8.4 Elektromagnetische inductie les 2

Lesdoelen
Aan het eind van deze les 
  • weten jullie wanneer je welke RHR moet gebruiken
  • kunnen jullie de wet van Lenz toepassen
  • kunnen jullie werken met de formule voor de flux en snappen jullie het begrip flux beter
  • kunnen jullie werken met de formule voor de magnetische inductie
1 / 17
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Lesdoelen
Aan het eind van deze les 
  • weten jullie wanneer je welke RHR moet gebruiken
  • kunnen jullie de wet van Lenz toepassen
  • kunnen jullie werken met de formule voor de flux en snappen jullie het begrip flux beter
  • kunnen jullie werken met de formule voor de magnetische inductie

Slide 1 - Slide

Welke RHR pas je
hier toe? Kies
het beste antwoord
A
De RHR voor de stroomspoel
B
De RHR voor de stroomdraad
C
De RHR voor de lorentzkracht
D
De RHR voor de stroomdraad en de RHR voor de stroomspoel

Slide 2 - Quiz

De RHR voor de stroomdraad uitgevoerd op de linker zijde

Slide 3 - Slide

Twee manieren om de richting van een magneetveld van een draad aan te geven

Slide 4 - Slide

hetzelfde resultaat met RHR voor spoel (1 winding): de duim steekt naar voren het scherm uit

Slide 5 - Slide

Welke RHR pas je
hier toe ? Kies
het beste antwoord
A
De RHR voor de stroomdraad
B
De RHR voor de Lorentzkracht op een draad
C
De RHR voor de spoel
D
De RHR voor de spoel en de RHR voor de lorentzkracht

Slide 6 - Quiz

Welke RHR pas je
hier toe?
A
De RHR voor de stroomdraad
B
De RHR voor de Lorentzkracht op een draad
C
De RHR voor de spoel
D
De RHR voor de spoel en de lorentzkracht

Slide 7 - Quiz

Magnetische flux
De flux is een maat voor de hoeveelheid magnetische veldlijnen die door een oppervlak (A) steekt. 
Het oppervlak staat in plaatje 2 t/m 4 loodrecht op het scherm.
In plaatje 2 is de flux maximaal; in plaatje 4 minimaal (0)

Slide 8 - Slide

Formule magnetische flux
In de formule voor de flux staat de loodrechte component van de magnetische inductie B. Alleen die component prikt door het oppervlak A

Slide 9 - Slide

Bereken de flux door
oppervlak A
B = 0,50 T en A is een vierkant
met zijden van 3,0 cm.
De hoek is 45 graden
A
4,5 Wb
B
0,00045 Wb
C
3,3 Wb
D
0,00032 Wb

Slide 10 - Quiz

Slide 11 - Slide

Formule voor inductiespanning

Slide 12 - Slide

Opgave 50
De stroomsterkte is evenredig
met de spanning als de weerstand constant is.
De inductiespanning is evenredig met N
als de fluxverandering hetzelfde is.
N gaat van 1200 naar 800,
dus Iind wordt 800/1200 = 2/3 keer
zo groot,
dat is 2/3 x 0,25 A = 0,17 A

Slide 13 - Slide

Bekijk figuur 75: Bereken de
inductiespanning
tussen t = 0 en 4 s. N = 200
A
6,0 V
B
- 6,0 V
C
4,0 V
D
- 4,0 V

Slide 14 - Quiz

Uitwerking

Slide 15 - Slide

Zijn er nog vragen?

Slide 16 - Slide

Huiswerk vrijdag 15 mei
Oefen in de quiz over de RHR op de site die op SOM staat. 
Bestudeer 8.4 helemaal en maak opgaven 49, 51, 52. Lever foto's in van alle opgaven op SOM.

Slide 17 - Slide