NAT - LJ1 - P4 - WK05 - Tweede wet van Newton

Wat is het symbool voor Kracht?
A
K
B
F
C
N
D
M
1 / 11
next
Slide 1: Quiz
NatuurkundeMBOStudiejaar 1

This lesson contains 11 slides, with interactive quizzes.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Wat is het symbool voor Kracht?
A
K
B
F
C
N
D
M

Slide 1 - Quiz

Wat is de eenheid voor Kracht?
A
N
B
F
C
M
D
kg

Slide 2 - Quiz

Wat is het symbool voor Massa?
A
kg
B
N
C
F
D
m

Slide 3 - Quiz

Wat is de eenheid voor Massa?
A
kg
B
N
C
F
D
M

Slide 4 - Quiz

Wat is het symbool voor versnelling?
A
S
B
T
C
A
D
V

Slide 5 - Quiz

Wat is de eenheid voor Versnelling?
A
m
B
s
C
m/s
D
m/s2

Slide 6 - Quiz

Wat is de relatie tussen
kracht (F), massa (m) en
versnelling (a)?
A
F = m . a
B
m = F . a
C
a = F . m
D
er is geen relatie.

Slide 7 - Quiz

Aan een blok van 8 kg wordt getrokken met een versnelling van 4 m/s2. Wat is de kracht op dit blok?
A
F = 4/8 = 0,5 N
B
F = 8/4 = 2 N
C
F = 4 . 8 = 32 N
D
Die is niet te bepalen.

Slide 8 - Quiz

Aan een blok wordt getrokken met een kracht van 10 N. De massa is 5 kg.
Wat is de versnelling van dit blok?
A
a = 50 m/s2
B
a = 2 m/s2
C
a = 0,5 m/s2
D
Er is geen versnelling

Slide 9 - Quiz

Wat is de "resulterende"
kracht?
A
Fr = 10 - 4 = 6 N
B
Fr = 10 + 4 = 14 N
C
Fr = 3 x (10-4) = 18 N
D
Fr = (10-4) x 3 = 18 N

Slide 10 - Quiz

Wat is hier de versnelling (a)?
A
a = Fr . m a = 6 . 3 = 18 m/s2
B
a = Fr / m a = 6 / 3 = 2 m/s2
C
a = m / Fr a = 3 / 6 = 0,5 m/s2
D
Tegenwerkende krachten -> a = 0.

Slide 11 - Quiz