INFORMATIE · ASYMMETRIE
Asymmetrische informatie
Examenstof economie vwo
INFORMATIE · ASYMMETRIE
Asymmetrische informatie
Examenstof economie vwo
Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: G2.1, 2.2, G3.1 t/m 3.4. Image credit: Screven-Jenkins Regional Library System / DPLA, Wikimedia Commons, publiek domein
INFORMATIE · ASYMMETRIE
Wat ga je kunnen?
Ik kan uitleggen hoe informatieasymmetrie tot averechtse selectie en moral hazard leidt en hoe contracten, prikkels, onderpand en toezicht dat beperken.
This item has no instructions
Welke woorden komen bij je op bij: de ander weet meer dan jij?
Verwacht: tweedehands auto, verkoper, garantie, vertrouwen, oplichting, dokter, controleren, contract. Groepeer: wie weet meer, wat is het gevolg, hoe los je het op. Dat is de lijn van de les: informatie, selectie en gedrag, contract en toezicht.
INFORMATIE · ASYMMETRIE
Handelaar in tweedehands auto's, Sylvania (Georgia, VS), 1951
Onvolledige informatie en transactiekosten
Bij onvolledige informatie missen partijen gegevens die ze nodig hebben, zoals de kwaliteit van een auto.
Informatie zoeken, onderhandelen, een contract opstellen en controleren kost geld: transactiekosten.
Voorbeeld: 150 euro voor een keuring van een tweedehands auto zijn transactiekosten voor de koper.
Zijn de transactiekosten te hoog, dan gaat een voordelige ruil soms toch niet door.
G2.1. Onvolledige informatie leidt in een ruilsituatie tot transactiekosten: zoeken, vergelijken, onderhandelen, contracten opstellen en naleving controleren. Veelgemaakte fout: transactiekosten verwarren met productiekosten of met de prijs zelf; het zijn de extra kosten om de ruil tot stand te brengen. Image credit: Screven-Jenkins Regional Library System / DPLA, Wikimedia Commons, publiek domein
INFORMATIE · ASYMMETRIE
Huisarts dr. E.G.H. Kenter in zijn spreekkamer, Aerdenhout
Informatieasymmetrie
Bij informatieasymmetrie heeft de ene partij een informatievoorsprong, de andere een achterstand.
Een huisarts weet meer over behandelingen, de patiënt meer over zijn eigen klachten en leefstijl.
De verkoper van een tweedehands auto kent de gebreken, de koper niet.
Het verschil zit in wat partijen weten of kunnen zien, niet in wat ze betalen.
G2.2. Informatieasymmetrie: informatieachterstand of informatievoorsprong van de ene transactiepartij ten opzichte van de andere. Beide partijen kunnen op verschillende punten een voorsprong hebben. Veelgemaakte fout: denken dat informatieasymmetrie alleen speelt als iemand liegt; de voorsprong kan ook gewoon uit kennis of ervaring komen. Image credit: Poppe de Boer (Fotobureau De Boer) / Noord-Hollands Archief, Wikimedia Commons, CC0
INFORMATIE · ASYMMETRIE
Averechtse selectie op de automarkt
De koper kan een goede en een slechte tweedehands auto niet uit elkaar houden.
De helft van de auto's is voor kopers 10.000 euro waard, de andere helft 4.000 euro: gemiddeld 7.000 euro.
Kopers bieden hooguit 7.000 euro. Eigenaren van een goede auto willen minimaal 8.000 euro en verkopen niet.
Alleen slechte auto's blijven te koop: de markt trekt de verkeerde partijen aan, dat is averechtse selectie.
Zo kan een markt krimpen, terwijl kopers en verkopers van goede auto's wel zouden willen ruilen.
Controle: 0,5 x 10.000 + 0,5 x 4.000 = 7.000. Goede verkopers willen minimaal 8.000 (meer dan 7.000), slechte verkopers minimaal 3.000 (minder dan 7.000), dus alleen slechte auto's worden aangeboden; kopers die dat doorzien bieden daarna nog minder. Een goede auto is voor kopers 10.000 waard, ruil zou dus voordeel geven (8.000 tot 10.000). De cijfers zijn voorbeeldcijfers. Veelgemaakte fout: denken dat de gemiddelde prijs ook de goede verkopers aantrekt.
Kopers kunnen goede en slechte auto's niet onderscheiden. De helft is 12.000 euro waard, de helft 6.000 euro. Wat bieden ze hooguit, gemiddeld gerekend?
12.000 euro
6.000 euro
9.000 euro
18.000 euro
0,5 x 12.000 + 0,5 x 6.000 = 9.000. Verwachte fouten: 18.000 (optellen) of de waarde van één type auto nemen.
Vul in
Bij informatieasymmetrie weet de verkoper meer dan de koper; zoeken, vergelijken en controleren kosten dan transactiekosten in de ruil.
Informatieasymmetrie: de een weet meer. Dat leidt tot transactiekosten of tot averechtse selectie.
INFORMATIE · ASYMMETRIE
Aandeelhoudersvergadering van Novatek, 2016
Principaal en agent
Een principaal laat een agent werken in zijn belang: samen een principaal-agentrelatie.
Kenmerken: een principaal, een agent, asymmetrische informatie en tegengestelde belangen.
Voorbeelden, principaal eerst: opdrachtgever en opdrachtnemer, vermogensverschaffer en ondernemer, kredietgever en kredietnemer.
Aandeelhouders (principaal) en manager (agent): de manager weet meer en wil soms iets anders.
G3.2. Vier kenmerken: principaal, agent, asymmetrische informatie, tegengestelde belangen. Bij een lening is de kredietgever de principaal en de kredietnemer de agent; bij een bedrijf de aandeelhouder (eigendom) de principaal en de manager (leiding) de agent. Veelgemaakte fout: principaal en agent omdraaien: de principaal is degene die de ander namens zich laat handelen of zijn geld toevertrouwt. Image credit: Krassotkin / Wikimedia Commons, CC0
INFORMATIE · ASYMMETRIE
Voor en na het contract
Volgorde: de principaal kiest een agent, ze sluiten een contract, de agent voert uit, de principaal beloont.
Averechtse selectie speelt voor het contract: de principaal ziet niet wie geschikt is en trekt vooral ongeschikte agenten aan.
Voorbeeld: een werkgever biedt weinig loon; vooral zwakke sollicitanten reageren, de sterke kiezen een andere baan.
Moral hazard speelt na het contract: de agent past zijn gedrag aan omdat de principaal het niet kan zien.
Voorbeeld: een werknemer met een vast salaris werkt minder hard als de baas niet meekijkt.
G3.2. Averechtse selectie: informatieprobleem voor het contract (de principaal kent de eigenschappen van de agent niet). Moral hazard: informatieprobleem na het contract (de principaal ziet het gedrag van de agent niet). Verzekeren (eigen risico, bonus-malus) hoort bij de les risico, verzekeren en beleggen en wordt hier niet herhaald. Informatieasymmetrie bij leningen staat kort in de les over ruil over de tijd en rente. Veelgemaakte fout: de twee verwisselen; onthoud: selectie is voor, moral hazard is na.
INFORMATIE · ASYMMETRIE
Beeldje van een pandjesbaas met kistje munten bij een pandhuis, Wroclaw
Vermogen en onderpand
Een ondernemer kiest hoe hij vermogen verkrijgt: eigen geld, vermogensverschaffers of krediet van een bank.
De kredietgever kent de kwaliteit van het plan niet en de belangen lopen uiteen: een principaal-agentrelatie.
Onderpand is een bezit dat de kredietgever mag verkopen als de kredietnemer niet terugbetaalt.
Onderpand beperkt het verlies van de bank en prikkelt de ondernemer tot zorgvuldigheid: hij kan zelf iets verliezen.
G3.1. De keuze voor vermogen: met eigen middelen, met geld van vermogensverschaffers (die in de winst delen en daardoor risico lopen) of met krediet. Een kredietgever zonder zekerheid vraagt een hogere rente of geeft geen krediet. Onderpand werkt dubbel: minder verlies voor de bank bij wanbetaling (zeker bij informatieasymmetrie), en een prikkel voor de ondernemer. Veelgemaakte fout: onderpand zien als een extra betaling; het is een bezit dat pas verkocht wordt als de lening niet wordt terugbetaald. Image credit: Fallaner / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
Een werknemer tekent een contract en gaat daarna minder hard werken, omdat de baas dat niet kan zien. Wat is dit?
Averechtse selectie: een ongeschikte kandidaat solliciteert
Moral hazard: gedrag verandert na het contract
Transactiekosten: het contract kostte tijd en geld
Onderpand: de werknemer staat iets af bij falen
Gedrag na het contract dat niet te zien is: moral hazard. Verwachte fout: averechtse selectie, omdat de werknemer meer weet.
Zet op volgorde, van eerst naar laatst
Volgens de tijdlijn: kiezen (averechtse selectie speelt hier), contract, uitvoering (moral hazard speelt hier), beloning.
INFORMATIE · ASYMMETRIE
Contracten en prikkels
Een contract legt rechten en plichten vast en kan de beloning van de agent koppelen aan het resultaat.
Een prikkel is een beloning of straf die de agent stuurt naar het belang van de principaal, zoals een bonus.
Voorbeelden: bonus op winst, aandelen of opties voor managers, onderpand bij krediet, een boete bij te late oplevering.
De principaal rekent met de verwachte opbrengst: kans maal opbrengst, bij hoge en lage inspanning van de agent.
Een prikkel op één meetbaar doel kan agenten ook aanzetten tot korte termijn denken, ten koste van de lange termijn.
G3.3. Een contract en prikkels brengen de belangen dichter bij elkaar: de agent verdient méér als de principaal méér verdient. Voorwaarden: de agent moet invloed hebben op het resultaat en het resultaat moet meetbaar zijn. Nadelen: nieuwe transactiekosten (opstellen en controleren), en doorschieten in één doel. Veelgemaakte fout: denken dat een contract informatieasymmetrie wegneemt; het vermindert het probleem, het lost het niet op.
INFORMATIE · ASYMMETRIE
Rekenvoorbeeld: vast loon of bonus
Een winkelier (principaal) ziet niet hoe hard zijn verkoper (agent) werkt. Hoog: 20.000 euro brutowinst, laag: 12.000 euro.
Hard werken kost de verkoper moeite ter waarde van 800 euro.
Contract A: vast 3.000 euro. Hoog: 3.000 - 800 = 2.200. Laag: 3.000. De verkoper kiest laag; de winkelier houdt 9.000 euro over.
Contract B: 2.000 euro vast plus 15% van de brutowinst. Hoog: 2.000 + 3.000 - 800 = 4.200. Laag: 2.000 + 1.800 = 3.800.
Met B kiest de verkoper hoog en houdt de winkelier 20.000 - 5.000 = 15.000 euro over.
Controle: A: laag 3.000 > hoog 2.200; winkelier 12.000 - 3.000 = 9.000. B: loon bij hoog 2.000 + 0,15 x 20.000 = 5.000, minus 800 aan moeite = 4.200; loon bij laag 2.000 + 0,15 x 12.000 = 3.800 (geen moeite); 4.200 > 3.800 dus hoog; winkelier 20.000 - 5.000 = 15.000 > 9.000. Beide partijen zijn beter af. Eenvoudig model: de moeite is in euro's uitgedrukt, de verkoper let alleen op zijn eigen uitkomst. Bij 10% zou de verkoper onverschillig zijn (2.000 + 2.000 - 800 = 3.200 = 2.000 + 1.200). Veelgemaakte fout: de moeite vergeten af te trekken.
INFORMATIE · ASYMMETRIE
De Nederlandsche Bank na de renovatie, Amsterdam, 2025
Toezichthouders
Een toezichthouder controleert of partijen zich aan regels houden en verkleint zo informatieverschillen en misbruik.
De AFM let op eerlijk gedrag en goede informatie op financiële markten; DNB let op de gezondheid van banken.
Middelen: vergunningen, verplichte informatie voor klanten, controles en boetes.
Op andere markten bewaakt de ACM de concurrentie en beschermt zij consumenten.
G3.4. AFM: toezicht op gedrag en informatievoorziening op financiële markten. DNB: toezicht op de financiële soliditeit van banken, verzekeraars en pensioenfondsen; ook de ECB houdt financieel toezicht (op grote banken). ACM: Autoriteit Consument en Markt, toezicht op concurrentie en consumentenbescherming. Een toezichthouder doet wat een individuele principaal niet kan of te duur vindt: alle aanbieders controleren (lagere transactiekosten). Veelgemaakte fout: AFM en DNB door elkaar halen: AFM gedrag en informatie, DNB soliditeit. Image credit: Erremm / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
Waarom werkt een vast salaris zonder bonus slecht tegen moral hazard?
De agent kent de belangen van de principaal niet
De principaal weet meer dan de agent zelf weet
Een vast salaris veroorzaakt averechtse selectie
De agent verdient hetzelfde bij weinig of veel werk
Zonder koppeling aan het resultaat is er geen prikkel. Verwachte fout: denken dat een vast salaris altijd veilig is voor de principaal.
Vul in
Een prikkel zoals een bonus stuurt de agent naar het belang van de principaal; een toezichthouder beperkt de gevolgen van informatieasymmetrie op een markt.
Prikkel: stuurt gedrag. Agent: voert uit. Toezichthouder: controleert op markten.
Wat vond je het lastigst in deze les?
Transactiekosten en informatieasymmetrie
Averechtse selectie en moral hazard
Principaal en agent herkennen
Contracten, prikkels en toezicht
Gebruik de uitkomst om de examentraining te sturen.
Wat is een prikkel? Geef een voorbeeld.
Goed: een beloning of straf die gedrag van de agent stuurt naar het belang van de principaal, zoals een bonus. Verwachte fout: alleen geld noemen zonder de koppeling aan het belang van de principaal.
INFORMATIE · ASYMMETRIE
Begrippen (1/2)
onvolledige informatie: Partijen missen gegevens die ze voor een ruil nodig hebben, bijvoorbeeld over kwaliteit.
transactiekosten: Kosten om een ruil tot stand te brengen: zoeken, onderhandelen, contract, controle.
informatieasymmetrie: De ene partij heeft een informatievoorsprong op de andere.
principaal-agentrelatie: Een principaal laat een agent werken; asymmetrische informatie en tegengestelde belangen.
averechtse selectie: Probleem voor het contract: de principaal trekt vooral ongeschikte agenten aan.
This item has no instructions
INFORMATIE · ASYMMETRIE
Begrippen (2/2)
moral hazard: Probleem na het contract: de agent past onzichtbaar zijn gedrag aan. Bij verzekeren: zie de les over risico, verzekeren en beleggen.
onderpand en krediet: Onderpand is een bezit dat de kredietgever mag verkopen bij wanbetaling.
contract: Legt rechten en plichten vast en kan de beloning koppelen aan het resultaat.
prikkel: Beloning of straf die de agent stuurt naar het belang van de principaal.
toezichthouder: Controleert partijen en markten, zoals AFM, DNB en ACM.
This item has no instructions