Natievorming en staat (Maatschappijwetenschappen vwo), les 3: Terugblik quiz

BINDING · NATIEVORMING

Quiz

Terugblik: Natievorming en staat

1 / 14
next
Slide 1: Slide
New lesson editorMaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min
Report this lesson

Introduction

Terugblik met een quiz van elf vragen over het hele onderwerp natievorming en de staat.

Items in this lesson

BINDING · NATIEVORMING

Quiz

Terugblik: Natievorming en staat

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Saulius Gruodis, Lithuanian State Central Archives / Wikimedia Commons, CC BY 4.0

Vul in

Volgens het modernisme is de natie een uitvinding van het 19e-eeuwse nationalisme, waardoor nationale identiteiten kunnen veranderen.

modernisme
nationalisme
essentialisme
socialisme

Syllabus 16.1. Verwachte fout: essentialisme invullen.

Welke omschrijving past bij het begrip natie?

A

Een gebied met één centraal gezag en geweldsmonopolie

B

Een bondgenootschap van staten

C

Alle inwoners van één staat

D

Een verbonden groep die een eigen staat nastreeft

Syllabus 16.1: een natie voelt zich verbonden door geschiedenis, taal en/of cultuur en streeft een eigen staat na. Verwachte fout: natie gelijkstellen aan alle inwoners van een staat.

Natie N woont verspreid over drie staten. Waartoe leidt dit vaak?

A

Een natiestaat met drie grenzen

B

Een sterkere binding met alle drie de staten

C

Automatische erkenning als natiestaat

D

Spanningen tussen de natie en de staten

Syllabus 16.1: naties verspreid over verschillende staten leiden vaak tot spanningen. Verwachte fout: denken dat een verspreide natie vanzelf een natiestaat vormt.

Waarom is staatsvorming niet hetzelfde als natievorming?

A

Natievorming gaat altijd vooraf aan staatsvorming

B

De bevolking van een staat hoeft geen natie te vormen

C

Elke staat is automatisch een natiestaat

D

Staatsvorming is alleen een Europees proces

Syllabus 16.1: de groep mensen op het grondgebied van de staat hoeft geen natie te vormen, dus niet elke staat is een natiestaat. Verwachte fout: de volgorde als vaste regel zien.

Welk voorbeeld is een collectief goed volgens de syllabus?

A

Winst van een multinational

B

Een vrijwillige buurtbarbecue

C

Openbare orde en veiligheid

D

Een koopwoning

Syllabus 16.2: voorbeelden zijn openbare orde en veiligheid, infrastructuur, onderwijs en volksgezondheid. Verwachte fout: een algemeen nuttig maar particulier goed kiezen.

Wat is een free rider bij collectieve actie?

Goed antwoord: iemand die profiteert van een collectief goed zonder mee te betalen of mee te werken. Verwachte fout: iemand die het goed levert. Syllabus 16.2.

Zet op volgorde, van eerst naar laatst

1

Arbeidsonrust en epidemieën worden bedreigend

2

Schaalvergroting door staatsvorming

3

De overheid zet onderwijs en zorg op

4

De verzorgingsstaat komt tot ontwikkeling

Syllabus 16.2: de schaal van het probleem groeide, problemen als arbeidsonrust, epidemieën en analfabetisme werden bedreigend, de overheid pakte ze aan en de verzorgingsstaat ontwikkelde zich. Verwachte fout: de verzorgingsstaat vroeg plaatsen.

Welk effect heeft individualisering op de verzorgingsstaat?

A

Het versterkt de roep om minimalisering ervan

B

Het leidt tot uitbreiding van het kiesrecht

C

Het leidt tot meer vrijwillige bijdragen

D

Het versterkt de natievorming

Syllabus 16.2: individualisering draagt bij aan de roep om minimalisering van de verzorgingsstaat. Verwachte fout: denken dat individualisering tot meer solidariteit leidt.

Welke ontwikkeling tast de autonomie van staten aan?

A

Minder grensoverschrijdende problemen

B

Groeiende invloed van intergouvernementele organisaties

C

Het verdwijnen van multinationals

D

Minder internationale samenwerking

Syllabus 16.3. Verwachte fout: een afnemend globaliseringsproces kiezen.

Twee tekenen dat nationale binding blijft?

Goed antwoord: twee van neo-nationalistisch cultureel verzet, steun voor typisch Nederlands beleid, aandacht voor nationale politiek in de media, verzet tegen meer macht van de EU. Verwachte fout: noemen dat Europa sterker bindt. Syllabus 16.3.

Welke bindende factor van de staat ontbreekt grotendeels op Europees niveau?

A

Vrij verkeer van goederen en personen

B

Een parlement met rechtstreekse verkiezingen

C

Een gemeenschappelijke munt in veel lidstaten

D

Een gezamenlijke taal en geschiedenisonderwijs

Syllabus 16.4: één taal, geschiedenis op school, dienstplicht en feestdagen ontbreken op Europees niveau. De andere opties bestaan wel, maar horen niet bij de bindende factoren van de syllabus.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

BINDING · NATIEVORMING

Goed gedaan!

De natie en de staat zijn niet hetzelfde: staatsvorming en natievorming lopen niet altijd parallel. De staat lost problemen van collectieve actie op en wint daarmee legitimiteit. Globalisering tast zijn autonomie aan, maar de binding met de staat blijft sterker dan die met Europa.

This item has no instructions