Onderzoek of twee formules gelijkwaardig zijn door 2 keer een getallenpaar in te vullen.
klopt het? Vul dan nog een ander getallenpaar in
Klopt het weer?
Dan zijn de formules gelijkwaardig
Slide 2 - Slide
Voorbeeld
Zijn deze formules gelijkwaardig?
Bijvoorbeeld aantal = 10
prijs = 15 + 2 × 10 = 35
Dus prijs = 35 euro.
Vul prijs = 35 in de 2e formule:
aantal= (35 −15)/2=10
Dus: aantal = 10, prijs = 35
Herhaal dit met een tweede getal. Klopt dit ook? Dan zijn de formules zijn gelijkwaardig
aantal=2prijs−15
prijs=15+2⋅aantal
Slide 3 - Slide
Theorie J: Parabool
algemene formule:
kwadraat voor één van de twee variabelen
voor het tekenen van de grafiek, eerst een tabel met 7 punten maken, met de top in het midden.
y=ax2+bx+c
Slide 4 - Slide
Parabool
symmetrisch
symmetrieas door de top
- voor x2 = bergparabool
+ voor x2 = dalparabool
dit is een dalparabool er staat dus een positief getal voor de x<sup>2</sup><div>De y-waarde van de top is het minimum van deze parabool</div>
dit is een bergparabool er staat dus een negatief getal voor de x<sup>2</sup><div>De y-waarde van de top is het maximum van deze parabool</div>
Tip: maak er een smiley van: <div>een blije smiley = positief getal voor de x<sup>2</sup><div>een verdrietige smiley = een negatief getal voor de x<sup>2</sup></div></div>
Slide 5 - Slide
Een parabool tekenen
vul de tabel in
teken de punten in een assenstelsel
teken een vloeiende lijn door de punten
Slide 6 - Slide
Slide 7 - Slide
Theorie K: Wortelformules
voorbeeld van een wortelformule:
let op de haakjes onder de wortel bij het invoeren op je rekenmachine
voor het tekenen van de grafiek, maak je een tabel
hoogte=√4a
Slide 8 - Slide
Voorbeeld
a.Teken de grafiek die hoort bij de formule:
kijkafstand in km =
h = ooghoogte in meters
Stappenplan:
1. vul de tabel in
2. teken de punten
3. teken een vloeiende lijn door de punten
2,2⋅√2h
alle grafieken van een wortelverband zien er ongeveer zo uit. Ze lijken een beetje op een halve parapool op zijn kant.
Slide 9 - Slide
Theorie L: Machtsformules
Hoogte in m =
Machtsformules herken je aan een macht bij de variabele
14+2,5t5
Slide 10 - Slide
Macht
dit is een macht. je zegt: vijf tot de vierde macht
54
Slide 11 - Slide
Voorbeelden van een macht
43=64
76=117.649
109=1.000.000.000
Slide 12 - Slide
macht invoeren op je RM
voer in op je rekenmachine: 35
je voert dus in:
Dat doe je middels deze knop:
3 ^ 5 =
Slide 13 - Slide
grafiek bij een machtsverband
De formule om de inhoud te berekenen van een piramide: inhoud = 1,732a3
inhoud in cm3 en a = de lengte van de ribben in cm
Grafiek tekenen
tabel maken en invullen
teken de punten
teken een vloeiende lijn door alle punten
Slide 14 - Slide
inhoud = 1,732a3
a
0
2
4
6
inhoud
0
13,9
110,8
374,1
1.732 x 03 = 0
1.732 x 23 = 13,9
1.732 x 43 = 110,8
Je vult het getal van de bovenste rij in de formule in. Wat eruit komt, vul je op de onderste rij van de tabel in
alle grafieken van een machtsverband zien er ongeveer zo uit. Ze beginnen heel rustig en schieten dan ineens heel steil omhoog
Slide 15 - Slide
ZW
Lees theorie H7.2 I t/m L vanaf blz. 122
Maak de opgaves van 64, 65, 69 t/m 73, 77 t/m 79, 84 t/m 89 op blz. 100
Kijk je werk na en verbeter je fouten
Maak foto's van je werk en lever deze in via Google Classroom