Melodie en motiefverwerking (Muziek vwo), les 3: Terugblik quiz

VAKTHEORIE · MELODIE

QUIZ

Terugblik: Melodie en motiefverwerking

1 / 16
next
Slide 1: Slide
New lesson editorMuziekMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min
Report this lesson

Introduction

Terugblik met een quiz van twaalf vragen, waarvan een luistervraag, over zinsbouw, leitmotief, sample, hook, melodievoering, basso continuo, walking bas, sequens, voortspinnen en ostinato.

Items in this lesson

VAKTHEORIE · MELODIE

QUIZ

Terugblik: Melodie en motiefverwerking

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Andreas Praefcke / Wikimedia Commons, CC BY 3.0

Welke term hoort bij regelmatige zinnen van vier plus vier maten?

A

Voortspinnen

B

Melodievoering

C

Doorbreking

D

Periodische zinsbouw

Regelmatige zinnen van gelijke lengte vormen een periode. Wie doorbreking kiest, noemt het tegenovergestelde.

Welk motief hoort bij een personage?

Goede antwoord: leitmotief. Verwachte fout: thema. Een thema is de hoofdmelodie, een leitmotief is gekoppeld aan een personage of idee.

Vul in: sample en hook

Een sample komt uit een bestaande opname; een hook is een pakkende frase die in je hoofd blijft hangen.

sample
hook
riff
fills

Sample: herkomst uit een opname. Hook: wat blijft hangen. Veelgemaakte fout: riff invullen bij hook.

Welke bewering over melodievoering in de romantiek klopt?

A

De melodie voert met brede bogen naar een climax

B

De melodie bestaat uit korte, steeds herhaalde motieven

C

De melodie blijft steeds op dezelfde toonhoogte

D

De melodie komt uit een sample van een oudere opname

Romantische melodievoering gebruikt brede bogen naar een climax of rust. Wie korte herhaalde motieven kiest, denkt aan voortspinnen of een ostinato.

In welke stroming hoor je vaak doorbreking van de periode?

A

Barok

B

Hiphop

C

Impressionisme

D

Rock-'n-roll

Het impressionisme, bijvoorbeeld Debussy, laat de regelmatige zinnen los. Wie barok kiest, denkt aan de vaste patronen van voortspinnen en sequens.

Welke taak heeft het basso continuo in de barok?

A

Het speelt de hoofdmelodie als solist

B

Het zorgt voor een sample onder de zang

C

Het is de basis van de compositie

D

Het herhaalt een riff boven de melodie

Het basso continuo bestaat uit een baslijn met akkoorden en vormt de basis van het stuk. Wie de hoofdmelodie kiest, verwart continuo met een solist.

In welke twee stijlen hoor je vooral een walking bas?

A

Jazz en blues

B

Barok en romantiek

C

Hiphop en dance

D

Impressionisme en renaissance

Een walking bas is kenmerkend voor jazz, blues en rock-'n-roll. Wie barok kiest, verwart walking bas met basso continuo.

Wat is het verschil tussen een sequens en voortspinnen?

A

Sequens is syllabisch, voortspinnen melismatisch

B

Sequens hoort bij jazz, voortspinnen bij hiphop

C

Er is geen verschil: het is dezelfde techniek

D

Sequens verplaatst een motief, voortspinnen spint het uit

Een sequens herhaalt een motief op een andere hoogte, voortspinnen werkt een motief steeds verder uit tot een lange melodie.

Wat noem je een korte onderbreking van de begeleiding?

A

Fills

B

Een break

C

Een hook

D

Een sample

Bij een break valt de begeleiding even weg. Wie fills kiest, denkt aan korte opvulstukjes tussen zinnen, waarbij de begeleiding doorgaat.

Een zanger zingt bij elke lettergreep een toon. Hoe heet dat?

A

Syllabisch

B

Melismatisch

C

Voortspinnen

D

Doorbreking

Een toon per lettergreep is syllabisch, veel tonen op een lettergreep is melismatisch.

Een patroon in de bas blijft terugkomen terwijl de melodie verandert. Wat is dat?

A

Een walking bas

B

Een leitmotief

C

Een ostinato

D

Doorbreking

Een herhaald patroon onder een veranderende melodie is een ostinato. Wie walking bas kiest, vergeet dat die steeds door andere tonen loopt.

Video: Purcell: When I am laid in earth, Dido's lament (Anna Dennis, Voices of Music). Wat leerlingen horen: een rustig, dalend baspatroon dat steeds opnieuw begint, gespeeld door de continuogroep, met daarboven de zang. Goede antwoord: een ostinato, gespeeld door het basso continuo.

Je hoort Dido's lament van Purcell. Wat hoor je in de bas?

A

Een walking bas, gespeeld door het basso continuo

B

Een ostinato, gespeeld door het basso continuo

C

Een riff, gespeeld door een elektrische bas

D

Een sample, gespeeld door een draaitafel

De bas herhaalt onder de zang steeds hetzelfde patroon en wordt gespeeld door het basso continuo. Wie walking bas kiest, hoort geen steeds wisselende tonen.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

♪ VAKTHEORIE · MELODIE

GOED GEDAAN!

Je kunt nu zinsbouw analyseren en motiefverwerking, leitmotieven, bassen en samples herkennen. Luister vandaag naar een nummer dat je kent: kun je de zinnen tellen en de bas benoemen?

This item has no instructions