Werkwoorsspelling-ww: zwakke werkwoorden met -zen in de verleden tijd en voltooide tijd.

Werkwoorsspelling: 
Zwakke werkwoorden met -zen in de verleden tijd en voltooide tijd.
1 / 18
next
Slide 1: Slide
SpellingBasisschoolGroep 7

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Werkwoorsspelling: 
Zwakke werkwoorden met -zen in de verleden tijd en voltooide tijd.

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Zwakke werkwoorden met -zen in de verleden tijd en voltooide tijd.

Mijn buurman verhuist.
Is het een zwak werkwoord? Ja, want de klank blijft gelijk!
Ik schrijf het hele werkwoord op: verhuizen
Ik haal -en eraf. verhuiz
Check: zit de laatste letter in 't ex-kofschip?  Nee!
Dan -de (enkelvoud) of -den (meervoud)
Ik schrijf de stam op. (de z verandert in een s) verhuis
Ik schrijf de of den erachter. -de, want buurman is enkelvoud!

VT: verhuisde      VTT: verhuisd

Slide 3 - Slide

De vaat glanst.
VT ................ VTT ...............

Slide 4 - Open question

De kikkers plonzen.
VT ................ VTT ...............

Slide 5 - Open question

Het hek begrenst.
VT ................ VTT ...............

Slide 6 - Open question

De jongen fronst zijn wenkbrauwen.
VT ................ VTT ...............

Slide 7 - Open question

Het meisje zingt een lied.
VT ................ VTT ...............

Slide 8 - Open question

De zee raast langs de kust.
VT ................ VTT ...............

Slide 9 - Open question

De brandweer loost water.
VT ................ VTT ...............

Slide 10 - Open question

De meisjes smoezen in de klas.
VT ................ VTT ...............

Slide 11 - Open question

De meester werkt rustig door
VT ................ VTT ...............

Slide 12 - Open question

Mijn broertjes bonzen op het raam.
VT ................ VTT ...............

Slide 13 - Open question

Het schaap van de buren graast in de wei.
VT ................ VTT ...............

Slide 14 - Open question

De felle lamp flitst in mijn ogen.
VT ................ VTT ...............

Slide 15 - Open question

De boeren frezen het hout.
VT ................ VTT ...............

Slide 16 - Open question

Mijn zusje loopt naar huis.
VT ................ VTT ...............

Slide 17 - Open question

De harde wind kneust de blaadjes.
VT ................ VTT ...............

Slide 18 - Open question