Melodische relaties (Muziek havo), les 2: Examentraining

VAKTHEORIE · MELODIE

EXAMENTRAINING

Melodische relaties: zo pak je examenvragen aan

1 / 23
next
Slide 1: Slide
New lesson editorMuziekMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Introduction

Examentraining met vier vraagtypen: motiefverwerking in notenschrift, riff en ostinato horen, de bas in jazz en barok en voortspinnen en melisme. Acht vragen, waarvan zes luistervragen.

Items in this lesson

VAKTHEORIE · MELODIE

EXAMENTRAINING

Melodische relaties: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Thomas Hardy / Wikimedia Commons, publiek domein

♪ VAKTHEORIE · MELODIE

WAT GA JE KUNNEN?

Ik kan in notenschrift en bij luisterfragmenten motiefverwerking, riffs, bassen en melismen herkennen.

This item has no instructions

♪ VAKTHEORIE · MELODIE

ZO PAK JE EEN EXAMENVRAAG AAN

  • 1. Lees: welk begrip wordt gevraagd? Een patroon, een bas, een versiering of een verandering van het motief?

  • 2. Kijk of luister: zie je noten? Vergelijk de maten. Hoor je een fragment? Luister twee keer.

  • 3. Let op: wat blijft hetzelfde en wat verandert? Hoogte, ritme of tekst?

  • 4. Kies: kies het begrip dat past bij wat je ziet of hoort en controleer het nog een keer.

This item has no instructions

Sequens: een motief van vier noten, steeds een stap hoger

♪ VAKTHEORIE · MELODIE

VRAAGTYPE 1: MOTIEFVERWERKING IN NOTENSCHRIFT

  • Je ziet een melodie in noten en bepaalt wat er met het motief gebeurt.

  • Vergelijk de eerste maat met de tweede: zelfde vorm, andere hoogte?

  • Kijk daarna naar de contour van de hele melodie.

A1/A2: een muzieknotatie volgen en motiefverwerking herkennen. Laat leerlingen eerst de noten van maat 1 hardop benoemen en daarna die van maat 2. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding

Wat gebeurt er in de tweede maat met het motief uit de eerste maat?

A

Het klinkt even hoog: een ostinato

B

Het is een nieuw thema zonder verband

C

Het klinkt een stap lager: een sequens

D

Het valt stil: een break

De eerste maat is A G F A, de tweede maat is G F E G: dezelfde vorm, elke noot een stap lager. Dat is een sequens. Wie ostinato kiest, ziet niet dat de hoogte verandert. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding

Wat is de contour van deze melodie?

A

Een boog: eerst stijgend, dan dalend

B

Steeds stijgend tot het einde

C

Steeds dalend vanaf de eerste noot

D

Eerst dalend, dan stijgend

De melodie C D F A stijgt naar de A en daalt dan G E D C terug naar het begin: een boog. Wie eerst dalend kiest, leest de lijn omgekeerd. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding

Ostinato: een patroon van vier noten in de bas, drie keer herhaald

♪ VAKTHEORIE · MELODIE

VRAAGTYPE 2: RIFF EN OSTINATO HOREN

  • Je hoort een patroon dat blijft terugkomen en kiest het juiste begrip.

  • Een riff is een herkenbare frase die een nummer zijn karakter geeft.

  • Een ostinato herhaalt een patroon, vaak in de bas onder een melodie.

A1/A2: muzikale aspecten herkennen en benoemen. Laat leerlingen het fragment twee keer horen en vragen waar de herhaling zit, bovenin of onderin. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding

Video: Queen: Another One Bites the Dust (live, Queen). Wat leerlingen horen: een laag, steeds herhaald basgitaarpatroon dat het nummer draagt. Goede antwoord: een riff.

Je hoort Another One Bites the Dust. Wat speelt de bas steeds?

A

Een walking bas

B

Een break

C

Een melisme

D

Een riff

De basgitaar speelt een kort patroon dat het hele nummer terugkomt en het karakter geeft: een riff. Wie walking bas kiest, denkt aan een bas die steeds door andere tonen loopt.

Video: Purcell: When I am laid in earth, Dido's lament (Lea Desandre, Thomas Dunford, Jupiter, Warner Classics). Wat leerlingen horen: een rustig, dalend baspatroon dat steeds opnieuw begint, met daarboven de zang. Goede antwoord: een ostinato.

Je hoort Dido's lament van Purcell. Welk begrip past bij de baslijn?

A

Een break

B

Een ostinato

C

Een melisme

D

Fills

De bas herhaalt onder de zang steeds hetzelfde patroon. Dat is een ostinato. Wie break kiest, let op de pauzes in de zang, maar de bas stopt niet.

Walking bas: kwartnoten door de akkoorden C, F, G en C

♪ VAKTHEORIE · MELODIE

VRAAGTYPE 3: DE BAS IN JAZZ EN BAROK

  • Je hoort een baslijn en benoemt het begrip dat erbij past.

  • Een walking bas loopt in gelijke noten door de akkoorden, vooral in jazz en blues.

  • Een basso continuo hoort bij barokmuziek en bestaat uit een bas en een akkoordinstrument.

A1/A2: muzikale aspecten herkennen. Laat leerlingen meetikken: in een walking bas valt bij elke tel een andere toon. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding

Video: Oscar Peterson: C Jam Blues (The Estate of Oscar Peterson). Wat leerlingen horen: de bas speelt in gelijke noten, bij elke tel een andere toon, onder de piano. Goede antwoord: een walking bas.

Je hoort C Jam Blues. Wat speelt de bas?

A

Een walking bas

B

Voortspinnen

C

Een melisme

D

Een break

De bas speelt bij elke tel een andere toon en loopt zo door de akkoorden: een walking bas. Wie een break kiest, verwart de doorlopende bas met een onderbreking.

Video: Vivaldi: La primavera uit De vier jaargetijden (Voices of Music). Wat leerlingen horen: strijkers met een solist, en onderin een cello met een akkoordinstrument dat de akkoorden speelt. Goede antwoord: basso continuo.

Cello en een akkoordinstrument spelen samen de bas. Wat is dat?

A

Een walking bas

B

Een ostinato

C

Basso continuo

D

Een riff

Een baslijn gespeeld door bijvoorbeeld cello met een klavecimbel of orgel is het basso continuo. Wie ostinato kiest, denkt aan herhaling, maar de continuo volgt de akkoorden van het stuk.

Johann Sebastian Bach, schilderij van Elias Gottlob Haussmann, 1748

♪ VAKTHEORIE · MELODIE

VRAAGTYPE 4: VOORTSPINNEN EN MELISME

  • Je hoort hoe een melodie zich ontwikkelt of wordt versierd.

  • Bij voortspinnen wordt een motief steeds verder uitgesponnen, zonder duidelijk rustpunt.

  • Bij een melisme zingt de zanger veel tonen op een lettergreep.

A1/A2: motiefverwerking herkennen. Laat leerlingen opschrijven wat er steeds terugkomt en of er rustpunten zijn. Image credit: Elias Gottlob Haussmann / Wikimedia Commons, publiek domein

Video: Bach: Brandenburgs concert nr. 3, eerste deel (Voices of Music). Wat leerlingen horen: strijkers die met een kort motief beginnen en dat steeds verder uitspinnen, met sequensen en zonder duidelijke pauzes. Goede antwoord: voortspinnen.

Je hoort het begin van Bachs derde Brandenburgse concert. Wat hoor je?

A

Een break

B

Voortspinnen

C

Een melisme

D

Fills

Het openingsmotief wordt door de strijkers steeds verder uitgesponnen, zonder duidelijk rustpunt: voortspinnen. Wie melisme kiest, denkt aan zang, maar hier zingt niemand.

Video: Angels We Have Heard on High (John Rutter, The Cambridge Singers). Wat leerlingen horen: bij het refrein zingt het koor het woord Gloria met een lange, kronkelende reeks tonen op de eerste lettergreep. Goede antwoord: een melisme.

Wat zingt het koor bij het woord Gloria in het refrein?

A

Een break waarin het koor even stopt

B

Een walking bas onder de zang

C

Een riff op een elektrische gitaar

D

Veel tonen op de eerste lettergreep: een melisme

Op de eerste lettergreep van Gloria zingt het koor een lange reeks tonen: een melisme. Wie een break kiest, let op de adempauzes, maar het koor zingt door.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Motiefverwerking in noten

2

Riff en ostinato horen

3

De bas in jazz en barok

4

Voortspinnen en melisme

Herhaal het vraagtype dat de meeste stemmen krijgt met de bijbehorende uitlegdia uit les 1.

♪ VAKTHEORIE · MELODIE

TIPS VOOR OP HET EXAMEN

  • Vergelijk bij een notenbeeld eerst de maten: zelfde vorm op een andere hoogte is een sequens.

  • Een patroon dat blijft terugkomen: riff of ostinato. Een bas die door andere tonen loopt: walking bas.

  • Luister bij een fragment twee keer: eerst globaal, dan naar wat steeds terugkomt.

  • Veel tonen op een lettergreep is een melisme, een motief dat steeds verder wordt uitgesponnen is voortspinnen.

This item has no instructions