4.2a genetische afwijkingen

Les 3: Genetische afwijkingen
1 / 31
next
Slide 1: Slide
BiologieMBOStudiejaar 2

This lesson contains 31 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Les 3: Genetische afwijkingen

Slide 1 - Slide

Planning van vandaag
  •  Terugblik vorige les
  • Instructie genetische afwijkingen
  • Uitleg opdracht stamboom

Slide 2 - Slide

Terugblik vorige week 

Slide 3 - Slide

Welke van de vier onderdelen is het grootste?
A
Gen
B
Chromosoom
C
DNA
D
Celkern

Slide 4 - Quiz

Een drachtige kat krijgt een infectie in de baarmoeder, hierdoor bevalt zij eerder van haar kittens. Dit is een voorbeeld van...
A
Genotype
B
Invloeden uit het milieu

Slide 5 - Quiz

Diploïd betekent dat je van iedere chromosoom maar eentje hebt
A
Juist
B
Onjuist

Slide 6 - Quiz

Geslachtcellen zijn altijd haploïd
A
Juist
B
Onjuist

Slide 7 - Quiz

Leerdoelen
Aan het eind van deze les:

  • weet je wat mutaties zijn en hoe deze worden veroorzaakt 
  • Kun je uitleggen wat een lethaal allel is 
  • Ken je de manieren van erfelijkheidsonderzoek 

Slide 8 - Slide

Genetische afwijkingen
Definitie: afwijkingen in de genen of chromosomen die worden geërfd van de ouders.


Slide 9 - Slide

Mutaties
  • Genetische afwijkingen kunnen ontstaan door mutaties 
  • Mutatie: een plotselinge verandering in het DNA 

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Video

Mutaties
  • Veel mutaties gaan onopgemerkt 
  • Maar sommige kunnen ook grote gevolgen hebben 

Slide 12 - Slide

Oorzaken mutaties
  • Straling (bijv. van zonlicht), virussen, (kanker)verwekkende stoffen 

Slide 13 - Slide

Welke definitie van mutaties is juist?
A
Een mutatie is een virus
B
Een mutatie is het veranderen van een chromosoom
C
Een mutatie is een plotselinge verandering in een gen

Slide 14 - Quiz

Tsjernobyl
  • Ramp in een kerncentrale waar nog steeds gevaarlijke straling vrijkomt 
  •  Mutaties vinden voornamelijk plaats in delende cellen (geslachtscellen) --> worden hierdoor doorgegeven aan nageslacht 

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

Letaal allel
Sommige genetische afwijkingen zijn zo ernstig, dat de nakomeling niet voor levensvatbaar is. Dit noemen wij een letaal allel. Vaak resulteert dit in een miskraam. 

Slide 18 - Slide

Erfelijkheidsonderzoek
  • DNA van mensen met een erfelijke aandoeningen in de familie, kan onderzocht worden of zij drager zijn van deze aandoening. 
  • Op basis hiervan kan een koppel bepalen om wel of niet kinderen te nemen 

Slide 19 - Slide

Erfelijkheidsonderzoek
  • Bij zwangere vrouwen kan in de baarmoeder al onderzocht worden of de baby een genetische afwijking bezit = prenatale diagnostiek

Slide 20 - Slide

Prenatale diagnostiek
  • Vlokkentest: cellen van de placenta worden afgenomen (vanaf week 8)
  • Nipttest: testen bloed (vanaf week 10)
  • Vruchtbaarheidspunctie: kleine hoeveelheid vruchtwater wordt uit de baarmoeder gezogen en bevat cellen van de embryo (vanaf week 16)
  • echo

Slide 21 - Slide

Prenatale diagnostiek
  • Cellen worden onderzocht en kunnen een bepaalde afwijking vaststellen 
  • Hiervoor kunnen zij bijv. een karyogram maken

Slide 22 - Slide

Welke vorm van prenatale diagnostiek is dit: cellen van de placenta afnemen
A
Vlokkentest
B
Vruchtwaterpunctie
C
echo
D
Nipttest

Slide 23 - Quiz

Bij welke vorm van prenatale diagnostiek wordt de grote van embryo bekeken?
A
vruchtwaterpunctie
B
echo
C
nipttest
D
vlokkentest

Slide 24 - Quiz

Slide 25 - Slide

Dialoogvoeren
W: dialoog voeren over een morele vraag
H: aan de hand van een stappenplan
H: je groepsgenoten
T: 10 minuten stappenplan te volgen
U: een uitwerking om deel te nemen aan het dialoog
K: bedenk alvast hoe jullie je antwoorden op de vragen gaan overbrengen in de klas

Slide 26 - Slide

Exit-ticket
Schrijf de antwoorden op de wisbordjes!
  • Wat is een lethaal allel?
  • wat is een mutatie?
  • noem 2 vormen van prenatale diagnostiek

Slide 27 - Slide

Stambomen
  • Kunnen gebruikt worden om genetische kenmerken op te sporen.
  • Ook genetische ziektes kunnen doormiddel van stambomen opgespoord worden.  

Slide 28 - Slide

Slide 29 - Slide

Opdracht stamboom 
W: Je maakt je eigen stamboom van je eigen familie of bijvoorbeeld een dier naar keuze en bepaal welk gen dominant is
H: Zie opdracht. Wees lekker creatief
H: klasgenoten, mij
T: Deze les en de volgende les (verder is dit huiswerk)
U: Een stamboom van jouw familie of dier naar keuze en begrip over hoe genen worden doorgegeven
K: Probeer naar nog een genetisch kenmerk te kijken

Slide 30 - Slide

Afsluiten les
- Vul de exit ticket in!

Slide 31 - Slide