Budgetteren in het huishouden (Economie vmbo), les 2: Examentraining

CONSUMPTIE · BUDGETTEREN

Examentraining

Budgetteren in het huishouden: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
next
Slide 1: Slide
New lesson editorEconomieMiddelbare schoolvmboLeerjaar 3,4

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Introduction

Examentraining met casusvragen over soorten ontvangsten en uitgaven, tekort en overschot, herleiden, reserveren en de kilometerprijs.

Items in this lesson

CONSUMPTIE · BUDGETTEREN

Examentraining

Budgetteren in het huishouden: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Museum Rotterdam / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0

CONSUMPTIE · BUDGETTEREN

Wat ga je kunnen?

Ik kan examenvragen over soorten ontvangsten en uitgaven, tekort en overschot en rekenen met kosten beantwoorden.

This item has no instructions

CONSUMPTIE · BUDGETTEREN

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: de casus. Welke bedragen staan erbij en over welke periode gaan ze?

  • 2. Zoek: wat wordt gevraagd: een soort uitgave, een tekort of overschot, of een som.

  • 3. Reken: zet de som op, reken stap voor stap en controleer twee keer.

  • 4. Controleer: past je antwoord bij de gevraagde periode, zoals per week, per maand of per jaar?

This item has no instructions

CONSUMPTIE · BUDGETTEREN

Vraagtype 1: soorten ontvangsten en uitgaven

  • Ontvangsten: inkomen uit arbeid, overdrachten of bezit.

  • Uitgaven: dagelijkse uitgaven, vaste lasten of incidentele uitgaven.

  • Vraag jezelf af: komt het elke periode terug (vaste last) of onregelmatig (incidenteel)?

Alle leerwegen.

Joost krijgt een uitkering. Welke soort ontvangst is dit?

A

Inkomen uit overdrachten

B

Inkomen uit arbeid

C

Inkomen uit bezit

D

Een vaste last

Een uitkering is geld van de overheid zonder dat je ervoor werkt. Verwachte fout: inkomen uit arbeid kiezen omdat het geld maandelijks binnenkomt.

Reparatie van de wasmachine: 85 euro. Welke soort uitgave?

A

Vaste last

B

Dagelijkse uitgave

C

Besparing

D

Incidentele uitgave

Een reparatie komt onregelmatig voor: incidenteel. Verwachte fout: vaste last kiezen omdat de wasmachine bij het huishouden hoort.

CONSUMPTIE · BUDGETTEREN

Vraagtype 2: tekort en overschot

  • Ontvangsten min uitgaven: positief is een overschot, negatief is een tekort.

  • Een tekort dat steeds terugkomt is structureel, een tekort dat één keer voorkomt is tijdelijk.

  • Bij een structureel tekort moet je bezuinigen: lenen lost het niet op.

Het uitrekenen van tekort en overschot is voor alle leerwegen. Tijdelijk of structureel is alleen voor KB en GL/TL.

Lena ontvangt 1.150 euro per maand en geeft 1.230 euro uit. Wat is het verschil?

A

Overschot van 80 euro

B

Tekort van 80 euro

C

Tekort van 2.380 euro

D

Overschot van 1.150 euro

1.230 - 1.150 = 80, uitgaven hoger dan ontvangsten: tekort. Verwachte fout: het verschil omdraaien en een overschot noemen.

Bas heeft al een jaar lang elke maand 90 euro tekort. Wat is dit?

A

Een structureel tekort

B

Een tijdelijk tekort

C

Een structureel overschot

D

Een tijdelijk overschot

Het tekort komt elke maand terug: structureel. Alleen KB en GL/TL.

CONSUMPTIE · BUDGETTEREN

Vraagtype 3: herleiden en gemiddelde

  • Per jaar: per week x 52, per maand x 12, per kwartaal x 4.

  • Gemiddelde = totaal : aantal perioden.

  • Let op de periode in de vraag: wordt gevraagd per week, per maand of per jaar?

Herleiden: alle leerwegen. Het gemiddelde berekenen: alleen KB en GL/TL.

Boodschappen kosten 70 euro per week. Hoeveel is dat per jaar?

A

840 euro

B

3.500 euro

C

3.640 euro

D

280 euro

70 x 52 = 3.640. Verwachte fouten: x 12 (840) of x 4 (280).

Lars geeft in 4 weken 12, 8, 10 en 14 euro uit. Gemiddeld per week?

A

44 euro

B

11 euro

C

10 euro

D

12 euro

12 + 8 + 10 + 14 = 44 en 44 : 4 = 11. Verwachte fout: het totaal (44) noemen. Alleen KB en GL/TL.

CONSUMPTIE · BUDGETTEREN

Saldo opladen voor de OV-chipkaart, station Heerenveen, 2018

Vraagtype 4: reserveren en kilometerprijs

  • Reservering per maand = (aanschafwaarde - restwaarde) : gebruiksduur in maanden.

  • Kilometerprijs = totale kosten : aantal kilometers.

  • Reken jaren om naar maanden en houd de periode van de kosten en de kilometers gelijk.

Reserveren is alleen voor KB en GL/TL, de kilometerprijs voor alle leerwegen. Bij vervoer valt ook een OV-abonnement onder de totale kosten. Image credit: Donald Trung Quoc Don / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Wasmachine: 700 euro, restwaarde 100 euro, 5 jaar. Reservering per maand?

A

11,67 euro

B

120 euro

C

600 euro

D

10 euro

(700 - 100) : 60 = 600 : 60 = 10. Verwachte fouten: de restwaarde vergeten (11,67 euro) of jaren niet omrekenen (120 euro per jaar).

Auto: 4.800 euro kosten per jaar, 12.000 kilometer. Wat is de kilometerprijs?

A

2,50 euro

B

0,04 euro

C

40 euro

D

0,40 euro

4.800 : 12.000 = 0,40. Verwachte fout: de som omdraaien (2,50).

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Soorten ontvangsten en uitgaven

2

Tekort en overschot

3

Herleiden en gemiddelde

4

Reserveren en kilometerprijs

This item has no instructions

CONSUMPTIE · BUDGETTEREN

Tips voor op het examen

  • Bereken tekort of overschot als ontvangsten min uitgaven en kijk of het antwoord positief of negatief is.

  • Zet bij herleiden de periodes naast elkaar: een jaar is 12 maanden, 4 kwartalen en 52 weken.

  • Reservering: eerst de restwaarde aftrekken en dan delen door de gebruiksduur in maanden.

  • Kilometerprijs: totale kosten delen door het aantal kilometers, niet andersom.

This item has no instructions