Hst 3 paragraaf 2 "Krachten meten"

Krachten meten 
1 / 24
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Krachten meten 

Slide 1 - Slide

Leerdoelen
Na vandaag kan je:
  1. Een verband beschrijven tussen de uitrekking van een veer en de kracht die op de veer werkt.
  2. De kracht meten met een krachtmeter/veerunser.
  3. De kracht berekenen die nodig is om een massa op te tillen
  4. Uitleggen wat een krachtenschaal is.
  5. Een kracht tekenen door gebruik te maken van een krachtenschaal

Slide 2 - Slide

Vandaag
Huiswerkcontrolle
Uitleg hst 3 paragraaf 2
vraag over de uitleg
kahoot
Nakijken hst 3 paragraaf 1 
Maken hst 3 paragraaf 2
evaluatie vragen maken 

Slide 3 - Slide

Verschillende krachtmeters

Slide 4 - Slide

Krachtmeter
  • De veer in de krachtmeter                                                                    wordt uitgerekt door de kracht                                                                 (de veer rekt gelijkmatig uit).
  • Aflezen hoe groot de kracht is.

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Link

Grootheid en eenheid
  • Grootheid: iets wat je kunt meten
  • (lengte, temperatuur, tijd, kracht)
  • Eenheid: afgesproken maat
  • (meter, Kelvin, seconde, Newton)

Slide 9 - Slide

Grootheden en eenheden bij krachten

Grootheid        Symbool        Eenheid                Symbool
kracht                    F                  Newton                       N
massa                   m                 kilogram                     kg
aantrekking         g                  Newton per kg         N/kg

Slide 10 - Slide

Grootheid
Eenheid
meter
seconde
Kelvin
Newton
kilogram
temperatuur
tijd
kracht
massa

Slide 11 - Drag question

Zwaartekracht  Fz
Kracht waarmee de aarde aan een voorwerp trekt.

Fz = m x g
g is op aarde 9,8 N/kg maar wij rekenen meestal met 10 N/kg

b.v. Een voorwerp heeft een massa van 36 kg.
De zwaartekracht is dan 36 x 10 = 360 N.

Slide 12 - Slide

voorbeeldsom
Bereken de zwaartekracht op een mens van 60 kg?
  • Gegeven: m = 60 kg (en g altijd 10 N/kg op aarde)
  • Gevraagd: Fz
  • Formule: Fz = m . g = 60 . 10 = 600N

Slide 13 - Slide

Hoe bereken je de zwaartekracht op een massa (op aarde)?

Slide 14 - Open question

Slide 15 - Link

Opdrachten maken
Hst 3 paragraaf 2 maken in je werkboek.

Slide 16 - Slide

Iris kan een expander (zie plaatje) met drie
veren 30 cm uitrekken. Marieke kan een
expander met twee veren 40 cm uitrekken.
Wie oefent de grootste kracht uit?
A
Iris
B
Marieke
C
Evenveel
D
Kun je niet weten

Slide 17 - Quiz

Een veer heeft in ongespannen toestand een lengte van 12,0 cm. Hoe groot is de uitrekking als de nieuwe lengte 15,0 cm is?
A
kun. je niet weten
B
3,0 cm
C
12,0 cm
D
15,0 cm

Slide 18 - Quiz

Welke veer is stugger?
Veer 1: C = 500N/m
Veer 2: C = 0,5N/cm
A
Veer 1
B
Veer 2
C
Even stug

Slide 19 - Quiz

Hiernaast metingen aan 3 veren. Op de y-as staat kracht, op de x-as staat uitrekking. Van links naar rechts, veer 1-2-3.
Welke veer is het minst stug?
A
Veer 1.
B
Veer 2
C
Veer 3
D
Dat is met deze info niet te bepalen.

Slide 20 - Quiz

Welke veer is stugger?
A
Veer 1
B
Veer 2
C
Weet ik niet
D
Dat kun je niet zeggen

Slide 21 - Quiz

Welke veerunster bevat de sterkste veer.
A
linker
B
middelste
C
rechter

Slide 22 - Quiz

Liesbeth hangt vijf gewichtjes van elk 1 N aan een veer en de veer rekt 10 cm uit.
Wat is de uitrekking van de veer als Liesbeth acht van zulke gewichtjes aan de veer bevestigt?
A
16 cm
B
21 cm
C
24 cm
D
32 cm

Slide 23 - Quiz

Aan een veer hangt massa van 5 kg.
De veer rekt door het gewicht 10 cm uit.
Hoe groot is de veerconstante van de veer?

A
C = Fv/u = 5 / 10 = 0,5 N/m
B
C = Fv/u = 50 / 10 = 5 N/m
C
C = Fv / u = 50 / 100 = 0,5 N/m
D
C = Fv/u = 50 / 0,10 = 500 N/m

Slide 24 - Quiz