een deel van het lemma χάρις uit het woordenboek Grieks-Nederlands van Sluiter. Welke betekenissen uit dit lemma sluiten aan bij de tweede betekenis die Van Berkel noemt (“iets wat je moet doen”)?

Antwoord (richting): gunst, weldaad, wederdienst.

Vragen

  1. Hieronder zie je twee lemmata (“dankbaarheid” en “dankbaar”) uit het Van Dale woordenboek Nederlands. Vergelijk de Nederlandse betekenissen van deze twee woorden met de betekenissen van het Griekse woord χάρις. Welke opvallend verschil zie je? Welk verschil tussen de Oudgriekse en moderne Nederlandse cultuur bestaat er dus als het gaat om opvattingen over dankbaarheid?

Vraag 3) Hieronder zie je twee lemmata (“dankbaarheid” en “dankbaar”) uit het Van Dale woordenboek Nederlands. Vergelijk de Nederlandse betekenissen van deze twee woorden met de betekenissen van het Griekse woord χάρις. Welke opvallend verschil zie je? Welk verschil tussen de Oudgriekse en moderne Nederlandse cultuur bestaat er dus als het gaat om opvattingen over dankbaarheid?

Antwoord (richting): in de Nederlandse betekenis duidt dankbaarheid voornamelijk een gevoel aan. In de Griekse betekenis is er bijna altijd sprake van een relatie van wederkerigheid, waarbij een dienst moet worden bedankt met een wederdienst. De Griekse definitie heeft dus een economisch aspect, die ontbreekt in de Nederlandse.

Omgaan met gasten

BLOK 2 – OMGAAN MET GASTEN

Leerlingen verkennen in dit blok de samenhang tussen de begrippen gast, gastheer en vreemdeling, die alle definities zijn van het Griekse woord ξένος.

Docentinstructie:
Benadruk dat een Grieks woord meerdere betekenissen kan hebben die voor ons als moderne mens op het eerste gezicht weinig verband met elkaar houden.

Subdoelen:
- Leerlingen analyseren de samenhang tussen verschillende betekenissen van een Grieks woord.
- Leerlingen evalueren in hoeverre Oudgriekse culturele patronen afwijken van moderne Nederlandse.


Fragment

FRAGMENT: 2:37 - 4:59

In dit fragment bespreekt Tazuko van Berkel de definities van het Griekse woord ξένος.

  1. Tazuko van Berkel zegt: “Ik vind het altijd interessant om te praten met mensen die net een wat ander wereldbeeld of mensbeeld hebben, omdat je dan ook veel leert over jezelf en je eigen aannames.”
    Kun jij een voorbeeld geven van een gesprek dat jij (onlangs of langer geleden) hebt gevoerd met zo’n persoon? Waarover ging dat gesprek? Heb jij door dat gesprek ook iets geleerd over je eigen aannames? Zo ja, wat?


  1. ξένος betekent tegelijkertijd gast, gastheer en vreemdeling. Van Berkel verklaart dit door het wereldbeeld van de oude Grieken: de gastheer van vandaag is de gast van morgen. Dit levert een andere houding ten opzichte van buitenstaanders op. Kun je uitleggen waarom vreemdelingen in het oude Griekenland vaak gast of gastheer waren?



Vragen

Vraag 2) ξένος betekent tegelijkertijd gast, gastheer en vreemdeling. Van Berkel verklaart dit door het wereldbeeld van de oude Grieken: de gastheer van vandaag is de gast van morgen. Dit levert een andere houding ten opzichte van buitenstaanders op. Kun je uitleggen waarom vreemdelingen in het oude Griekenland vaak gast of gastheer waren?

Antwoord (richting): Het Griekse gebied was groot en omvatte bergachtige gebieden op het vasteland en veel verspreide eilanden op zee. Reizen was gevaarlijk en een reiziger was aangewezen op de gastvrijheid van onbekenden (vreemdelingen) die hem onderdak gaven.

  1. De oude Grieken zeiden dat gasten onder bescherming van Zeus stonden. Kun je verklaren waarom ze dat zeiden?


  1. Wat is volgens jou het belangrijkste verschil tussen de Oudgriekse cultuur en de moderne Nederlandse cultuur als het gaat om (het omgaan met) gasten?

Vragen

Vraag 3) De oude Grieken zeiden dat gasten onder bescherming van Zeus stonden. Kun je verklaren waarom ze dat zeiden?

Antwoord (richting): Door het idee dat gasten goddelijke bescherming genoten, hoefden ze niet te vrezen voor kwade acties van de gastheer in wiens huis ze verbleven. De gastheer zou op die manier namelijk de boosheid van Zeus over zich afroepen.


Vraag 4) Wat is volgens jou het belangrijkste verschil tussen de Oudgriekse cultuur en de moderne Nederlandse cultuur als het gaat om (het omgaan met) gasten?

Antwoord (richting): In de Oudgriekse cultuur was het belangrijk om elke vreemdeling als gast in het eigen huis te ontvangen. Dat is in de moderne Nederlandse cultuur niet meer het geval. Tegenwoordig ontvangen wij alleen bekenden in ons huis. Gaat dit ook gepaard met wantrouwen jegens vreemdelingen?

Menselijke relaties

BLOK 3 – MENSELIJKE RELATIES

Leerlingen verkennen in dit blok de definitie van de oude Grieken over menselijke relaties. Ze onderzoeken wat de verschillen zijn met onze moderne opvattingen, maar denken ook na over de toepasbaarheid van deze definitie op hun eigen leven.

 

Docentinstructie:
Benadruk dat de antieke Grieken een ander mens- en wereldbeeld hadden dan wij tegenwoordig. Dat betekent dat moderne opvattingen, zoals over relaties, niet altijd geldig zijn voor de Griekse oudheid.

Subbdoelen:
- Leerlingen begrijpen hoe menselijke relaties in het antieke Griekenland worden gedefinieerd en waarin deze definitie verschilt van de moderne Nederlandse cultuur.
- Leerlingen analyseren de betekenissen van het Griekse woord φιλός en onderzoeken de samenhang ervan.
- Leerlingen evalueren in hoeverre de antieke Griekse visie op relaties ook van toepassing is op hun eigen leven.


Fragment

FRAGMENT: 7:58 – 12:47

In dit fragment vertelt Tazuko van Berkel hoe de antieke Grieken menselijke relaties beschouwden en hoe dit afwijkt van onze moderne opvattingen.

  1. Tazuko van Berkel merkt op dat relaties tussen mensen, bijvoorbeeld echtgenoten, in het moderne Nederland anders worden gedefinieerd dan in het antieke Griekenland. Wat is het belangrijkste verschil volgens haar?


Vragen

Vraag 1) Tazuko van Berkel merkt op dat relaties tussen mensen, bijvoorbeeld echtgenoten, in het moderne Nederland anders worden gedefinieerd dan in het antieke Griekenland. Wat is het belangrijkste verschil volgens haar?

Antwoord (richting): in het moderne Nederland worden relaties gedefinieerd door hoe personen zich voelen ten opzichte van elkaar. In het antieke Griekenland wordt een meer economische/instrumentele definitie gehanteerd: hoeveel zijn mensen elkaar verplicht, hoeveel kunnen ze van elkaar verwachten en hoe solidair zijn ze met elkaar.

  1. Volgens Van Berkel is er in het Grieks geen woord voor “houden van”, wel voor “bij iets of iemand horen”, namelijk φιλέω. In het fragment wordt φιλῶ σε vertaald met “ik hoor bij jou”, niet met “ik hou van jou”.


Bekijk het lemma φίλος (het bijvoeglijk naamwoord dat is afgeleid van φιλέω) uit het woordenboek Grieks-Nederlands van Sluiter. In welk deel van het lemma komt de vertaling van Van Berkel heel duidelijk naar voren? Kun je vervolgens uitleggen hoe de andere betekenissen die in dit lemma worden genoemd, hiermee samenhangen?


Vragen

Vraag 2) Volgens Van Berkel is er in het Grieks geen woord voor “houden van”, wel voor “bij iets of iemand horen”, namelijk φιλέω. In het fragment wordt φιλῶ σε vertaald met “ik hoor bij jou”, niet met “ik hou van jou”.

Bekijk het lemma φίλος (het bijvoeglijk naamwoord dat is afgeleid van φιλέω) uit het woordenboek Grieks-Nederlands van Sluiter. In welk deel van het lemma komt de vertaling van Van Berkel heel duidelijk naar voren? Kun je vervolgens uitleggen hoe de andere betekenissen die in dit lemma worden genoemd, hiermee samenhangen?

 

Antwoord (richting): deel 1c (“eigen, zijn eigen”) heeft vooral betrekking op “bij iets of iemand horen”. Het voorbeeld “hij was geschokt in zijn (φίλον) hart” geeft dit goed weer. De andere betekenissen (geliefd, dierbaar, vriend, geliefde) komen voort uit deze eerste betekenis: een vriend of geliefde is “eigen” aan degene tot wie hij in relatie staat. Dit alles gaat volgens Van Berkel dus niet gepaard met gevoelens.

Vragen

  1. Denk aan de verschillende relaties in jouw eigen leven: met je ouders, familie, vrienden, klasgenoten, collega’s etc. Zijn er relaties waarop de antieke Griekse opvatting van toepassing is? Zijn er ook relaties waarbij de antieke Griekse opvatting tekort schiet? Waar komt dit verschil vandaan?


  1. Van Berkel merkt op: “Dat wereldbeeld of mensbeeld, dat we eerst en voornamelijk relationele wezens zijn, zijn we een beetje kwijtgeraakt.” Kun je in eigen woorden uitleggen wat ze hiermee bedoelt? In hoeverre ben je het met haar eens? Licht je antwoord toe.


Vraag 3) Denk aan de verschillende relaties in jouw eigen leven: met je ouders, familie, vrienden, klasgenoten, collega’s etc. Zijn er relaties waarop de antieke Griekse opvatting van toepassing is? Zijn er ook relaties waarbij de antieke Griekse opvatting tekort schiet? Waar komt dit verschil vandaan?


Vraag 4) Van Berkel merkt op: “Dat wereldbeeld of mensbeeld, dat we eerst en voornamelijk relationele wezens zijn, zijn we een beetje kwijtgeraakt.” Kun je in eigen woorden uitleggen wat ze hiermee bedoelt? In hoeverre ben je het met haar eens? Licht je antwoord toe.

Antwoord (richting): ze bedoelt dat mensen bij elkaar horen en in groepen samenleven. Onze samenleving is echter steeds individualistischer geworden. Van Berkel wijt dit aan het kapitalisme, met name aan het idee dat we onze behoeften kunnen bevredigen door te consumeren.



Socrates over

genot

BLOK 4 – SOCRATES OVER GELUK

Leerlingen verkennen in dit blok opvattingen over genot in relatie tot vrijheid of een gelukkig leven. Ze lezen een filosofische tekst en denken na in hoeverre de inhoud ervan van toepassing is op hun eigen leven.

 

Docentinstructie:
Benadruk dat een (Griekse) filosofische tekst inhoudelijk ingewikkeld kan zijn. Adviseer leerlingen om tijdens het lezen steeds stukjes tekst in eigen woorden samen te vatten om de gedachtegang te blijven volgen.

Subdoelen:
- Leerlingen begrijpen zowel antieke als moderne definities van genot.
- Leerlingen passen de filosofische opvattingen van Socrates over genot toe op hun eigen leven. 

Bloom: begrijpen, toepassen.


Fragment

FRAGMENT: 11:49 – 17:09

In dit fragment staat het concept ‘genot’ centraal. Tazuko van Berkel legt eerst uit hoe genot tegenwoordig door veel mensen wordt gedefinieerd. Vervolgens bespreekt ze een Griekse filosofische tekst die hier vraagtekens bij plaatst.

Vragen

  1. Tazuko van Berkel spreekt over hoe veel mensen tegenwoordig vrijheid definiëren. Ze zegt: “Ik denk dat veel van ons nu de vrijheid om te consumeren, dus om te willen wat je wilt en daar vervolgens achteraan te gaan, als een heel belangrijk stukje zien van wat vrijheid is.” Geldt dit ook voor jou? Of zie jij vrijheid als iets anders? Licht je antwoord toe.


  1. Van Berkel bespreekt met studenten een filosofische tekst. Het gaat om een tekst geschreven door Plato, waarin Plato’s leermeester Socrates en de Atheense burger Callicles een gesprek voeren over genot. Je vindt een passage uit deze tekst (in vertaling) op de bijlage. Lees regel 1 t/m 10. Hoe staat Callicles tegenover genot?



Vraag 1) Tazuko van Berkel spreekt over hoe veel mensen tegenwoordig vrijheid definiëren. Ze zegt: “Ik denk dat veel van ons nu de vrijheid om te consumeren, dus om te willen wat je wilt en daar vervolgens achteraan te gaan, als een heel belangrijk stukje zien van wat vrijheid is.” Geldt dit ook voor jou? Of zie jij vrijheid als iets anders? Licht je antwoord toe.

 

Vraag 2) Van Berkel bespreekt met studenten een filosofische tekst. Het gaat om een tekst geschreven door Plato, waarin Plato’s leermeester Socrates en de Atheense burger Callicles een gesprek voeren over genot. Je vindt een passage uit deze tekst (in vertaling) op de bijlage. Lees regel 1 t/m 10. Hoe staat Callicles tegenover genot?

 Antwoord (richting): Callicles vindt dat onze behoeften, begeerten en verlangens zo veel mogelijk moeten worden verzadigd. Hij staat dus positief tegenover genot.

Vragen

  1. Lees regel 11 t/m 35. Socrates geeft een beschrijving van de ziel, die volgens hem uit verschillende delen bestaat. Hij richt zich hier op het deel dat zich richt op verlangens (“de zetel van de begeerten”). Waarmee vergelijkt hij dit zielsdeel in het geval van mensen die alleen maar genot najagen? Wat is de overeenkomst precies?


  1. In Griekse mythen krijgen misdadigers na hun dood in de Onderwereld (‘de onzichtbare wereld’) vaak een straf die past bij hun misdaad. Socrates sluit in regel 21 t/m 29 aan bij deze mythologische opvatting. Hoe?

Vraag 3) Lees regel 11 t/m 35. Socrates geeft een beschrijving van de ziel, die volgens hem uit verschillende delen bestaat. Hij richt zich hier op het deel dat zich richt op verlangens (“de zetel van de begeerten”). Waarmee vergelijkt hij dit zielsdeel in het geval van mensen die alleen maar genot najagen? Wat is de overeenkomst precies?

Antwoord (richting): Socrates vergelijkt de zetel van begeerten met een vat vol gaten. De overeenkomst is onverzadigbaarheid: zoals bij een lekkend vat steeds vloeistof moet worden aangevuld, zo moeten mensen die onbeteugeld leven, steeds opnieuw op zoek naar genot.


Vraag 4) In Griekse mythen krijgen misdadigers na hun dood in de Onderwereld (‘de onzichtbare wereld’) vaak een straf die past bij hun misdaad. Socrates sluit in regel 21 t/m 29 aan bij deze mythologische opvatting. Hoe?

Antwoord (richting): Hij zegt dat mensen die onbeteugeld leven, in de Onderwereld een vat vol gaten met water moeten vullen met behulp van een zeef. Dit gaat nooit lukken en houdt dus nooit op. Dit sluit aan bij het vergrijp tijdens hun leven, omdat ze onophoudelijk (zonder einde) op zoek waren naar genot.

Vragen

  1. Denk na over de volgende vragen en bespreek ze vervolgens met een klasgenoot:


  • Zijn er vormen van genot waar jij steeds opnieuw naar op zoek gaat? Wat levert jou dit op? Zou je dit willen verminderen en waarom wel/niet?

  • Zijn er ook vormen van genot waar jij vroeger naar op zoek ging, maar nu niet meer? Wat heeft deze verandering veroorzaakt?

  • Is de vergelijking die Socrates maakt, van toepassing op jou: in welk opzicht wel, in welk opzicht niet?

  • Kun jij je vinden in de visie van Socrates op genot of ben je het meer eens met Callicles? Licht je antwoord toe.

Vraag 5) Denk na over de volgende vragen en bespreek ze vervolgens met een klasgenoot:

-  Zijn er vormen van genot waar jij steeds opnieuw naar op zoek gaat? Wat levert jou dit op? Zou je dit willen verminderen en waarom wel/niet?

-  Zijn er ook vormen van genot waar jij vroeger naar op zoek ging, maar nu niet meer? Wat heeft deze verandering veroorzaakt?

-  Is de vergelijking die Socrates maakt, van toepassing op jou: in welk opzicht wel, in welk opzicht niet?

-  Kun jij je vinden in de visie van Socrates op genot of ben je het meer eens met Callicles? Licht je antwoord toe.

Eindopdracht

EINDOPDRACHT


Fragment

FRAGMENT: 5:35 – 7:58

Eindopdracht

In dit fragment loopt Tazuko van Berkel langs een aantal teksten (graffiti) in de openbare ruimte die uitnodigen tot een gesprek. Het gesprek over wie we zijn en wat ons verbindt, voeren we volgens Van Berkel steeds minder. Daarom houdt ze ervan als ze dit soort teksten in de openbare ruimte tegenkomt.


  1. Zoek zelf een tekst in de openbare ruimte (bijvoorbeeld in je schoolgebouw, in je wijk, op het station of in het stadscentrum) die net zoals de teksten in de film “uitnodigen tot een gesprek”. Maak een foto van deze tekst en presenteer die in de klas. Leg aan medeleerlingen uit hoe jouw tekst uitnodigt tot een gesprek: waar laat deze tekst jou over nadenken? Wat is een eerste mogelijke reactie op de tekst? Welke vervolgvragen kun je stellen? Voer het gesprek vervolgens in de klas.


  1. Welke tekst zou jij in de openbare ruimte willen schrijven en waar precies? Waar wil je de lezer over laten nadenken? Welke reacties kan een lezer mogelijk hebben op jouw tekst? Voer het gesprek over jouw tekst in de klas.


In dit fragment loopt Tazuko van Berkel langs een aantal teksten (graffiti) in de openbare ruimte die uitnodigen tot een gesprek. Het gesprek over wie we zijn en wat ons verbindt, voeren we volgens Van Berkel steeds minder. Daarom houdt ze ervan als ze dit soort teksten in de openbare ruimte tegenkomt.

 

(1) Zoek zelf een tekst in de openbare ruimte (bijvoorbeeld in je schoolgebouw, in je wijk, op het station of in het stadscentrum) die net zoals de teksten in de film “uitnodigen tot een gesprek”. Maak een foto van deze tekst en presenteer die in de klas. Leg aan medeleerlingen uit hoe jouw tekst uitnodigt tot een gesprek: waar laat deze tekst jou over nadenken? Wat is een eerste mogelijke reactie op de tekst? Welke vervolgvragen kun je stellen? Voer het gesprek vervolgens in de klas.

(2) Welke tekst zou jij in de openbare ruimte willen schrijven en waar precies? Waar wil je de lezer over laten nadenken? Welke reacties kan een lezer mogelijk hebben op jouw tekst? Voer het gesprek over jouw tekst in de klas.

Terugblikken

AFSLUITING (5-10 MIN)

Kom terug op het hoofddoel van de les: De leerling kan uitleggen dat achter Griekse woorden een wereld van culturele opvattingen en gebruiken schuil gaat en dat culturele verschillen met het heden uitnodigen tot nadenken over de eigen overtuigingen.


Bespreek klassikaal: Wat wist je nog niet over cultuurverschillen tussen de Griekse oudheid en nu? Wat kun je hiermee in je eigen leven?