Staatsvorming en globalisering (Maatschappijwetenschappen vwo), les 3: Terugblik quiz

VERANDERING · DRIE PROCESSEN

Quiz

Terugblik: Staatsvorming en globalisering

1 / 14
next
Slide 1: Slide
New lesson editorMaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min
Report this lesson

Introduction

Terugblik met een quiz van elf vragen over staatsvorming, democratisering en globalisering.

Items in this lesson

VERANDERING · DRIE PROCESSEN

Quiz

Terugblik: Staatsvorming en globalisering

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Gerrit Adriaensz. Berckheyde / Wikimedia Commons, publiek domein

Welke drie processen kenmerken staatsvorming?

A

Urbanisatie, industrialisatie en secularisatie

B

Depersonalisering, rationalisering en individualisering

C

Formalisering, globalisering en democratisering

D

Depersonalisering, formalisering en integratie

Syllabus 20.1.

Vul in

Concurrentie tussen staten zorgde voor technologische vernieuwing, zoals vuurwapens, en moderne oorlogen vroegen om een vaste bureaucratie van ambtenaren.

vuurwapens
bureaucratie
kolonie
adel

Syllabus 20.1.

Y regeert en int belasting, maar geen land erkent Y. Wat ontbreekt?

A

Interne soevereiniteit

B

Externe soevereiniteit

C

Depersonalisering

D

Formalisering

Syllabus 20.1: externe soevereiniteit is erkenning door andere staten.

Wat kenmerkt democratisering in bredere zin?

A

Meer macht voor wie al veel macht heeft

B

Meer taken voor de staat in alle levenssferen

C

Meer inspraak voor wie minder macht heeft

D

Minder participatie door meer vertegenwoordiging

Syllabus 20.2.

Wat is kenmerkend voor de parlementaire democratie?

A

De soevereiniteit ligt bij het volk

B

De soevereiniteit ligt bij de vorst en de adel

C

Rechtspersonen kiezen de volksvertegenwoordiging

D

Alleen de elite heeft politieke grondrechten

Syllabus 20.2.

Zet op volgorde, van vroeg naar laat

1

Steden groeien en de handel neemt toe

2

De volksvertegenwoordiging ontstaat

3

Premoderne staten met standen ontstaan

4

De rechtsstaat wordt uitgebouwd

Syllabus 20.1 en 20.2: de rechtsstaat is de eerste belangrijke ontwikkeling in de democratisering, de volksvertegenwoordiging de tweede.

Wat is een rechtspersoon? Geef een voorbeeld.

Goed antwoord: een bedrijf of organisatie die rechten heeft en als persoon wordt gezien. Verwachte fout: alleen een burger noemen. Syllabus 20.2.

Waar leidt de groei van multinationals toe, volgens de syllabus?

A

Staten krijgen meer geweldsmonopolie

B

Er ontstaan supranationale handelsblokken

C

Internationale samenwerking verdwijnt

D

De wereldhandel neemt af

Syllabus 20.3.

Welke zorg over mondiale media hoort bij andersglobalisten?

A

Te veel lokale media nemen alle ruimte in

B

Digitale kanalen starten is onmogelijk geworden

C

Media verbinden de wereld niet genoeg

D

Weinig variatie in aanbod en minder ruimte voor nieuws

Syllabus 20.3.

Welke groep legt meer nadruk op effecten op de lange termijn?

A

Andersglobalisten

B

Hyperglobalisten

C

Functionalisten

D

Premoderne staten

Syllabus 20.3.

Hoe beïnvloedden koloniën de positie van burgers in West-Europa?

A

Koloniën maakten hen afhankelijk van de feodale adel

B

Verovering van werelddelen verminderde de handel

C

Handel met koloniën versterkte hun economische positie

D

Burgers kregen het geweldsmonopolie over koloniën

Syllabus 20.1.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

VERANDERING · DRIE PROCESSEN

Goed gedaan!

Staatsvorming bouwt een staat met rol, wet en belasting, democratisering geeft burgers meer inspraak, en globalisering verbindt de wereld, met voor- en tegenstanders.

This item has no instructions