OVERHEID · INKOMSTENBELASTING
Examentraining
Belasting en inkomensbeleid: zo pak je examenvragen aan
OVERHEID · INKOMSTENBELASTING
Examentraining
Belasting en inkomensbeleid: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Wutsje / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0
OVERHEID · INKOMSTENBELASTING
Wat ga je kunnen?
Ik kan examenvragen over belasting, netto inkomen, loonstijging en inkomensverschillen beantwoorden met een casus.
This item has no instructions
OVERHEID · INKOMSTENBELASTING
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: de casus. Let op percentages, bedragen en wie ze krijgt.
2. Zoek: het begrip dat erbij hoort: tarief, bruto, netto, nivelleren of een factor.
3. Reken: bij bedragen stap voor stap, en controleer twee keer.
4. Kies: het antwoord, of schrijf kort een antwoord met een reden.
This item has no instructions
OVERHEID · INKOMSTENBELASTING
Voormalig kantoor van de Belastingdienst in Groningen, 2013
Vraagtype 1: tarief en beginsel herkennen
Proportioneel: vast percentage. Progressief: het percentage stijgt. Degressief: het percentage daalt.
Zoek in de casus wie meer of minder betaalt, en waarom.
Alleen GL/TL. Geen berekeningen met het schijventarief: alleen het soort tarief herkennen. Image credit: Wutsje / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0
Een land (verzonnen) heft 15% over de eerste 20.000 euro en 30% daarboven. Welk tarief?
Progressief
Proportioneel
Degressief
Heffing naar het profijtbeginsel
Het percentage stijgt bij een hoger inkomen: progressief. Verwachte fout: proportioneel, omdat er percentages staan.
Iemand met een hoog inkomen betaalt meer belasting, omdat hij meer kan dragen. Welk beginsel?
Het profijtbeginsel
Een degressief tarief
Het draagkrachtbeginsel
Belastingontwijking
Meer dragen kunnen is draagkracht. Verwachte fout: het profijtbeginsel.
OVERHEID · INKOMSTENBELASTING
Bouwvakker op grote hoogte bij een nieuw kantoor in Amsterdam, 1965
Vraagtype 2: besteedbaar en belastbaar inkomen
Netto inkomen = bruto inkomen min loonheffing. Besteedbaar inkomen = netto inkomen plus toeslagen.
Belastbaar inkomen = bruto inkomen min aftrekposten.
Alleen GL/TL. De bedragen zijn verzonnen. Image credit: Ron Kroon (Anefo) / Wikimedia Commons, CC0
Een bouwvakker verdient bruto 2.800 euro, de loonheffing is 600 euro en hij krijgt 150 euro toeslag. Besteedbaar inkomen?
3.350 euro
2.200 euro
2.350 euro
2.650 euro
2.800 - 600 = 2.200 en 2.200 + 150 = 2.350. Verwachte fouten: alles optellen (3.350), de toeslag vergeten (2.200) of de toeslag van het bruto inkomen aftrekken (2.650).
Bruto jaarinkomen 30.000 euro, aftrekposten 2.500 euro. Belastbaar inkomen?
27.500 euro
32.500 euro
2.500 euro
30.000 euro
30.000 - 2.500 = 27.500. Verwachte fouten: optellen (32.500) of het bruto inkomen overnemen (30.000).
OVERHEID · INKOMSTENBELASTING
Schoonmakers voeren actie voor een hoger loon, Utrecht, 2010
Vraagtype 3: loonstijging in euro's en procenten
Procent: reken eerst het bedrag per persoon uit. 3% van 2.000 euro is 60 euro.
Gelijke stijging in euro's nivelleert. Gelijke stijging in procenten denivelleert.
Alleen GL/TL, zonder berekeningen met nivelleren. Image credit: FNV Bondgenoten Werkt in je voordeel / Wikimedia Commons, CC BY 2.0
Iedereen krijgt 3% loonstijging. Anna verdient 2.000 euro, Bas 4.000 euro. Hoeveel euro krijgt Bas méér erbij dan Anna?
120 euro
180 euro
6 euro
60 euro
Anna 60, Bas 120: 120 - 60 = 60 euro meer. Verwachte fout: alleen het bedrag van Bas (120).
Iedereen krijgt 150 euro per maand erbij, ongeacht het loon. Wat gebeurt er met de verschillen?
In verhouding groter: denivelleren
In verhouding kleiner: nivelleren
Alleen de hoge inkomens gaan erop vooruit
De lage inkomens gaan er niet op vooruit
Hetzelfde bedrag is voor een laag inkomen relatief meer: nivelleren. Verwachte fout: denivelleren.
OVERHEID · INKOMSTENBELASTING
Een piloot in de cockpit van een KLM-vliegtuig, 1948
Vraagtype 4: factoren en standpunt
Noem bij een beroep de factor: schaarste, scholing, verantwoordelijkheid, zwaarte, macht, leeftijd of arbeidstijd.
Een argument is een reden. Gebruik een begrip uit de les, zoals draagkracht.
Alleen GL/TL. Bij de open vraag is er geen goed of fout standpunt, wel een goede reden. Image credit: Willem van de Poll / Wikimedia Commons, CC0
Een piloot is verantwoordelijk voor honderden passagiers en verdient veel. Welke factor?
Mate van verantwoordelijkheid
Leeftijd
Arbeidstijd
Macht
Verantwoordelijkheid voor mensen en materiaal betaalt extra.
Geef een argument voor progressief belasten.
Goed: wie meer verdient kan meer dragen (draagkracht), of de verschillen worden kleiner (nivelleren). Verwachte fout: alleen zeggen dat rijken meer geld hebben, zonder reden.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Tarief en beginsel herkennen
Besteedbaar en belastbaar inkomen
Loonstijging in euro's en procenten
Factoren en standpunt
This item has no instructions
OVERHEID · INKOMSTENBELASTING
Tips voor op het examen
Percentage stijgt met het inkomen: progressief. Percentage daalt: degressief. Vast percentage: proportioneel.
Netto is bruto min loonheffing. Besteedbaar is netto plus toeslagen.
Procenten: reken eerst het bedrag per persoon uit en vergelijk dan.
Bij een standpunt: noem altijd een reden met een begrip uit de les.
This item has no instructions