CONSUMPTIE · BUDGETTEREN
Examentraining
Budgetteren in het huishouden: zo pak je examenvragen aan
CONSUMPTIE · BUDGETTEREN
Examentraining
Budgetteren in het huishouden: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Museum Rotterdam / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0
CONSUMPTIE · BUDGETTEREN
Wat ga je kunnen?
Ik kan examenvragen over soorten ontvangsten en uitgaven, tekort en overschot en rekenen met kosten beantwoorden.
This item has no instructions
CONSUMPTIE · BUDGETTEREN
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: de casus. Welke bedragen staan erbij en over welke periode gaan ze?
2. Zoek: wat wordt gevraagd: een soort uitgave, een tekort of overschot, of een som.
3. Reken: zet de som op, reken stap voor stap en controleer twee keer.
4. Controleer: past je antwoord bij de gevraagde periode, zoals per week, per maand of per jaar?
This item has no instructions
CONSUMPTIE · BUDGETTEREN
Vraagtype 1: soorten ontvangsten en uitgaven
Ontvangsten: inkomen uit arbeid, overdrachten of bezit.
Uitgaven: dagelijkse uitgaven, vaste lasten of incidentele uitgaven.
Vraag jezelf af: komt het elke periode terug (vaste last) of onregelmatig (incidenteel)?
Alle leerwegen.
Joost krijgt een uitkering. Welke soort ontvangst is dit?
Inkomen uit overdrachten
Inkomen uit arbeid
Inkomen uit bezit
Een vaste last
Een uitkering is geld van de overheid zonder dat je ervoor werkt. Verwachte fout: inkomen uit arbeid kiezen omdat het geld maandelijks binnenkomt.
Reparatie van de wasmachine: 85 euro. Welke soort uitgave?
Vaste last
Dagelijkse uitgave
Besparing
Incidentele uitgave
Een reparatie komt onregelmatig voor: incidenteel. Verwachte fout: vaste last kiezen omdat de wasmachine bij het huishouden hoort.
CONSUMPTIE · BUDGETTEREN
Vraagtype 2: tekort en overschot
Ontvangsten min uitgaven: positief is een overschot, negatief is een tekort.
Een tekort dat steeds terugkomt is structureel, een tekort dat één keer voorkomt is tijdelijk.
Bij een structureel tekort moet je bezuinigen: lenen lost het niet op.
Het uitrekenen van tekort en overschot is voor alle leerwegen. Tijdelijk of structureel is alleen voor KB en GL/TL.
Lena ontvangt 1.150 euro per maand en geeft 1.230 euro uit. Wat is het verschil?
Overschot van 80 euro
Tekort van 80 euro
Tekort van 2.380 euro
Overschot van 1.150 euro
1.230 - 1.150 = 80, uitgaven hoger dan ontvangsten: tekort. Verwachte fout: het verschil omdraaien en een overschot noemen.
Bas heeft al een jaar lang elke maand 90 euro tekort. Wat is dit?
Een structureel tekort
Een tijdelijk tekort
Een structureel overschot
Een tijdelijk overschot
Het tekort komt elke maand terug: structureel. Alleen KB en GL/TL.
CONSUMPTIE · BUDGETTEREN
Vraagtype 3: herleiden en gemiddelde
Per jaar: per week x 52, per maand x 12, per kwartaal x 4.
Gemiddelde = totaal : aantal perioden.
Let op de periode in de vraag: wordt gevraagd per week, per maand of per jaar?
Herleiden: alle leerwegen. Het gemiddelde berekenen: alleen KB en GL/TL.
Boodschappen kosten 70 euro per week. Hoeveel is dat per jaar?
840 euro
3.500 euro
3.640 euro
280 euro
70 x 52 = 3.640. Verwachte fouten: x 12 (840) of x 4 (280).
Lars geeft in 4 weken 12, 8, 10 en 14 euro uit. Gemiddeld per week?
44 euro
11 euro
10 euro
12 euro
12 + 8 + 10 + 14 = 44 en 44 : 4 = 11. Verwachte fout: het totaal (44) noemen. Alleen KB en GL/TL.
CONSUMPTIE · BUDGETTEREN
Saldo opladen voor de OV-chipkaart, station Heerenveen, 2018
Vraagtype 4: reserveren en kilometerprijs
Reservering per maand = (aanschafwaarde - restwaarde) : gebruiksduur in maanden.
Kilometerprijs = totale kosten : aantal kilometers.
Reken jaren om naar maanden en houd de periode van de kosten en de kilometers gelijk.
Reserveren is alleen voor KB en GL/TL, de kilometerprijs voor alle leerwegen. Bij vervoer valt ook een OV-abonnement onder de totale kosten. Image credit: Donald Trung Quoc Don / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
Wasmachine: 700 euro, restwaarde 100 euro, 5 jaar. Reservering per maand?
11,67 euro
120 euro
600 euro
10 euro
(700 - 100) : 60 = 600 : 60 = 10. Verwachte fouten: de restwaarde vergeten (11,67 euro) of jaren niet omrekenen (120 euro per jaar).
Auto: 4.800 euro kosten per jaar, 12.000 kilometer. Wat is de kilometerprijs?
2,50 euro
0,04 euro
40 euro
0,40 euro
4.800 : 12.000 = 0,40. Verwachte fout: de som omdraaien (2,50).
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Soorten ontvangsten en uitgaven
Tekort en overschot
Herleiden en gemiddelde
Reserveren en kilometerprijs
This item has no instructions
CONSUMPTIE · BUDGETTEREN
Tips voor op het examen
Bereken tekort of overschot als ontvangsten min uitgaven en kijk of het antwoord positief of negatief is.
Zet bij herleiden de periodes naast elkaar: een jaar is 12 maanden, 4 kwartalen en 52 weken.
Reservering: eerst de restwaarde aftrekken en dan delen door de gebruiksduur in maanden.
Kilometerprijs: totale kosten delen door het aantal kilometers, niet andersom.
This item has no instructions