Module 2: Les 10: Toets

Toets
Module 2
1 / 35
next
Slide 1: Slide
InformaticatestPraktijkonderwijsLeerjaar 3

This lesson contains 35 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Toets
Module 2

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

1. Wat is het doel van een PowerPoint-presentatie?
A
Video's opnemen
B
Foto's bewerken
C
Informatie presenteren met behulp van foto's
D
Lange teksten schrijven

Slide 3 - Quiz

2. Hoe voeg je een nieuwe dia toe in PowerPoint?
A
Klik op ‘Invoegen’ en selecteer ‘Nieuwe dia’
B
Klik op ‘Bestand’
C
Klik op ‘Weergave’
D
Klik op ‘Sluiten’

Slide 4 - Quiz

3. Wat kun je doen om je dia aantrekkelijker te maken?
A
Alleen tekst gebruiken
B
Geen opmaak toepassen
C
Veel tekst toevoegen
D
Een thema kiezen en afbeeldingen gebruiken

Slide 5 - Quiz

Slide 6 - Slide

4. Wat is kunstmatige intelligentie (AI)?
A
Een techniek waarmee computers kunnen leren en beslissen
B
Een computerprogramma voor games
C
Een robot die alles weet
D
Een nieuwe vorm van internet

Slide 7 - Quiz

5. Wat is een voorbeeld van AI in het dagelijks leven?
A
Een navigatie-app die de snelste route berekent
B
Een gewone rekenmachine
C
Een televisie
D
Een papieren agenda

Slide 8 - Quiz

6. Waarom is AI belangrijk?
A
Het vervangt alle menselijke banen
B
Het zorgt voor meer reclame
C
Het maakt internet sneller
D
Het helpt bij het automatiseren van processen

Slide 9 - Quiz

Slide 10 - Slide

7. Wat is een geldezel?
A
Iemand die geld vervoert voor een bank
B
Iemand die zijn bankrekening laat gebruiken door criminelen
C
Een manier om geld te sparen
D
Een financiële instelling

Slide 11 - Quiz

8. Hoe kun je voorkomen dat je als geldezel wordt gebruikt?
A
Alleen contactloos betalen
B
Al je e-mails negeren
C
Nooit je bankgegevens delen met onbekenden
D
Altijd je wachtwoord opschrijven

Slide 12 - Quiz

9. Wat kun je doen als je denkt dat je als geldezel wordt gebruikt?
A
De persoon blijven helpen
B
Je bank en de politie waarschuwen
C
Niets doen
D
Je rekening verwijderen

Slide 13 - Quiz

10. Wat kun je doen als iemand jou benadert om je bankrekening te gebruiken?

Slide 14 - Open question

Slide 15 - Slide

11. Wat is een chatbot?
A
Een programma dat automatisch vragen beantwoordt
B
Een website waar je met vrienden kunt chatten
C
Een apparaat dat spraak omzet in tekst
D
Een sociale media-app

Slide 16 - Quiz

12. Waarvoor worden chatbots gebruikt?
A
Voor nieuwsberichten
B
oor videobewerking
C
Voor muziek maken
D
Voor klantenservice en informatie

Slide 17 - Quiz

13. Hoe herken je dat je met een chatbot praat?
A
De antwoorden zijn vaak snel en automatisch
B
Je krijgt geen antwoord
C
De chatbot vraagt veel persoonlijke vragen
D
De chatbot gebruikt emoji's

Slide 18 - Quiz

14. Waarvoor kun je een chatbot gebruiken?

Slide 19 - Open question

Slide 20 - Slide

15. Wat is cybercriminaliteit?
A
Criminaliteit waarbij internet of computers worden gebruikt
B
Criminaliteit die op straat gebeurt
C
Een soort legale hacking
D
Een type sociale media

Slide 21 - Quiz

16. Wat is een voorbeeld van cybercriminaliteit?
A
Het hacken van een bankrekening
B
Een spel downloaden
C
Online een video bekijken
D
Een e-mail sturen naar een vriend

Slide 22 - Quiz

17. Hoe kun je je beschermen tegen cybercriminaliteit?
A
Al je bestanden online opslaan
B
Geen internet gebruiken
C
Je wachtwoord delen met vrienden
D
Een sterk wachtwoord gebruiken

Slide 23 - Quiz

Slide 24 - Slide

18. Wat kun je doen met Excel?
A
Muziek componeren
B
Social media beheren
C
Video’s bewerken
D
Tabellen maken en berekeningen uitvoeren

Slide 25 - Quiz

19. Wat is een formule in Excel?
A
Een koptekst in een document
B
Een instructie om berekeningen te maken
C
Een afbeelding in een spreadsheet
D
Een lettertype-instelling

Slide 26 - Quiz

20. Hoe wordt een vakje in Excel genoemd?
A
Een cel
B
Een tabel
C
Een rij
D
Een kolom

Slide 27 - Quiz

Slide 28 - Slide

21. Wat is een voorbeeld van cyberpesten?
A
Iemand kwetsende berichten sturen
B
Een grappige video delen
C
Een compliment geven
D
Samen een game spelen

Slide 29 - Quiz

22. Wat kun je doen als je merkt dat iemand wordt gecyberpest?
A
De persoon negeren
B
Zelf terug pesten
C
Het bespreken met een volwassene
D
Niets doen

Slide 30 - Quiz

23. Hoe kun je voorkomen dat je slachtoffer wordt van cyberpesten?
A
Altijd reageren op vervelende berichten
B
Alleen vrienden toevoegen die je goed kent
C
Alles delen met iedereen
D
Je wachtwoord delen

Slide 31 - Quiz

24. Wat kun je doen als je online lastiggevallen wordt?
A
Je account verwijderen
B
De persoon blokkeren en het melden
C
Zelf terugsturen
D
Niets doen

Slide 32 - Quiz

25. Waarom is cyberpesten schadelijk?
A
Het is altijd tijdelijk
B
Het heeft geen gevolgen
C
Het kan iemands gevoel van veiligheid en zelfvertrouwen aantasten
D
Het gebeurt alleen online

Slide 33 - Quiz

Slide 34 - Slide


Hoe vond je 
deze les?
😒🙁😐🙂😃

Slide 35 - Poll