H1.9 Elektronische schakelingen

H1.9 Elektronische schakelingen
1 / 31
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo k, g, tLeerjaar 4

This lesson contains 31 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

Report this lesson

Items in this lesson

H1.9 Elektronische schakelingen

Slide 1 - Slide

T1-3    Planning H1 Elektriciteit
wk 40   H1.1 + H1.2 Elektriciteit (H1.2 4de)
wk 40   H1.3 Elektrische apparaten (H5.2 3de)
wk 40   H1.4 Spanning en stroomsterkte (H5.3 3de)
wk 41   H1.5 Weerstanden (H5.4 3de)
wk 41   H1.6 Serie en parallel (H5.1 3de)
wk 43   H1.7+H1.8 Elektromagneten (H1.3 4de)
wk 43   H1.9 Elektronische schakelingen (H1.4 4de)
wk 44   Oefentoets + Bespreken (27 okt)
wk 45   Schoolexamen (2 nov)

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

T4       Planning H1 Elektriciteit
wk 41   H1.1 + H1.2 Elektriciteit (H1.2 4de)
wk 41   H1.3 Elektrische apparaten (H5.2 3de)
wk 43   H1.4 Spanning en stroomsterkte (H5.3 3de)
wk 43   H1.5 Weerstanden (H5.4 3de)
wk 44   H1.6 Serie en parallel (H5.1 3de)
wk 44   H1.7+H1.8 Elektromagneten (H1.3 4de)
wk 45   H1.9 Elektronische schakelingen (H1.4 4de)
wk 46   Oefentoets + Bespreken (11 nov)
wk 47   Schoolexamen (18 nov)

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Formules H5 (3de jaar)
P = U x I
Kosten E = E x kWh-prijs
E = P x t
Rendement = Enut/Etot x 100%
C = I x t
U = I x R 
Rv,serie = R1 + R2 + ..
Rv,par = (R1 x R2) : (R1 + R2) 
P = Vermogen      [W]  of [kW]
U = Spanning       [V]
I = Stroomsterkte [A]
kWh-prijs =  € 0,25
E = Energie         [J]   of [kWh]
t = Tijd                 [s]   of   [h]
rendement           [%]
C = capaciteit       [Ah] (t in uur!)
R = Weerstand    [Ω]
Rv = vervangingsweerstand [Ω]

Slide 8 - Slide

Samenvatting:
Raambeveiliging: Reedcontact + Relais
  • Reed contact: Elektrische schakelaar dat bediend wordt door            een magneet.

  • Relais: bestaat uit: elektromagneet + stuk ijzer aan een veer
  1. Via een 'gewone' schakelaar wordt stroomkring 1 gesloten.           Stroom gaat nu door de elektromagneet lopen.
  2.  Het ijzer wordt door de elektromagneet aangetrokken en sluit stroomkring 2, waarin het apparaat is opgenomen.

  • Transformator: maakt van een hoge een lage spanning (of omgekeerd)

Slide 9 - Slide

Leerdoelen H1.9 Elektronische schakelingen
Aan het eind van deze paragraaf kan ik:
  

  • beschrijven welke typen weerstanden er zijn;
  • benoemen uit welke onderdelen een automatische schakeling bestaat
  • uitleggen wat een condensator doet;
  • beschrijven wat een transistor is;
  • uitleggen hoe je elektronische schakelingen maakt.

Slide 10 - Slide

De weerstand bepalen/berekenen (herhaling)
Je kunt op twee manieren achter de waarde van een weerstand komen:
  1. Door de spanning en de stroomsterkte te meten.
  2. De kleurencodes aflezen van de weerstand.
1
2

Slide 11 - Slide

Kleurcodering: Binas 13 
Reken uit hoe groot bovenstaande weerstand is?
  • A: geel = 4
  • B: paars = 7
  • D: rood = 2 nullen erachter
  • T: goud = 5%
  • R = 4700 Ω +/- 5%
  • R = 4700 Ω +/- 235 Ω

Slide 12 - Slide

Automatische schakeling
Een schakeling die zelfstandig een taak voor je uitvoert noem je een automatische schakeling.

3 onderdelen hiervoor nodig:
- sensor (meet iets)
- schakelaar (beslist of iets gebeurd)
-actuator (voert uit)


Slide 13 - Slide

Automatische schakeling
Input: Sensor meet iets

proces: Schakelaar verwerkt het signaal

Output: Actuator doet iets nuttigs


Slide 14 - Slide

Verschillende automatische weerstanden!!!
  • Temperatuurgevoelige (NTC) & Lichtgevoelige weerstanden (LDR)

  • Weerstanden waarvan de stroom maar 1 richting op kan (Diode / LED)

  • Condensator (soort oplaadbare batterij)

  • Transistor (een soort waterkraan, maar dan voor stroom ipv water)

Slide 15 - Slide

            NTC
Negative Temp. Coëfficient





  • Reageert op temperatuur
  • Temperatuur omhoog =>
                         weerstand omlaag
            LDR
Light dependent resistant





  • Reageert op licht
  • Meer Licht =>                                            weerstand omlaag

Slide 16 - Slide

Diode en LED
Diode: 
  • Schakelonderdeel dat één kant stroom doorlaat!

Led: 
  • is een diode die licht uitzendt
  • light emitting diode
  • Wordt vaak gebruikt als controlelampjes

Slide 17 - Slide

Condensator (soort oplaadbare batterij)
Condensator                                                          Symbool
Schakelonderdeel waarin een kleine hoeveelheid elektrische energie kan worden opgeslagen.

Slide 18 - Slide

Een schakeling met condensator
Als je de schakelaar
sluit => laadt de condensator op. 

Als je daarna de schakelaar opent => lamp blijft even branden op de stroom van de condensator.

Slide 19 - Slide

Transistor
Transistor heeft 3 aansluitpunten:
* Basis
* Collector
* Emitter

UIT: Geen stroom op Basis => geen stroom van Collector naar Emitter

AAN: Stroom op Basis => stroom gaat lopen van Collector naar Emitter

Slide 20 - Slide

Werking transistor
Drie aansluitpunten:
1) collector (C)
2) basis (B)
3) emitter (E)
Als er een kleine stroom van B naar E loopt, dan loopt er een grote stroom C naar E

Slide 21 - Slide

Geen signaal
Geen stroom van basis naar emitter —&gt;<div>Geen stroom van basis naar emitter</div>
Wel signaal
Zwakke stroom van basis naar emitter —&gt;<div>Grote stroom van basis naar emitter</div>

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Video

Condensator

Slide 24 - Slide

Leerdoelen H1.9 Elektronische schakelingen
Aan het eind van deze paragraaf kan ik:
  

  • beschrijven welke typen weerstanden er zijn;
  • benoemen uit welke onderdelen een automatische schakeling bestaat
  • uitleggen wat een condensator doet;
  • beschrijven wat een transistor is;
  • uitleggen hoe je elektronische schakelingen maakt.

Slide 25 - Slide

En nu aan de slag
Lees online H1.9 Elektronische schakelingen goed door  
maak online H1.9 Begrijpen + Beheersen 

Klaar
  • Nakijken opgaven
  • Maak van paragraaf H1.12 + H1.13 Afsluiten => zelf oefenen
H1.12 (par. 1.1 t/m 1.6) en H1.13 (par. 1.7 t/m 1.8)  


Volgende les: Vervalt => Huiswerk blijft staan!!!!

Slide 26 - Slide

Hoe kan je het magnetisch veld van een elektromagneet zo groot mogelijk maken:

Er zijn 3 manieren:

  • De stroomsterkte verhogen
  • het aantal windingen verhogen
  • de aanwezigheid van een weekijzeren kern


Slide 27 - Slide

Een elektromagneet kun je aan- en uit zetten
A
waar
B
niet waar

Slide 28 - Quiz

De sterkte van een elektromagneet hangt af van:
1. het materiaal van de spoel
2. de sterkte van de stroom
3. het aantal windingen
4. het materiaal van de kern
A
1, 2, 3 en 4
B
1, 2 en 3
C
1, 3 en 4
D
2, 3 en 4

Slide 29 - Quiz

Slide 30 - Video

En nu aan de slag
Lees online H1.9 Elektronische schakelingen goed door  
maak online H1.9 Begrijpen + Beheersen 

Klaar
  • Nakijken opgaven
  • Maak van paragraaf H1.12 + H1.13 Afsluiten => zelf oefenen
H1.12 (par. 1.1 t/m 1.6) en H1.13 (par. 1.7 t/m 1.8)  


Volgende les: Vervalt => Huiswerk blijft staan!!!!

Slide 31 - Slide