Melodie en motiefverwerking (Muziek vwo), les 2: Examentraining

VAKTHEORIE · MELODIE

EXAMENTRAINING

Melodie en motiefverwerking: zo pak je examenvragen aan

1 / 22
next
Slide 1: Slide
New lesson editorMuziekMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Introduction

Examentraining met vier vraagtypen: zinsbouw analyseren, motiefverwerking herkennen, riff, hook en sample onderscheiden en bas en tekstzetting beluisteren. Acht vragen, waarvan vijf luistervragen.

Items in this lesson

VAKTHEORIE · MELODIE

EXAMENTRAINING

Melodie en motiefverwerking: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Andreas Praefcke / Wikimedia Commons, CC BY 3.0

♪ VAKTHEORIE · MELODIE

WAT GA JE KUNNEN?

Ik kan zinsbouw analyseren en motiefverwerking, riffs, bassen, melismen en samples in fragmenten herkennen.

This item has no instructions

♪ VAKTHEORIE · MELODIE

ZO PAK JE EEN EXAMENVRAAG AAN

  • 1. Lees: welk aspect wordt gevraagd? Zinsbouw, motiefverwerking, de bas, de tekstzetting of hergebruik?

  • 2. Kijk of luister: tel maten in notenschrift. Luister bij een fragment twee keer en let op rustpunten.

  • 3. Vergelijk: wat blijft gelijk en wat verandert? Lengte van de zinnen, hoogte van het motief, richting van de bas?

  • 4. Beargumenteer: kies het begrip en controleer of geen ander begrip ook past.

This item has no instructions

Periodische zinsbouw: voorzin en nazin in de Ode an die Freude

♪ VAKTHEORIE · MELODIE

VRAAGTYPE 1: ZINSBOUW ANALYSEREN

  • Je telt de maten van de zinnen en beoordeelt of de zinsbouw periodiek is.

  • Een voorzin en nazin van gelijke lengte zijn periodiek, verschillen ze dan is de regelmaat doorbroken.

  • Let bij een fragment op rustpunten: waar valt de melodie stil of rust ze?

A1/A2: muzikale zinnen analyseren en periodische zinsbouw interpreteren. Laat leerlingen de maten tellen en een streep zetten bij elk rustpunt. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding

Wat klopt van de zinsbouw in deze melodie?

A

Beide zinnen zijn even lang: periodische zinsbouw

B

De voorzin is langer dan de nazin

C

De nazin is twee maten langer: de periode is doorbroken

D

Er is alleen een voorzin en geen nazin

De voorzin heeft vier maten en de nazin zes maten. De regelmatige opbouw van vier plus vier maten is dus doorbroken door een uitbreiding. Wie periodisch kiest, telt de maten van de nazin niet na. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding

Video: Haydn: Symfonie nr. 94 "Verrassing", tweede deel (Academy of Ancient Music). Wat leerlingen horen: een eenvoudige melodie in korte zinnen van gelijke lengte, met duidelijke rustpunten, op periodeninstrumenten. Goede antwoord: regelmatig, dus periodische zinsbouw.

Je hoort het thema van Haydns Verrassingssymfonie. Hoe is de zinsbouw?

A

Regelmatig: korte zinnen van gelijke lengte

B

Onregelmatig: de zinnen worden steeds uitgebreid

C

Voortspinnend: er zijn geen rustpunten

D

Vrij: er zijn geen zinnen te onderscheiden

Het thema bestaat uit korte, evenlange zinnen met duidelijke rustpunten: periodische zinsbouw. Wie onregelmatig kiest, verwart de eenvoudige melodie met die van Debussy.

Sequens: een motief van vier noten, steeds een stap hoger

♪ VAKTHEORIE · MELODIE

VRAAGTYPE 2: MOTIEFVERWERKING HERKENNEN

  • Je ziet of hoort hoe een motief wordt verwerkt en benoemt de techniek.

  • Vergelijk het motief in de volgende maat: dezelfde vorm op een andere hoogte is een sequens.

  • Wordt een motief steeds verder uitgesponnen zonder rustpunt, dan is het voortspinnen.

A1/A2: motiefverwerkingstechnieken herkennen. Laat leerlingen bij het notenbeeld eerst de richting van de sequens benoemen en pas daarna het begrip. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding

Wat gebeurt er met het motief uit de eerste maat?

A

Het klinkt twee keer even hoog: een ostinato

B

Het klinkt twee keer een stap hoger: een sequens

C

Het wordt vervangen door een nieuw thema

D

Het klinkt twee keer een stap lager: een sequens

De eerste maat begint op E, de tweede op D en de derde op C: dezelfde vorm, steeds een stap lager. Wie een stap hoger kiest, let niet op de richting. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding

Video: Bach: Brandenburgs concert nr. 3, eerste deel (Norwegian Chamber Orchestra). Wat leerlingen horen: strijkers die met een kort motief beginnen en dat steeds verder uitspinnen, met sequensen en zonder rustpunten. Goede antwoord: voortspinnen.

Je hoort het begin van Bachs derde Brandenburgse concert. Hoe is het opgebouwd?

A

Periodische zinsbouw van vier plus vier maten

B

Voortspinnen van het openingsmotief

C

Een leitmotief dat een personage voorstelt

D

Een sample uit een eerdere opname

Het openingsmotief wordt steeds verder uitgesponnen, zonder duidelijke zinseinden. Wie periodische zinsbouw kiest, zoekt vraag en antwoord die hier niet horen.

♪ VAKTHEORIE · MELODIE

VRAAGTYPE 3: RIFF, HOOK EN SAMPLE

  • Je bepaalt of een herhaald stuk een riff, hook of sample is.

  • Een riff speel je zelf, een sample komt uit een bestaande opname.

  • Een hook is wat in je hoofd blijft hangen, vaak in pop en dance.

A1/A2: muzikale aspecten herkennen en benoemen. Vraag door: past een ander begrip ook? Een riff kan ook een hook zijn, maar bij een sample gaat het om herkomst.

Een producer laat vier seconden uit een oude opname steeds herhalen. Wat is dat?

A

Een sample

B

Een riff

C

Een leitmotief

D

Een walking bas

Een stuk uit een bestaande opname dat opnieuw wordt gebruikt is een sample. Wie riff kiest, vergeet dat een riff zelf wordt gespeeld.

Video: The Beatles: Day Tripper (The Beatles). Wat leerlingen horen: een korte, herhaalde gitaarfrase waarmee het nummer opent en die later terugkomt. Goede antwoord: een riff.

Je hoort het begin van Day Tripper. De gitaarfrase blijft terugkomen. Wat is dat?

A

Een leitmotief

B

Een sample

C

Een riff

D

Basso continuo

De gitaarfrase klinkt aan het begin en komt steeds terug en geeft het nummer zijn karakter: een riff. Wie leitmotief kiest, denkt aan een motief dat bij een personage hoort.

Walking bas: kwartnoten door de akkoorden C, F, G en C

♪ VAKTHEORIE · MELODIE

VRAAGTYPE 4: BAS EN TEKSTZETTING BELUISTEREN

  • Je luistert naar de bas of naar de manier waarop de tekst is gezet.

  • Een walking bas loopt in regelmatige kwarten door de akkoorden.

  • Bij een melisme zingt de zanger veel tonen op een lettergreep.

A1/A2 en A3: muzikale aspecten herkennen en in verband brengen met een stijl. Laat leerlingen meetikken op de bas en bij zang tellen hoeveel tonen er op een lettergreep vallen. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding

Video: Oscar Peterson: Night Train (The Estate of Oscar Peterson). Wat leerlingen horen: een swingende trio met piano, bas en drums; de bas speelt regelmatige kwartnoten en loopt door de akkoorden van het blues. Goede antwoord: een walking bas, typisch voor de jazzlijn.

Je hoort Night Train. Wat speelt de bas, en bij welke lijn past dat?

A

Een ostinato, typisch voor de barok

B

Een walking bas, typisch voor de jazzlijn

C

Basso continuo, typisch voor de klassieke lijn

D

Een sample, typisch voor de hiphop

De bas speelt bij elke tel een andere toon en loopt zo door de akkoorden: een walking bas, kenmerkend voor jazz. Wie basso continuo kiest, koppelt de bas aan de barok, maar hier is geen klavecimbel te horen.

Video: Handel: Rejoice greatly uit Messiah (Amanda Forsythe, Boston Baroque). Wat leerlingen horen: na de orkestinleiding zingt de sopraan op het woord rejoice een lange reeks snelle tonen op een lettergreep. Goede antwoord: melismatisch.

Je hoort Handels Rejoice greatly. Hoe is de tekst gezet bij rejoice?

A

Syllabisch: een toon per lettergreep

B

Als een leitmotief voor een personage

C

In een sample uit een eerdere opname

D

Melismatisch: veel tonen op een lettergreep

De sopraan zingt op rejoice een lange reeks snelle tonen op een lettergreep: melismatisch. Wie syllabisch kiest, noemt het omgekeerde.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Zinsbouw analyseren

2

Motiefverwerking herkennen

3

Riff, hook en sample

4

Bas en tekstzetting

Herhaal het vraagtype met de meeste stemmen aan de hand van de uitlegdia uit les 1.

♪ VAKTHEORIE · MELODIE

TIPS VOOR OP HET EXAMEN

  • Tel bij een notenbeeld eerst de maten van elke zin voordat je antwoordt.

  • Vergelijk de beginnoot van een herhaald motief: een andere hoogte betekent sequens.

  • Past een tweede begrip ook? Zoek het verschil: herkomst, richting of aantal tonen.

  • Luister twee keer: eerst globaal, dan naar de bas of naar de rustpunten.

This item has no instructions