BINDING · NATIEVORMING
Quiz
Terugblik: Natievorming en staat
BINDING · NATIEVORMING
Quiz
Terugblik: Natievorming en staat
Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Saulius Gruodis, Lithuanian State Central Archives / Wikimedia Commons, CC BY 4.0
Vul in
Volgens het modernisme is de natie een uitvinding van het 19e-eeuwse nationalisme, waardoor nationale identiteiten kunnen veranderen.
Syllabus 16.1. Verwachte fout: essentialisme invullen.
Welke omschrijving past bij het begrip natie?
Een gebied met één centraal gezag en geweldsmonopolie
Een bondgenootschap van staten
Alle inwoners van één staat
Een verbonden groep die een eigen staat nastreeft
Syllabus 16.1: een natie voelt zich verbonden door geschiedenis, taal en/of cultuur en streeft een eigen staat na. Verwachte fout: natie gelijkstellen aan alle inwoners van een staat.
Natie N woont verspreid over drie staten. Waartoe leidt dit vaak?
Een natiestaat met drie grenzen
Een sterkere binding met alle drie de staten
Automatische erkenning als natiestaat
Spanningen tussen de natie en de staten
Syllabus 16.1: naties verspreid over verschillende staten leiden vaak tot spanningen. Verwachte fout: denken dat een verspreide natie vanzelf een natiestaat vormt.
Waarom is staatsvorming niet hetzelfde als natievorming?
Natievorming gaat altijd vooraf aan staatsvorming
De bevolking van een staat hoeft geen natie te vormen
Elke staat is automatisch een natiestaat
Staatsvorming is alleen een Europees proces
Syllabus 16.1: de groep mensen op het grondgebied van de staat hoeft geen natie te vormen, dus niet elke staat is een natiestaat. Verwachte fout: de volgorde als vaste regel zien.
Welk voorbeeld is een collectief goed volgens de syllabus?
Winst van een multinational
Een vrijwillige buurtbarbecue
Openbare orde en veiligheid
Een koopwoning
Syllabus 16.2: voorbeelden zijn openbare orde en veiligheid, infrastructuur, onderwijs en volksgezondheid. Verwachte fout: een algemeen nuttig maar particulier goed kiezen.
Wat is een free rider bij collectieve actie?
Goed antwoord: iemand die profiteert van een collectief goed zonder mee te betalen of mee te werken. Verwachte fout: iemand die het goed levert. Syllabus 16.2.
Zet op volgorde, van eerst naar laatst
Syllabus 16.2: de schaal van het probleem groeide, problemen als arbeidsonrust, epidemieën en analfabetisme werden bedreigend, de overheid pakte ze aan en de verzorgingsstaat ontwikkelde zich. Verwachte fout: de verzorgingsstaat vroeg plaatsen.
Welk effect heeft individualisering op de verzorgingsstaat?
Het versterkt de roep om minimalisering ervan
Het leidt tot uitbreiding van het kiesrecht
Het leidt tot meer vrijwillige bijdragen
Het versterkt de natievorming
Syllabus 16.2: individualisering draagt bij aan de roep om minimalisering van de verzorgingsstaat. Verwachte fout: denken dat individualisering tot meer solidariteit leidt.
Welke ontwikkeling tast de autonomie van staten aan?
Minder grensoverschrijdende problemen
Groeiende invloed van intergouvernementele organisaties
Het verdwijnen van multinationals
Minder internationale samenwerking
Syllabus 16.3. Verwachte fout: een afnemend globaliseringsproces kiezen.
Twee tekenen dat nationale binding blijft?
Goed antwoord: twee van neo-nationalistisch cultureel verzet, steun voor typisch Nederlands beleid, aandacht voor nationale politiek in de media, verzet tegen meer macht van de EU. Verwachte fout: noemen dat Europa sterker bindt. Syllabus 16.3.
Welke bindende factor van de staat ontbreekt grotendeels op Europees niveau?
Vrij verkeer van goederen en personen
Een parlement met rechtstreekse verkiezingen
Een gemeenschappelijke munt in veel lidstaten
Een gezamenlijke taal en geschiedenisonderwijs
Syllabus 16.4: één taal, geschiedenis op school, dienstplicht en feestdagen ontbreken op Europees niveau. De andere opties bestaan wel, maar horen niet bij de bindende factoren van de syllabus.
Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?
Heel zeker
Redelijk zeker
Niet zo zeker
Helemaal niet zeker
Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.
BINDING · NATIEVORMING
Goed gedaan!
De natie en de staat zijn niet hetzelfde: staatsvorming en natievorming lopen niet altijd parallel. De staat lost problemen van collectieve actie op en wint daarmee legitimiteit. Globalisering tast zijn autonomie aan, maar de binding met de staat blijft sterker dan die met Europa.
This item has no instructions