Uitvoeren lesactiviteiten
Interactie met leerlingen en je didactische werkvorm staan centraal. Zorg dat jouw werkvorm past bij het doel van de les, bij de leerlingen, bij de groep en bij de situatie. Zorg voor afwisseling.
Zorg voor een duidelijke instructie, geef duidelijkheid en stel regels en grenzen: jij pakt de leiding over het leerproces. Je hebt het gezag. Je gebruikt de positieve ik-boodschap en positieve regels.
Voorbeelden van deze 2 laatste?