VERHOUDING · ONGELIJKHEID
Examentraining
Ongelijkheid nationaal en internationaal: zo pak je examenvragen aan
VERHOUDING · ONGELIJKHEID
Examentraining
Ongelijkheid nationaal en internationaal: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Mark Hillary / Wikimedia Commons, CC BY 2.0
VERHOUDING · ONGELIJKHEID
Wat ga je kunnen?
Ik kan een casus over ongelijkheid of gedrag van staten verklaren met een paradigma of theorie, een bron met cijfers lezen en onderzoek beoordelen.
This item has no instructions
VERHOUDING · ONGELIJKHEID
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: wat is de casus of bron, en over welk niveau gaat het (binnen een staat of tussen staten)?
2. Zoek: het sleutelwoord of het gegeven dat bij een paradigma of theorie hoort.
3. Verbind: noem het concept, het gegeven uit de casus en de redenering van de theorie.
4. Controleer: staat je eenheid goed (procent of procentpunt) en klopt je conclusie met de bron?
This item has no instructions
VERHOUDING · ONGELIJKHEID
Vraagtype 1: verklaren vanuit een paradigma
Je krijgt een casus en moet verklaren met het functionalisme, het conflictparadigma of het sociaalconstructivisme.
Zoek het sleutelwoord: functie en beloning (functionalisme), macht en strijd (conflict), beelden en betekenis (constructivisme).
Schrijf: het paradigma, het gegeven uit de casus en de redenering van het paradigma.
Syllabus domein A en 9.1, A2 concept-contextbenadering: verklaren vanuit paradigma's. Veelgemaakte fout: het paradigma benoemen zonder de redenering aan de casus te koppelen.
Na een staking krimpt de loonkloof, later ontstaan nieuwe verschillen. Welk paradigma?
Het conflictparadigma
Het functionalisme
Het sociaalconstructivisme
Liberale theorieën
Syllabus domein A: strijd kan ongelijkheid doen verdwijnen door herverdeling, daarna ontstaan nieuwe vormen. Verwachte fout: functionalisme, omdat een nieuw evenwicht wordt gevonden; maar de motor is strijd tussen groepen.
Functionalistische verklaring van artsenloon.
Goed antwoord: artsen leveren een functie die onmisbaar is voor het voortbestaan van de samenleving, dus wordt het werk hoog gewaardeerd en beloond (prestige hangt samen met functie). Verwachte fout: zeggen dat artsen meer macht hebben, wat een conflictverklaring is.
VERHOUDING · ONGELIJKHEID
Vraagtype 2: een theorie op een casus toepassen
Je krijgt een situatie tussen staten en moet bepalen welke theorie die verklaart.
Realisme: macht, anarchie, eigenbelang. Liberaal: samenwerking en afhankelijkheid. Marxistisch: kapitaal en productiemiddelen.
Sociaalconstructivistisch: ideeën en normen. Politiek psychologisch: de personen aan de top.
Noem de theorie, de aanwijzing in de casus en de redenering van de theorie.
Syllabus 9.2.1-9.2.5, A2: concepten herkennen en toepassen in nieuwe context. Veelgemaakte fout: de theorie kiezen op één trefwoord (bijvoorbeeld 'oorlog' meteen realisme) zonder de redenering te controleren.
Land A bouwt een leger en sluit een bondgenootschap uit vrees voor B. Welke theorie?
Liberale theorieën
Marxistische theorieën
Realistische theorieën
Sociaalconstructivistische theorieën
Syllabus 9.2.1: een staat versterkt zijn eigen macht en vormt allianties in een anarchisch statensysteem. Verwachte fout: liberale theorieën, omdat een bondgenootschap samenwerking is; realisten zien allianties als middel voor het eigen belang.
Handel maakt oorlog onwaarschijnlijk. Theorie?
Goed antwoord: liberale theorieën, want staten zijn door handel wederzijds afhankelijk en samenwerking levert meer op dan oorlog (syllabus 9.2). Verwachte fout: realistische theorieën; die gaan uit van een machtsstrijd van allen tegen allen.
VERHOUDING · ONGELIJKHEID
Vraagtype 3: procenten en procentpunten
Bij een bron met cijfers moet je het verschil goed berekenen en benoemen.
Een verschil tussen twee percentages is in procentpunten. De verandering ten opzichte van het begin is in procenten.
Verzonnen voorbeeld, land Z. Werkloosheid onder laagopgeleiden: 12 procent in 2015, 15 procent in 2025. Onder hoogopgeleiden: 3 procent in 2015, 4 procent in 2025.
Gebruik de getallen in je antwoord en vermeld de eenheid.
Syllabus A3.3: verschil tussen procent en procentpunt. De cijfers zijn verzonnen en dienen alleen als oefenbron. Berekening: laagopgeleiden 12 naar 15 is plus 3 procentpunten, 3/12 is 25 procent stijging; hoogopgeleiden 3 naar 4 is plus 1 procentpunt; het verschil tussen de groepen was 9 procentpunten en is 11 procentpunten. Veelgemaakte fout: procent en procentpunt door elkaar halen.
Werkloosheid steeg van 12 naar 15 procent. Hoeveel is de stijging?
3 procent, dat is 25 procentpunten
3 procentpunten, dat is 25 procent
3 procentpunten, dat is 12 procent
25 procentpunten, dat is 3 procent
Van 12 naar 15 procent is plus 3 procentpunten; ten opzichte van 12 is dat 3/12 = 25 procent. Verwachte fout: de eenheden verwisselen.
2025: 15 en 4 procent. Verschil in procentpunten?
Goed antwoord: 11 procentpunten (15 min 4). Het verschil in 2015 was 9 procentpunten, dus de kloof is groter geworden. Verwachte fout: 11 procent noemen of 3 procentpunten.
VERHOUDING · ONGELIJKHEID
Vraagtype 4: onderzoek beoordelen
Je beoordeelt een bron op representativiteit en validiteit voordat je er conclusies aan verbindt.
Representativiteit: vormt de steekproef een afspiegeling van de groep waarover je iets zegt?
Externe validiteit: gelden de uitkomsten ook buiten de onderzochte groep?
Verzonnen voorbeeld: een online enquête onder 200 leden van een luxe golfclub concludeert dat 90 procent van de Nederlanders tevreden is over de inkomensverdeling.
Syllabus A1 en A3.1: bronnen beoordelen op objectiviteit, betrouwbaarheid en representativiteit; interne en externe validiteit. Het voorbeeld is verzonnen. Veelgemaakte fout: zeggen dat een steekproef te klein is zonder te kijken wie er in zit; hier is de samenstelling het probleem. Een grote golfclubsteekproef zou nog steeds niet representatief zijn.
Waarom mag je de conclusie van de golfclub-enquête niet op Nederland toepassen?
Online enquêtes zijn altijd onbetrouwbaar
Tevredenheid is niet met een enquête te meten
Een percentage mag je nooit generaliseren
De respondenten vormen geen afspiegeling van Nederland
Representativiteit: de steekproef bestaat alleen uit leden van een luxe golfclub, die vermoedelijk veel verdienen. Verwachte fout: alleen 'te klein' noemen; ook een grotere golfclubsteekproef blijft niet representatief.
Is de externe validiteit hier hoog of laag?
Goed antwoord: laag, want de uitkomsten gelden niet voor andere groepen dan golfclubleden, dus niet voor heel Nederland. Verwachte fout: interne validiteit (of de enquête goed meet) verwarren met externe validiteit.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Verklaren vanuit een paradigma
Een theorie op een casus toepassen
Procenten en procentpunten
Onderzoek beoordelen
Bespreek het vraagtype met de meeste stemmen na.
VERHOUDING · ONGELIJKHEID
Tips voor op het examen
Een theorie kies je op de redenering, niet op één trefwoord: controleer of het hele gegeven past.
Vraagt de opgave om 'verklaren', noem dan altijd het gegeven uit de casus.
Procentpunt is een verschil tussen percentages, procent is een relatieve verandering.
This item has no instructions