Microbiologie les 3

TMIBI II — LEVENSMIDDELENINDUSTRIE

Selectieve & electieve

voedingsbodems

Media herkennen en interpreteren: van MSA tot Baird Parker

Voeding en media • Indeling van voedingsbodems • 8 platen in detail

1 / 22
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBiologieMBOStudiejaar 2

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min
Report this lesson

Items in this lesson

TMIBI II — LEVENSMIDDELENINDUSTRIE

Selectieve & electieve

voedingsbodems

Media herkennen en interpreteren: van MSA tot Baird Parker

Voeding en media • Indeling van voedingsbodems • 8 platen in detail

Eerst een paar vragen over de vorige les


Wat is het telbare gebied voor kiemgetalberekening?

A

10-300

B

35-350

C

30-300

D

20-200

Hoe bereken je het kiemgetal?

Wat is het verschil tussen een gietplaat en een spreidplaat?

OVERZICHT

Wat komt er aan bod?


01

Voeding en media

Waarom de samenstelling van een medium bepaalt wat er groeit


02

Indeling van voedingsbodems

Algemeen, verrijkt, selectief, electief en determinerend


03

Selectief vs. electief

De twee kernbegrippen die elke plaat combineert


04

8 platen in detail

MSA, EMB, Bloedagar, MYP, VRBG, VRBL, MacConkey en BP


05

Overzichtstabel

Alle platen naast elkaar: remstof, reactie, doelorganisme

Selectieve & electieve voedingsbodems

2

BASIS

Bouwstenen van een medium

Elke voedingsbodem is opgebouwd uit stoffen met een eigen functie:


1

Agar

Polymeer koolhydraat uit zeewier (roodwieren). Hoge smelt-, lage stoltemperatuur → geschikt voor platen; wordt niet afgebroken door m.o.


2

Peptonen

Gehydrolyseerde eiwitten (uit vlees, graan, caseïne, gelatine e.d.) — makkelijk voedsel voor bacteriën.


3

Extracten

Vlees- of gistextract als verrijking: aminozuren, vitamines en mineralen.


4

Suikers

Glucose, lactose, sacharose — energiebron én testbaar: fermentatie verzuurt het medium.


5

Remstoffen

Kristalviolet, galkleurstoffen, antibiotica — remmen ongewenste bacteriën (het ‘selectieve’ deel).


6

Indicatoren

Fenolrood, neutraalrood, broomthymolblauw — laten het medium van kleur veranderen bij een pH-verschuiving.


7

Diversen

Specifieke aminozuren, vetten e.d. voor bacteriën die deze stoffen strikt nodig hebben.

Selectieve & electieve voedingsbodems

4

In alle media voor m.o. zit agar.

A

Waar

B

Niet waar

BASIS

Indeling van voedingsbodems


Algemene media

Geschikt voor veel soorten bacteriën met eenvoudige koolstof- en eiwitbehoefte.

Peptonwater, bouillon(agar)


Verrijkte media

Algemene media + extra koolstof-/stikstofbronnen (glucose, bloed, serum) voor veeleisende bacteriën.

Glucosebouillon, bloedagar


Selectieve media

Verrijkt medium + een remstof of groeifactor: geschikt voor één of enkele bacteriesoorten.

MacConkey, EMB, MSA, VRBL/VRBG, BP, MYP


Electieve media

Selectief medium waarop bacteriën zich d.m.v. een biochemische reactie onderscheiden van andere.

VRBL en VRBG kunnen ook electief reageren


Determinerende media

Onderzoeken specifieke biochemische eigenschappen, bijv. de ‘bonte rij’.

Citraat-agar, ureum-agar, SIM-medium

Selectieve & electieve voedingsbodems

5

In verrijkte medium zitten extra stoffen in dan in een algemene media.

A

Waar

B

Niet waar

Alle soorten bacteriën kunnen groeien op algemene media.

A

Waar

B

Niet waar

KERNBEGRIPPEN

Selectief vs. electief


Ø

SELECTIEF

Een selectieve stof (remstof) remt of verhindert de groei van de meeste andere bacteriën, zodat de gezochte soort(en) een voorsprong krijgen.

Veelgebruikte remstoffen:

Kristalviolet

Galzouten

Telluriet / glycine / lithium

Polymyxine-B-sulfaat (antibioticum)

Hoge zoutconcentratie


Δ

ELECTIEF

Op een electief medium onderscheiden bacteriën zich dóór een specifieke biochemische reactie in of rond de kolonie — meestal zichtbaar als kleur of neerslag.

Veelgebruikte reacties/indicatoren:

Fermentatie van mannitol, lactose of glucose

Fenolrood / neutraalrood (pH-indicator)

Reductie van telluriet → zwarte kolonies

Lecithinase-activiteit (neerslaghof eigeel)

Hemolyse op bloedagar

Selectieve & electieve voedingsbodems

6



MSA

Mannitol Zout Agar

(Mannitol Salt Agar)

8

GEBRUIKT VOOR

Isolatie van stafylokokken (o.a. Staphylococcus aureus) en andere Micrococcaceae.



SELECTIEF

Hoge zoutconcentratie (NaCl). Remt de groei van de meeste andere bacteriën — alleen zouttolerante soorten overleven.



ELECTIEF

Mannitol + fenolrood.
Fermentatie → gele zone (bijv. S. aureus).
Geen fermentatie → medium blijft rood, geen kleurverandering.



EMB

Eosine Methyleenblauw agar

9

GEBRUIKT VOOR

Isolatie en differentiatie van Gram-negatieve, lactosefermenterende bacteriën (Enterobacteriaceae).



SELECTIEF

Eosine + methyleenblauw. Remmen (gedeeltelijk) de groei van Gram-positieve bacteriën.



ELECTIEF

Eosine, methyleenblauw en lactose.
Sterke lactosefermentatie: metallic groen (E. coli) of roze/slijmerig (E. aerogenes).
Geen fermentatie: doorzichtig.



Bloedagar

Schapenbloedagar

(verrijkt medium)

10

GEBRUIKT VOOR

Beoordelen van het hemolysepatroon — o.a. bevestiging van B. cereus (na MYP) en differentiatie van Staphylococcus/Streptococcus.



SELECTIEF

Niet selectief — bloedagar is een verrijkt medium. De waarde zit in de electieve (differentiërende) reactie hieronder.



ELECTIEF

γ (gamma): geen reactie.
α (alfa): hemoglobine → methemoglobine, groen/bruine hof (deels hemolyse)
β (beta): volledige lyse, heldere zone → bijv. B. cereus.



MYP

Mannitol Egg Yolk

Polymyxine agar

11

GEBRUIKT VOOR

Isolatie van Bacillus cereus.



SELECTIEF

Polymyxine-B-sulfaat. Remt Gram-negatieve micro-organismen en een deel van de Gram-positieve coccen.



ELECTIEF

Lecithine (eidooier) + mannitol/fenolrood.
Fosfatase breekt lecithine af → neerslaghof
Geen mannitolfermentatie → rood blijft. Kolonies: rozewit met rozeachtig hof
Combinatie neerslaghof + rode kleur -> B. cereus



VRBG

Violet Red Bile

Glucose agar

12

GEBRUIKT VOOR

Aantonen en tellen van Enterobacteriaceae.



SELECTIEF

Galzouten + kristalviolet. Remmen de groei van Gram-positieve bacteriën.



ELECTIEF

Glucose + neutraalrood.
Fermentatie → purperrode kolonies; bij veel fermentatie ook een rood neerslaghof (galzouten slaan neer) rondom de kolonie.



VRBL

Violet Red Bile

Lactose agar

13

GEBRUIKT VOOR

Aantonen en tellen van coliformen.



SELECTIEF

Galzouten + kristalviolet. Remmen de groei van Gram-positieve bacteriën.



ELECTIEF

Lactose + neutraalrood.
Fermentatie → purperrode kolonies + rood neerslaghof.
Geen fermentatie → kleurloze kolonies.

Verschil met VRBG: VRBL test op lactose, VRBG op glucose — verder identieke basis.



MacConkey

MacConkey-agar

14

GEBRUIKT VOOR

Aantonen en differentiëren van Gram-negatieve (met name enterale) bacteriën, o.a. coliformen.



SELECTIEF

Kristalviolet + galzouten. Alleen Gram-negatieve bacteriën groeien.



ELECTIEF

Lactose + neutraalrood.
Fermentatie → rode kolonies (bij veel fermentatie ook rood medium).
Geen fermentatie → kleurloos en doorzichtig.



BP

Baird Parker agar

15

GEBRUIKT VOOR

Isolatie van coagulase-positieve stafylokokken, met name Staphylococcus aureus.



SELECTIEF

Glycine, lithium en telluriet remmen de groei van de meeste bacteriën.



ELECTIEF

Telluriet + eigeel.
Reductie van telluriet → zwarte kolonies.
Proteolyse eigeel → helder hof; bij langer incuberen ook een troebel neerslaghof (lipase) → S. aureus!

Sleep de beschrijving naar de juiste plaat.

EMB

MSA

MacConkey

Alleen zouttolerante bacteriën overleven

E. coli is zichtbaar als een metallic groene gloed

Remt de groei van gram-positieve bacteriën

SAMENVATTING

De 8 platen

Selectieve & electieve voedingsbodems

16