Samenstelling tussen -e

Blok 7 Week 1 Les 2
Spelling
1 / 22
next
Slide 1: Slide
SpellingBasisschoolGroep 2

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 15 min

Items in this lesson

Blok 7 Week 1 Les 2
Spelling

Slide 1 - Slide

Opfrissen
Welke categorieën zitten er in de volgende woorden?
Schrijf deze op je wisbordje.

Slide 2 - Slide

Hunkeren

Hunkeren

Slide 3 - Slide

Hunkeren

Genie

Slide 4 - Slide

Hunkeren

's woensdags

Slide 5 - Slide

Hunkeren

pincet

Slide 6 - Slide

Hunkeren

officiële

Slide 7 - Slide

Hunkeren

auto-export

Slide 8 - Slide

Doel van de week.
Samenstelling tussen -e

Slide 9 - Slide

Je schrijft een tussen e als de hele samenstelling een bijvoeglijk naamwoord is?
A
waar
B
niet waar

Slide 10 - Quiz

Je schrijft een tussen e als het eerste woord geen zelfstandignaamwoord is maar een werkwoord of een bijvoeglijknaamwoord.
A
waar
B
niet waar

Slide 11 - Quiz

De regels 
1. De hele samenstelling een bijvoeglijk naamwoord is. (achteloos, beresterk, reuzelekker, apetrots)
 
2. Het eerste woord geen zelfstandig naamwoord is, maar een: 
          - werkwoord (knarsetanden, lachebek, spinnewiel) 
          - bijvoeglijk naamwoord (verrekijker) 

Slide 12 - Slide

Reuzeleuk of reuzenleuk?

Slide 13 - Open question

Reuzeleuk, waarom?

Slide 14 - Open question

Knarsetanden of knarsentanden?
en waarom?

Slide 15 - Open question

Wat is goed?
A
reuzelekker, bnw
B
reuzenlekker, znw
C
reuzelekker, eerste woord is een bnw

Slide 16 - Quiz

Berenhol of berehol? En waarom?

Slide 17 - Open question

Kippenhok of kippehok?
A
kippenhok, znw
B
kippehok, het eerste woord is een bnw
C
kippehok, bnw

Slide 18 - Quiz

Hopeloos, waarom?

Slide 19 - Open question

Verrekijker, waarom?

Slide 20 - Open question

Wat is goed?
A
boordenvol, het is een znw
B
boordevol, het is een bnw

Slide 21 - Quiz

Dictee
Ga stil naar je eigen werkplek en zorg dat je klaar
zit voor het dictee.

Slide 22 - Slide