PP 1.2.3 allergie en allegische reacties

Woensdag 14 oktober Theorie

  • Lesuur 3

    • DA1DB PowerPoint in de les

      • DA1DA Opdracht week 3 maken buiten leslokaal



Pauze



  • Lesuur 4

    • DA1DB Opdrachten week 3 maken buiten leslokaal

    • DA1DA PowerPoint in de les


1 / 26
next
Slide 1: Slide
New lesson editorWelzijnMBOStudiejaar 1

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 55 min
Report this lesson

Items in this lesson

Woensdag 14 oktober Theorie

  • Lesuur 3

    • DA1DB PowerPoint in de les

      • DA1DA Opdracht week 3 maken buiten leslokaal



Pauze



  • Lesuur 4

    • DA1DB Opdrachten week 3 maken buiten leslokaal

    • DA1DA PowerPoint in de les


Allergie
en
Allergische reacties



1.2.3 AG DA Scalda

Leerdoelen

Wat is een allergie?

Allergie door aangeboren aanleg

  • Aangeboren aanleg voor een allergie heet ATOPIE

  • De patiënt noem je dan atopisch

Sensibilisatie

  • Na blootstelling aan een prikkel, kan het lang duren voordat het lichaam allergisch reageert. (sensibilisatie)

  • Gesensibiliseerd: allergische geworden

  • Eenmaal gesensibiliseerd, dan duurt het bij een volgende blootstelling niet lang voordat er opnieuw klachten volgen.

  • Ander woord voor deze allergie: directe allergie of type I-allergie


Mestcellen en IgE

  • Als een allergeen op of in het lichaam komt, dan koppelt IgE zich hieraan vast.

  • De combinatie allergeen en IgE maakt vervolgens mestcellen kapot.

  • De inhoud van mestcellen komt dan vrij : o.a. histamine

  • Histamine zorgt dat er klachten komen (bv jeuk of tranende ogen)

Allergische reactie

  • In de vorige dia’s ging het al over hoe een allergische reactie ontstaat.

  • Maar wat zijn allergische reacties:

    • Kriebelende neus, verstopte neus, loopneus

      • Neusslijmvlies kan ontstoken raken: allergische rhinosinusitis

    • Branderige e/o jeukende ogen

      • Tranenvloed = allergische conjunctivitis

    • Hoesten, kortademigheid

      • Ontstoken luchtpijptakjes = bronchitis

    • Opzwellen lippen, jeuk in de mond, misselijk, buikpijn

    • Jeuk

      • Netelroos ofwel galbulten

    • Extreme allergische reactie

      • Anafylactische shock

        • Strottenhoofd opzwellen, moeilijk lucht krijgen, extreem lage bloeddruk, beroerd, bleek, angstig of verward

Wat is een allergeen?

A

Een stof die een allergische reactie kan uitlokken

B

Een vitamine die het immuunsysteem versterkt

C

Een stofje die het lichaam zelf aanmaakt als er een allergie optreedt

D

Een medicijn tegen hooikoorts

Wat wordt bedoeld met atopie?

A

Schimmel op de huid

B

Besmetting door bacteriën

C

Tekort aan ijzer

D

Aanleg voor allergieën

Wat betekent sensibilisatie bij een allergie?

A

Het ontstaan van antistoffen tegen een stof

B

Directe genezing van de allergie

C

Een infectie door bacteriën

D

Het verdwijnen van klachten

Wat gebeurt er met een mestcel als IgE op het celoppervlak een allergeen herkent?

A

De cel deelt zich

B

De cel krimpt

C

De cel geeft histamine af

D

De cel maakt insuline

  • Allergenen = stoffen die een overgevoeligheidsreactie kunnen veroorzaken via activering van het afweersysteem (IgE)

    • Huisstofmijt

      • Klein spinachtig beestje, bevindt zich in huis en groeit in stof, en daar waar het vochtig is (vloerbekleding, matras, dekbed)

        • Klachten: neus en lagere luchtwegen

    • Stuifmeel (boom- en graspollen)

      • In de lente bloeien de belangrijkste allergene bomen (hazelaar, els en berk

      • In Mei en Juni voornamelijk de grassen

      • In Juli onkruid

        • Klachten: ogen en neus, jeuken, tranen, loopneus, niezen......

    • Huisdieren

      • Speeksel, ingeademde huidschilfers of haartjes van hond, kat, cavia....

        • Klachten: neus en lagere luchtwegen

    • Voedsel

      • Reactie op bestanddelen in de mond of in de rest van het maag-darmkanaal.

      • Baby op koemelkeiwit. Bekende andere voedingsmiddelen zijn: ei, noten, vis, varkensvlees, melk, pinda’s, chocola en sinaasappelen

        • Klachten : jeuk, branderig gevoel, buikpijn, anafylactische shock

    • Bijen en wespen

      • Gif van de bij of wesp

        • Klachten: pijn, zwelling, jeuk, duizeligheid, misselijkheid, kortademigheid en anafylactische shock


  • Geneesmiddelen

    • Penicillines, acetylsalicylzuur en gewone pijnstillers (m.u.v. Paracetamol)

      • Klachten: jeuk, diarree, buikpijn, en zeldzaam een anafylactische shock

Allergenen

Contact allergie

Onderzoek(en) bij allergie

Bloedonderzoek

  • Bloedonderzoek

  • In bloed wordt gekeken of er veel IgE aanwezig is.

  • Kan uitwijzen of er een allergie is (uitslag is positief of negatief)

  • Kan specifiek worden bekeken waartegen het IgE is gericht, dus waar de patiënt allergisch op reageert.

  • Uitslag wordt uitgedrukt in plusjes, hoe meer plusjes, hoe sterker de allergie lijkt te zijn

Huidpriktest

  • Er worden bestanddelen van verschillende allergenen in de huid geprikt.

  • Na 15 minuten wordt gekeken of er een allergische reactie optreed.

  • Op die plaatsen ontstaat roodheid en jeuk, en ontstaan er Kwaddels die opgemeten worden.

  • Nadelen:

    • Belastend voor kinderen

    • Op donkere huid moeilijk te beoordelen

    • Enkele dagen voor test, stoppen met medicatie tegen de allergie

Provocatieonderzoek

  • Bewust in contact brengen met allergenen.

  • Daarna wordt beoordeeld of klachten herkenbaar zijn voor de patient

    • B.v. een provocatie-inhalatie

      • Patiënt ademt een allergeen in

      • Gelet wordt of er klachten van kortademigheid of hoesten ontstaan

Plakproeven

  • Onderzoek voor contacteczeem

  • Ook wel lapjesproef genoemd.

  • Voor op de rug worden er dan een aantal pleisters of lapjes geplakt.

  • Die pleisters of lapjes bevatten verschillende allergenen

  • Patiënt gaat naar huis, mag niet douchen, baden of zwemmen.

  • Na een paar dagen komt patiënt terug, en wordt er onder de pleisters of lapjes gekeken, of en zo ja voor welke stoffen een allergie is opgetreden.

    • Nadelen:

      • Tijdens onderzoek kan er jeuk op rug ontstaan

      • Niet in de zon zitten met de rug, 1 week voor het onderzoek

      • Niet kunnen wassen/douchen, baden en zwemmen

In welke omgeving voelt een huisstofmijt zich het meest thuis?

A

Warm en vochtig

B

Koud en droog

C

Winderig en fris

D

Donker en koud

Wat is een contactallergie?

A

Een allergische reactie na huidcontact met een stof

B

Een infectie door bacteriën op de huid

C

Een blauwe plek door druk op de huid

D

Een tijdelijke droge huid door kou

Wat is het doel van een provocatietest in de zorg?

A

Een klacht opwekken

B

Een diagnose vervangen

C

Een behandeling starten

D

Een meting overslaan

Wat is een kwaddel?

A

Een jeukende huidzwelling

B

Een blauwe plek

C

Een open wond

D

Een droge schilfer

Maatregelen

L

  • Je kunt in eigen woorden uitleggen wat een allergie is.

  • Je kunt uitleggen hoe een allergische reactie ontstaat.

  • Je weet wat allergenen zijn zoals:

    • Huisstofmijt

    • Stuifmeel

    • Huisdieren

    • Voedsel

    • Bijen en wespen

    • Geneesmiddel

  • Je weet wat contact allergieën zijn en waardoor dit veroorzaakt kunnen worden.

  • Je kunt uitleggen welke onderzoeken bij allergie kunnen worden uitgevoerd:

    • Bloedonderzoek

    • huidpriktest

    • Provocatietest

    • plakproeven


Leerdoelen behaald?