H1.6 Eenheden van tijd

H1.6 Eenheden van tijd

1 / 22
next
Slide 1: Slide
New lesson editorWiskundeMiddelbare schoolvmbo lwoo, bLeerjaar 3

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes and text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

H1.6 Eenheden van tijd

Centrale vraag van de les: hoe reken je slim met tijd en hoe vergelijk je abonnementen over dezelfde periode? Open vanuit herkenbare situaties: uren omrekenen en kiezen welk abonnement goedkoper is.

Lesdoel

Ik kan rekenen met eenheden van tijd.

This item has no instructions

Kwartaal


Hoeveel maanden is een kwartaal?

En hoeveel weken is een kwartaal?

This item has no instructions

Belangrijke omrekeningen

1 eeuw = 100 jaar

1 jaar = 12 maanden

1 jaar = 4 kwartalen

1 jaar = 52 weken

1 jaar = 365 dagen

1 schrikkeljaar = 366 dagen

Grote eenheden

1 kwartaal = 3 maanden

1 kwartaal = 13 weken

1 week = 7 dagen

1 dag = 24 uur

1 uur = 60 minuten

1 minuut = 60 seconden

Kleinere eenheden

Laat leerlingen vooral de keten dag → uur → minuut → seconde en jaar → kwartaal → maand terugzien.

Handige jaaromrekeningen

  • 1 jaar = 12 maanden

  • 1 jaar = 4 kwartalen

  • 1 jaar = 2 halfjaren


Koppel dit direct terug aan de tijdseenheden van eerder in de les.

Voorbeeld: jaren naar maanden

Hoeveel maanden zijn 5 jaar en 2 maanden?


  • 1 jaar = 12 maanden

  • 5 jaar = 5 × 12 = 60 maanden

  • 60 + 2 = 62 maanden

Dit voorbeeld komt uit de theorie. Laat zien dat je eerst het grootste deel omrekent en daarna het losse deel erbij optelt.

Hoeveel weken zijn 2 jaar en 2 weken?

A

100

B

104

C

106

D

48

This item has no instructions

Hoeveel uren en minuten zitten er in 410 minuten?


berekening?

This item has no instructions

Hoe pak je 75 uur naar dagen en uren aan?

Bespreek de aanpak: 155 uur delen door 24, uitkomen op 6 hele dagen en 11 uur rest. Let op dat leerlingen de rest noemen.

Voorbeeldopgaven tijd

  • Hoeveel dagen en uren zijn 155 uur?

  • Hoeveel seconden zijn 7 minuten en 15 seconden?

  • Hoeveel dagen en uren zijn 140 uur?


Werk steeds in stapjes.

Geen antwoorden op de slide. Mogelijke aanpak: eerst delen of vermenigvuldigen kiezen, daarna rest apart noteren.

Begintijd, eindtijd en tijdsduur

Bij rekenen met tijd gebruik je drie begrippen:


  • begintijd: wanneer iets start

  • eindtijd: wanneer iets klaar is

  • tijdsduur: hoelang iets duurt


Als je er twee weet, kun je de derde uitrekenen.

Gebruik steeds dezelfde woorden: begintijd, eindtijd, tijdsduur. Dat voorkomt verwarring bij de drie soorten sommen.

Tijdsduur berekenen

Je berekent de tijdsduur als je de begintijd en de eindtijd weet.


Voorbeeld:

  • begintijd: 11:55 uur

  • eindtijd: 12:20 uur

  • gevraagde tijdsduur: van 11:55 tot 12:20

Laat zien dat de tijdsduur niet hetzelfde is als het verschil in losse getallen; leerlingen moeten denken in stappen op de klok.

Voorbeeld: tijdsduur op school

Bert is op school van 08:15 uur tot 14:05 uur.


Handige aanpak:

  • 08:15 → 13:15 = 5 uur

  • 13:15 → 14:00 = 45 minuten

  • 14:00 → 14:05 = 5 minuten


Totaal: 5 uur en 50 minuten

Dit voorbeeld laat zien dat je soms eerst uren telt en daarna minuten. Dat is vaak overzichtelijker dan alles meteen in één stap doen.

Slim kiezen van tussenstappen

Bij tijdsduur berekenen kies je tussenstappen die makkelijk zijn:


  • ga naar een heel uur

  • tel eerst de hele uren

  • tel daarna de overige minuten


Zo voorkom je fouten met minuten over het uur heen.

Veel leerlingen willen direct aftrekken. De tussenstappenmethode is hier de kern van het begrip.

This item has no instructions

Eindtijd berekenen

Je berekent de eindtijd als je de begintijd en de tijdsduur weet.


Voorbeeld:

  • begintijd: 18:45 uur

  • tijdsduur: 1 uur en 53 minuten

Maak duidelijk dat je nu vooruit rekent in de tijd: je telt duur op bij de begintijd.

Voorbeeld: film afgelopen

Een film begint om 18:45 uur en duurt 1 uur en 53 minuten.


Uitwerking:

  • 18:45 + 1 uur = 19:45

  • 19:45 + 15 minuten = 20:00

  • 20:00 + 38 minuten = 20:38


De film is afgelopen om 20:38 uur.

This item has no instructions

Begintijd berekenen

Je berekent de begintijd als je de eindtijd en de tijdsduur weet.


Voorbeeld:

  • eindtijd: 08:45 uur

  • tijdsduur: 1 uur en 48 minuten

Maak duidelijk dat leerlingen nu terugrekenen in de tijd: ze trekken de duur af van de eindtijd.

Voorbeeld: op tijd vertrekken

Esther wil om 08:45 uur op haar werk zijn.

De reistijd is 1 uur en 48 minuten.


Uitwerking:

  • 08:45 - 1 uur = 07:45

  • 07:45 - 45 minuten = 07:00

  • 07:00 - 3 minuten = 06:57


Ze moet vertrekken om 06:57 uur.

This item has no instructions

This item has no instructions

Je gaat maken

H1.6 Eenheden van tijd

Schrijf je berekening op

This item has no instructions

Begrippen

eeuw - 100 jaar

kwartaal - 3 maanden

halfjaar - 6 maanden

jaar - 365 dagen
schrikkeljaar - jaar met 366 dagen

This item has no instructions