Algebraïsche vaardigheden

Algebraische vaardigheden
1 / 54
next
Slide 1: Slide
WiskundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

This lesson contains 54 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min
Report this lesson

Items in this lesson

Algebraische vaardigheden

Slide 1 - Slide

Na deze les kan je...
...haakjes wegwerken (enkel en dubbel)
...breuken herleiden
... machten herleiden
... wortels herleiden


Slide 2 - Slide

Haakjes wegwerken (herleiden)
a(b+c)=ab+ac

(a+b)(c+d)=ac+ad+bc+bd

Slide 3 - Slide

Enkele haakjes herleiden


1,5(v+2)= 1,5v +3


-4(y-3) = -4y+12




Slide 4 - Slide

Dubbele haakjes herleiden

Papegaaienbek methode






(x+2)(x+4)=
(b+4)(b−2)=

Slide 5 - Slide

Dubbele haakjes herleiden

Papegaaienbek methode






(x+2)(x+4)=
x​2​​+4x+2x+8=
x​2​​+6x+8
(b+4)(b−2)=
b​2​​−2b+4b−8=
b​2​​+2b−8

Slide 6 - Slide

Haakjes in het kwadraat herleiden

Papegaaienbek methode






(2x−3)​2​​=

Slide 7 - Slide

Haakjes in het kwadraat herleiden

Papegaaienbek methode






(2x−3)​2​​=
(2x−3)⋅(2x−3)=
4x​2​​−6x−6x+9=
4x​2​​−12x+9

Slide 8 - Slide

Meerdere termen herleiden
(a−5b)(b−5)−4(2b−a)=

Slide 9 - Slide

Meerdere termen herleiden
(a−5b)(b−5)−4(2b−a)=
ab−5a−5b​2​​+25b−8b+4a=
−5b​2​​−a+13b+ab

Slide 10 - Slide

Meerdere termen herleiden
3(x+1)(x+4)=

Slide 11 - Slide

Meerdere termen herleiden
3(x+1)(x+4)=
3(x​2​​+x+4x+4)=
3x​2​​+15x+12
let op de haakjes

Slide 12 - Slide

Meerdere termen herleiden
−2(a+2)(5−a)−(3a)​2​​=

Slide 13 - Slide

Meerdere termen herleiden
−2(a+2)(5−a)−(3a)​2​​=
−2(5a−a​2​​+10−2a)−9a​2​​=
−2(−a​2​​+3a+10)−9a​2​​=
2a​2​​−6a−20−9a​2​​=
−7a​2​​−6a−20
let op de haakjes

Slide 14 - Slide

Meerdere termen herleiden
(1−4p)​2​​−8p(2p+1)=

Slide 15 - Slide

Meerdere termen herleiden
(1−4p)​2​​−8p(2p+1)=
1−8p+16p​2​​−16p​2​​−8p=
1−16p

Slide 16 - Slide

Breuken herleiden
​13b​​5b​​=​13​​5​​
beide delen door b

Slide 17 - Slide

Breuken herleiden
​13b​​5b​​=​13​​5​​
beide delen door b
​y​​8xy​​−​2z​​12xz​​=8x−6x=2x

Slide 18 - Slide

Breuken herleiden
​13b​​5b​​=​13​​5​​
beide delen door b
​y​​8xy​​−​2z​​12xz​​=8x−6x=2x
​35abc​​−21ab​​=​5c​​−3​​

Slide 19 - Slide

Breuken herleiden
​30xyz​​15xy​​=​2z​​1​​
​15xy​​30xyz​​=​1​​2z​​=2z

Slide 20 - Slide

Variabelen uit breuken halen
​60x​​30xy​​=​2​​y​​=​2​​1​​y

Slide 21 - Slide

Variabelen uit breuken halen
​60x​​30xy​​=​2​​y​​=​2​​1​​y
​−3ac​​36abc​​=​−1​​12b​​=−12b

Slide 22 - Slide

Variabelen uit breuken halen
​60x​​30xy​​=​2​​y​​=​2​​1​​y
​−3ac​​36abc​​=​−1​​12b​​=−12b
​ac​​3abc​​−​20a​​6ab​​=3b−​10​​3​​b=2​10​​7​​b

Slide 23 - Slide

breuken vermenigvuldigen
​4​​3​​⋅​3​​2​​=​4⋅3​​3⋅2​​=​12​​6​​=​2​​1​​
​5a​​6​​⋅​4b​​15​​=​20ab​​90​​=​2ab​​9​​
​noemer⋅noemer​​teller⋅teller​​

Slide 24 - Slide

breuken vermenigvuldigen
​5​​2​​=​5​​1​​⋅2
​5​​(​x​​2​​)​​=​5​​1​​⋅​x​​2​​=​5x​​2​​
​5​​b​​=​5​​1​​⋅b

Slide 25 - Slide

breuken delen
​4​​6​​:​5​​4​​=​4​​6​​⋅​4​​5​​=​16​​30​​=1​16​​14​​=1​8​​7​​
: een breuk is x het omgekeerde

Slide 26 - Slide

breuken delen
​4​​6​​:​5​​4​​=​4​​6​​⋅​4​​5​​=​16​​30​​=1​16​​14​​=1​8​​7​​
​(​2q​​3​​)​​6​​=6:​2q​​3​​=6⋅​3​​2q​​=​3​​12q​​=4q
: een breuk is x het omgekeerde

Slide 27 - Slide

breuken optellen en aftrekken
​3q​​7p​​−​3q​​p​​=​3q​​6p​​=​q​​2p​​

Slide 28 - Slide

breuken optellen en aftrekken
​3q​​7p​​−​3q​​p​​=​3q​​6p​​=​q​​2p​​
2p⋅​10pq​​3​​−1=​10pq​​6p​​−1=​5q​​3​​−​5q​​5q​​=​5q​​3−5q​​
eerst gelijknamig maken (noemers gelijk)

Slide 29 - Slide

Machten herleiden
x​3​​⋅x​2​​=x⋅x⋅x⋅x⋅x=x​5​​
3x​3​​⋅4x​5​​=3⋅4⋅x​3​​⋅x​5​​=12x​8​​

Slide 30 - Slide

Machten herleiden
3a​2​​⋅−a​5​​=
2b​2​​⋅6a​3​​=

Slide 31 - Slide

Machten herleiden
3a​2​​⋅−a​5​​=
2b​2​​⋅6a​3​​=
3⋅−1⋅a​2​​⋅a​5​​=−3a​7​​
2⋅6⋅b​2​​⋅a​3​​=12a​3​​b​2​​
Als de letters niet gelijk zijn, kan je ze niet vermenigvuldigen

Slide 32 - Slide

Machten optellen
3a​2​​+2a​2​​=5a​2​​
3a​7​​+2a​2​​=3a​7​​+2a​2​​
De termen zijn gelijksoortig, dan kan je ze optellen
De termen zijn niet gelijksoortig, dan kan je ze niet optellen

Slide 33 - Slide

Macht van een macht
(x​4​​)​3​​=x​4​​⋅x​4​​⋅x​4​​=x​4⋅3​​=x​12​​
3(a​3​​)​2​​⋅7a​5​​=3a​6​​⋅7a​5​​=21a​11​​

Slide 34 - Slide

Macht van een product
(2a)​3​​=2​3​​⋅a​3​​=8a​3​​
(p​2​​q​2​​)​4​​=(p​2​​)​4​​⋅(q​2​​)​4​​=p​8​​q​8​​

Slide 35 - Slide

Macht van een product
−2(a​2​​)​3​​⋅(−2a​2​​)​3​​=
−2a​6​​⋅(−2)​3​​⋅(a​2​​)​3​​=
−2a​6​​⋅−8a​6​​=16a​12​​

Slide 36 - Slide

Machten delen
​x​3​​​​x​5​​​​=​x⋅x⋅x​​x⋅x⋅x⋅x⋅x​​=x​2​​
​3p​2​​​​15p​3​​​​=5p​1​​=5p

Slide 37 - Slide

Rekenregels bij machten
a​5​​+a​3​​=a​5​​+a​3​​
a​5​​+a​5​​=2a​5​​
a​3​​⋅a​5​​=a​8​​
a​5​​:a​3​​=a​2​​
(a​3​​)​5​​=a​15​​
Optellen
Optellen
Vermenigvuldigen
Delen
Machtsverheffen
kan niet korter
gelijke termen
exponenten optellen
exponenten aftrekken
exponenten vermenigvuldigen

Slide 38 - Slide

√ rekenen
√​36​​​−√​16​​​=6−4=2

Slide 39 - Slide

√ rekenen
−5√​36​​​+2√​81​​​=−5⋅6+2⋅9=−30+18=−12

Slide 40 - Slide

√ rekenen
√​​25​​9​​​​​=​5​​3​​

Slide 41 - Slide

√ rekenen
√​−3⋅−​75​​1​​​​​=√​​75​​3​​​​​=√​​25​​1​​​​​=​5​​1​​

Slide 42 - Slide

√ rekenen
√​36​​​−√​16​​​=6−4=2
−5√​36​​​+2√​81​​​=−5⋅6+2⋅9=−30+18=−12
√​​25​​9​​​​​=​5​​3​​
√​−3⋅−​75​​1​​​​​=√​​75​​3​​​​​=√​​25​​1​​​​​=​5​​1​​

Slide 43 - Slide

√ x en x2
(√​6​​​)​2​​=6

Slide 44 - Slide

√ x en x2
(−5√​2​​​)​2​​=(−5)​2​​⋅(√​2​​​)​2​​=25⋅2=50

Slide 45 - Slide

√ x en x2
(√​6​​​)​2​​=6
(3√​6​​​)​2​​=3​2​​⋅(√​6​​​)​2​​=9⋅6=54
(−5√​2​​​)​2​​=(−5)​2​​⋅(√​2​​​)​2​​=25⋅2=50
(−5√​2​​​)​2​​+2√​9​​​=(−5)​2​​⋅(√​2​​​)​2​​+2⋅3=25⋅2+6=50+6=56

Slide 46 - Slide

√ optellen en aftrekken
4√​9​​​+√​2​​​=4⋅3+√​2​​​=12+√​2​​​
8√​6​​​−√​6​​​=7√​6​​​
4√​6​​​−√​16​​​=4√​6​​​−4
'mooie' wortels moet je uitrekenen
√​6​​​=1√​6​​​

Slide 47 - Slide

√ vermenigvuldigen
√​3​​​⋅√​2​​​=√​3⋅2​​​=√​6​​​
3√​2​​​⋅4√​5​​​=3⋅4⋅√​2⋅5​​​=12√​10​​​

Slide 48 - Slide

√ delen
​3√​2​​​​​15√​6​​​​​=​3​​15​​⋅​√​2​​​​​√​6​​​​​=5√​3​​​
​√​6​​​​​√​18​​​​​=√​​6​​18​​​​​=√​3​​​

Slide 49 - Slide

√ herleiden (kleiner maken)

Als je een wortel herleidt, zoek je naar een 'mooi' getal waardoor je het getal onder de √ kan delen.   

√50 kan je opdelen in √25 en √2 

 





√​50​​​=√​25⋅2​​​=√​25​​​⋅√​2​​​=5√​2​​​

Slide 50 - Slide

√ herleiden (kleiner maken)
√​500​​​=√​100⋅5​​​=√​100​​​⋅√​5​​​=10√​5​​​
√​150​​​=√​25⋅6​​​=√​25​​​⋅√​6​​​=5√​6​​​

Slide 51 - Slide

Na deze les kan je...
...haakjes wegwerken (enkel en dubbel)
...breuken herleiden
... machten herleiden
... wortels herleiden

Slide 52 - Slide

Wat vind je nog moeilijk van deze les?

Slide 53 - Open question

Wat heb je geleerd in deze les?

Slide 54 - Open question