2. Stoffen herkennen aan hun eigenschappen

Stoffen en hun eigenschappen
Ga rustig zitten op je plek
Pak je boek en pen op tafel
Pak je iPad voor je in de LessonUp
1 / 16
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolmavoLeerjaar 2

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Items in this lesson

Stoffen en hun eigenschappen
Ga rustig zitten op je plek
Pak je boek en pen op tafel
Pak je iPad voor je in de LessonUp

Slide 1 - Slide

Laten we gelijk beginnen
We gaan uitzoeken welke eigenschappen een stof kan hebben.

Belangrijke eerste vraag: wat is een eigenschap ?

Slide 2 - Slide

Stofeigenschappen
Een eigenschap is een kenmerk dat niet zomaar verandert.

Je kan zelf bijvoorbeeld de eigenschap 'grappig' of 'slim' hebben.

Iets dat makkelijk verandert is geen eigenschap. 'Boos' is bijvoorbeeld geen eigenschap (maar een emotie).

Stoffen hebben ook allemaal hun eigenschappen.

Slide 3 - Slide

Wat zijn de eigenschappen van deze blokjes suiker?
In de vorm van blokjes
Witte kleur
Zoete smaak
Ongeveer 50 gram

Slide 4 - Drag question

Aan de slag
Werk aan de opdrachten in je boek.


Wat? Paragraaf 2.1, opdrachten 1 t/m 7
Hoe? Individueel, in stilte.
Geen boek? Je pakt een leesboek of een boek voor een ander vak.
Hoe lang? Tot 10:35

Slide 5 - Slide

Welk van deze is géén stofeigenschap?
A
De vorm
B
De geur
C
De kleur
D
De brandbaarheid

Slide 6 - Quiz

Herhaling
Een stof is een bepaald materiaal. Alles om ons heen bestaat uit stoffen.

Elke stof heeft eigenschappen waaraan je de stof kan herkennen. Een eigenschap is iets dat niet verandert.

Slide 7 - Slide

Vandaag leren we:
...aan welke eigenschappen we een stof kunnen herkennen.

...zelf verschillende stoffen te onderzoeken.

...veilig te werken in het practicumlokaal.

Slide 8 - Slide

Welke eigenschappen kan je
bedenken bij de stof 'suiker'?

Slide 9 - Mind map

Suiker
Smaak: zoet.
Geur: zoet.
Kleur: wit (of bruin wanneer het vloeibaar is, als karamel).
Brandbaar: ja, maar niet snel.
Oplosbaar: ja, in water

Slide 10 - Slide

In dit pak weegt het suiker 500 gram. Maar die 500 gram is géén eigenschap, want je kan ook meer of minder suiker hebben.

500 gram is hier de massa. De massa geeft aan uit hoeveel stof iets bestaat (meestal zeggen we: hoeveel iets weegt).

Slide 11 - Slide

Een stofeigenschap kan ook aangeven dat een stof gevaarlijk is.

Bijvoorbeeld:
- Brandbaar (ook wel ontvlambaar)
- Giftig
- Bijtend (slecht voor je huid)

Etiketten geven gevaar aan.

Slide 12 - Slide

Voorbeeld: ammonia.
(een schoonmaakmiddel)
Kleur: helder, doorzichtig
Geur: heel sterk, schoonmaakmiddel
Brandbaarheid: ammoniagas is brandbaar

Direct inademen kan je neus en longen beschadigen. Het kan je huid irriteren en je ogen beschadigen.

Slide 13 - Slide

Voor je eigen veiligheid:
- Bij proefjes draag je soms een labjas en bril (ik geef aan wanneer dat moet).

- Met stofjes of apparaten ga je normaal om. Smeren, gooien, laten vallen enz. kan voor verwondingen zorgen.

- Je volgt altijd de uitleg van de docent en de uitleg die op het papier van het proefje staat. Je gaat niet zelf experimenteren.
Gaat er wel wat mis? Gelijk aan mij laten weten!

Slide 14 - Slide

Dit gaan we doen:
Je krijgt 2 stoffen. Jullie moeten bepalen welke stoffen het zijn.

Met wie? In duo's.
Nodig? De spullen op je tafel, het practicumwerkblad.
Hoe? Volg de stappen op je werkblad.

Klaar? Je levert je ingevulde werkblad in.
Je werkt verder aan: paragraaf 2.1, opdrachten 1 t/m 8 (huiswerk)

Slide 15 - Slide

Wat hebben we geleerd?
Als het goed is, kan je nu...

...ten minste vier stofeigenschappen benoemen.

...stoffen herkennen aan hun stofeigenschappen.

...uitleggen in welke gevallen een stof gevaarlijk kan zijn.

Slide 16 - Slide