BLB 1-2-3 zinnen stap 1

Hoe maak ik een goede zin?
1 / 18
next
Slide 1: Slide
NT2ISK

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 20 min
Report this lesson

Items in this lesson

Hoe maak ik een goede zin?

Slide 1 - Slide


Wij   |   lezen   |   het boek .

Suzan   |   pakt   |   de pen .

Hoe ziet een zin eruit?
hoofdletter
punt

Slide 2 - Slide


  1. Wie / wat (onderwerp) = wij
  2. Werkwoord (persoonsvorm) = lezen
  3. De rest van de zin = het boek



1-2-3 zinnen

Slide 3 - Slide


Wij   |   lezen   |   het boek .

Suzan   |   pakt   |   de pen .

Zinsdelen - delen van een zin
Wie / wat (onderwerp)

Slide 4 - Slide


Wij   |   lezen   |   het boek .

Suzan   |   pakt   |   de pen .

Zinsdelen - delen van een zin
Werkwoord (persoonsvorm) (lezen, pakken, etc.)

Slide 5 - Slide


Wij   |   lezen   |   het boek .

Suzan   |   pakt   |   de pen .

Zinsdelen - delen van een zin
de rest van de zin

Slide 6 - Slide


  1. Wie / wat (onderwerp) = wij
  2. Werkwoord (persoonsvorm) = lezen
  3. De rest van de zin = het boek

Wij lezen het boek.




Hoe maak je een 1-2-3 zin?

Slide 7 - Slide


  1. Wie / wat (onderwerp) = ik
  2. Werkwoord (persoonsvorm) = zit
  3. De rest van de zin = op de stoel

Ik zit op de stoel.


Hoe maak je een 1-2-3 zin?
voorzetsel
Waar zit ik? 
Op de stoel.

Slide 8 - Slide

Sleep de woorden naar de goede plaats. 
1
2
3
Wij
eten
pizza.

Slide 9 - Drag question

Sleep de woorden naar de goede plaats. 
1
2
3
op maandag.
De les
is

Slide 10 - Drag question

Sleep de woorden naar de goede plaats. 
1
2
3
kookt
de soep.
De man

Slide 11 - Drag question

Sleep de woorden naar de goede plaats. 
1
2
3
De vrouw
televisie.
kijkt

Slide 12 - Drag question

Sleep de woorden naar de goede plaats. 
1
2
3
ligt
Het meisje
in bed.

Slide 13 - Drag question

Sleep de woorden naar de goede plaats. 
1
2
3
3
de kast.
boven
De klok
hangt

Slide 14 - Drag question

Sleep de woorden naar de goede plaats. 
1
2
3
3
het raam.
De vrouw
kijkt
door

Slide 15 - Drag question

Sleep de woorden naar de goede plaats. 
1
2
3
3
de tas.
zit
in
De iPad

Slide 16 - Drag question

Sleep de woorden naar de goede plaats. 
1
2
3
3
staat
onder
de tafel.
De stoel

Slide 17 - Drag question

Maak het werkblad.

Klaar? 
  1. Laat het controleren.
  2. TaalCompleet
Aan de slag

Slide 18 - Slide