OPS leerjaar 2 thema 14 deel 1b Een veilige basis (clamd)

1 / 41
next
Slide 1: Slide
ontwikkelingspsychologieMBOStudiejaar 2

This lesson contains 41 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

WS OPS Thema 4
Een veilige basis 
les 3 en 4

Benodigdheden student:

Boek: Pedagogisch klimaat Hoofdstuk: Een veilige basis

Slide 2 - Slide

Lesinhoud:

  • Theorie en opdrachten :
    8.4 Zelfbeeld en identiteit 
    8.5 Professionele beroepshouding
  • Evaluatie lesdoelen

Slide 3 - Slide

BEGRIPPEN: 
veilige basis, relatie, autonomie, competentie, emotionele veiligheid, zelfbeeld, identiteit

Slide 4 - Slide

WERKPROCES(SEN)
• B1-K1-W1 Inventariseert behoeften en wensen van het kind
• B1-K1-W5 Stimuleert de ontwikkeling door het aanbieden van activiteiten
• B1-K1-W7 Zorgt voor een veilig pedagogisch klimaat

Slide 5 - Slide

Inhoud van deze week:
8.4 zelfbeeld en identiteit
8.5 professionele beroepshouding
  • Voorbeeldfunctie
  • Interactievaardigheden
  • Uiterlijk en persoonlijke hygiëne

Slide 6 - Slide

Les 3                   8.4 Zelfbeeld en identiteit

Slide 7 - Slide

Zelfbeeld
Het beeld dat een kind van zichzelf heeft is zijn zelfbeeld. Dit is weer van grote invloed op het zelfvertrouwen van het kind.

Niet aangeboren! 
Het zelfbeeld wordt gevormd 
door interactie met de omgeving

Slide 8 - Slide

Wie spelen er een rol bij het ontwikkelen van het zelfbeeld van het kind?

Slide 9 - Open question

Wat denkt iemand met een negatief zelfbeeld?

Slide 10 - Mind map





Positief zelfbeeld
: ik kan het!
Negatief zelfbeeld: het lukt me vast niet.
Die manier van denken heeft invloed op het gedrag.

Slide 11 - Slide

Hoe heeft het zelfbeeld invloed op het gedrag? Geef een voorbeeld.

Slide 12 - Open question

Positief zelfbeeld
Negatief zelfbeeld

Slide 13 - Slide

Hoe kun je als pm-er een positief zelfbeeld stimuleren?

Slide 14 - Open question

Je kunt het positief zelfbeeld stimuleren.

Slide 15 - Slide

Identiteit

Slide 16 - Slide

Identiteit

Slide 17 - Slide

Vanaf hun ongeveer 6 jaar ontwikkelen kinderen een persoonlijke identiteit.
 Het kind gaat steeds beter beseffen dat het zelf iemand is.
Hiervoor is contact met anderen van groot belang. Kinderen vergelijken zichzelf met vriendjes en zijn gevoelig voor opmerkingen

'Wie ben ik?', 'Wat kan ik?', 'Waar ben ik goed in?', 'Hoe ziet de ander mij?'

Slide 18 - Slide

Het vermogen tot zelfreflectie ontwikkelen kinderen in de leeftijd van 9 tot 12 jaar.
Zelfreflectie = met een kritische blik kunnen kijken naar jezelf.

Door zichzelf te vergelijken met anderen, stelt het kind zijn identiteit steeds een beetje bij. Dit kan positief of negatief uitpakken en is weer van invloed op het zelfbeeld.

Slide 19 - Slide

Interactievaardigheden
In je functie als PM-er/OA-er heb je verschillende vaardigheden nodig op het gebied van communicatie, want in een groep is veel interactie.

Interactie betekent wisselwerking; wederzijdse invloed.

Slide 20 - Slide

Er zijn voor jou 6 vaardigheden van belang:
  • autonomie respecteren
  • sensitieve responsiviteit
  • structuren en grenzen stellen
  • praten en uitleggen
  • ontwikkelingsstimulering
  • interacties begeleiden 
Opdracht: Maak een samenvatting van de 6 vaardigheden a.h.v. de theorie uit het boek en het filmpje dat nu volgt. Noteer de aandachtspunten bij elke vaardigheid.

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Video

TIP!

Slide 23 - Slide

Huiswerkopdracht
Welke interactievaardigheden heb jij als pedagogisch werker nodig? Noem er zes en
geef steeds een voorbeeld uit je eigen ervaring tijdens je BPV.

Slide 24 - Slide

Autonomie respecteren
Lichamelijke autonomie
(baas over eigen lichaam)
Emotionele en intellectuele autonomie
(voor vol aangezien worden en rekening houden met gevoelens, wensen en ideeën en daarover in gesprek gaan)
Van afhankelijkheid naar zelfstandigheid
(de kans geven eigen keuzes te maken, nieuwe dingen te ontdekken en zelf oplossingen te benken)
Bespreken: hoe komt autonomie terug in bovenstaand filmpje?

Slide 25 - Slide

Sensitieve responsiviteit
Sensitief betekent dat je signalen van kinderen op kunt merken en kunt inschatten.

Responsief betekent dat je goed reageert op het signaal van het kind.

Elk kind heeft behoefte aan warmte, aandacht en emotionele steun, maar elk kind laat dit op een andere manier merken. Je moet dus goed kunnen kijken en luisteren en je hebt een gevoelige, 'sensitieve' houding nodig om de signalen te begrijpen en hier zo goed mogelijk op te reageren (een 'respons' geven.

Door je houding laat je zien dat je betrokken bent bij wat een kind beleeft, voelt en ervaart.

Slide 26 - Slide

Structureren en grenzen stellen
Het bieden van structuur en grenzen stellen geeft kinderen houvast en rust. De situatie is daarmee duidelijk voor ze.


Ook in je gedrag kun je duidelijk zijn en daarmee zekerheid geven, bijvoorbeeld door het stellen van grenzen. Gewenst gedrag stimuleren en passend reageren op ongewenst gedrag.

Positief gedrag benoemen werkt beter en zorgt dat kinderen beter begrijpen wat er van ze verwacht wordt.
Bespreken: hoe zorg jij hiervoor?
Vaste dagindeling
Vaste plaats voor het materiaal
duidelijke regels en afspraken

Denk ook aan het horen bij een vaste groep: 'de Olifantjes'

Slide 27 - Slide

Praten en uitleggen
Om de wereld te leren begrijpen heeft een kind informatie en uitleg nodig. Kinderen zijn nieuwsgierig en zullen veel vragen stellen.
Neem de vragen serieus en sluit met je antwoord aan bij de behoeft, het niveau en de belevingswereld van het kind.

Stel vragen om een kind te helpen vertellen wat het al weet. Praat rustig en duidelijk en pas je uitleg aan bij de ontikkeling van het kind. (eevoudig of verdiepend)

Instructies: niet te veel in eens en check of iedereen het begrepen heeft.

Bespreken: verschil enkelvoudige en meervoudige opdrachten

Slide 28 - Slide

Ontwikkelingsstimulering
Kinderen stimuleren bij hun ontwikkeling: goed kijken wat ze nodig hebben voor hun ontwikkeling en dat aanbieden. Denk aan:
- aansluiten bij het niveau
- aansluiten bij de interesses
- observeren wat elk kind nodig heeft
- de juiste materialen kiezen
- opdrachten die niet te moeilijk of te makkelijk zijn
- gesprekje beginnen over een onderwerp van interesse
- zelf experimenteren en ontdekken
- iedereen komt aan bod


Slide 29 - Slide



Samen spelen en werken aan een activiteit is naast leuk en gezellig een goede manier om te oefenen met:
- naar elkaar luisteren
- contact maken
- elkaar helpen
- op hun beurt wachten
- voor zichzelf opkomen
- samen delen
- samen beslissen

Positieve interacties:

- kinderen leren wat werkt
- ontwikkelen zelfvertrouwen en inlevingsvermogen als ze veel positieve interacties hebben


Negatieve interacties:
- leren wat je kunt doen om ruzie of wrijving te voorkomen

-> zorg dat jij de rol van bemiddelaar hebt
Interacties begeleiden

Slide 30 - Slide

Casus 1
Drie kinderen ruziën over een speeltje. Ze trekken en duwen. Een van de betrokken meisjes delft zoals altijd het onderspit. Zij mag niet meespelen van de anderen.
  
1. Wat zou jij doen?
2. Wat zijn redenen om de kinderen zelf de ruzie te laten oplossen?
3. Wat zijn redenen om het meisje dat het onderspit delft te beschermen?
4. Wat kan je doen om de zelfstandigheid te stimuleren én beschermende veiligheid te bieden?

Slide 31 - Slide

Casus 2
Een kind van twee jaar is motorisch niet zo handig. Als je hem zijn gang laat gaan, valt hij vaak.
Vragen
1. Wat zou jij doen?
2. Wat zijn redenen om hem meer dan andere leeftijdsgenoten te helpen?
3. Wat zijn redenen om hem zijn eigen gang te laten gaan?
4. Wat kan je doen om de zelfstandigheid te stimuleren én beschermende veiligheid te bieden?


Slide 32 - Slide

Uiterlijk en persoonlijke hygiëne
Maak een bewuste keuze in kleding en uiterlijk. Bedenk wat je met jouw voorkomen wilt laten zien (betrouwbaar en serieus).
Denk ook aan:
Make-up
Kauwgom
Sieraden of piercings
Persoonlijke hygiëne 

Slide 33 - Slide

Zijn er dingen (rondom het uiterlijk) die volgens jou niet kunnen?

Slide 34 - Open question

Zo laat ik zien dat ik een professionele houding heb:
Verwerk de behandelde begrippen en theorie in je antwoord.

Slide 35 - Open question

1. Wat zou jij doen?
2. Wat zijn redenen om de kinderen zelf de ruzie te laten oplossen?
3. Wat zijn redenen om het meisje dat het onderspit delft te beschermen?
4. Wat kan je doen om de zelfstandigheid te stimuleren én beschermende veiligheid te bieden?

Slide 36 - Open question

1. Wat zou jij doen?
2. Wat zijn redenen om hem meer dan andere leeftijdsgenoten te helpen?
3. Wat zijn redenen om hem zijn eigen gang te laten gaan?
4. Wat kan je doen om de zelfstandigheid te stimuleren én beschermende veiligheid te bieden?

Slide 37 - Open question

Opdrachten bij de les

  • Maak een mindmap met zo veel mogelijk woorden die bij je opkomen bij het onderwerp professionele beroepshouding. Denk aan deelonderwerpen zoals uiterlijk, gedrag en vaardigheden. -> vul hem aan als je nog niet klaar was.
  • Maak een samenvatting van de 6 vaardigheden a.h.v. de theorie uit het boek en het filmpje dat nu volgt. Noteer de aandachtspunten bij elke vaardigheid.
  • Welke interactievaardigheden heb jij als pedagogisch werker nodig? Noem er zes en geef steeds een voorbeeld uit je eigen ervaring tijdens je BPV.

Slide 38 - Slide

De lesstof over professionele houding is duidelijk voor mij?
😒🙁😐🙂😃

Slide 39 - Poll

Dit wil ik nog weten/vragen/onderzoeken:

Slide 40 - Open question

Opdrachten bij de les

  • Maak een mindmap met zo veel mogelijk woorden die bij je opkomen bij het onderwerp professionele beroepshouding. Denk aan deelonderwerpen zoals uiterlijk, gedrag en vaardigheden. -> vul hem aan als je nog niet klaar was.
  • Maak een samenvatting van de 6 vaardigheden a.h.v. de theorie uit het boek en het filmpje dat nu volgt. Noteer de aandachtspunten bij elke vaardigheid.
  • Welke interactievaardigheden heb jij als pedagogisch werker nodig? Noem er zes en geef steeds een voorbeeld uit je eigen ervaring tijdens je BPV.

Slide 41 - Slide