Dementie periode 1.2 MK

1 / 29
next
Slide 1: Slide
VerpleegkundeMBOStudiejaar 1

This lesson contains 29 slides, with text slides and 5 videos.

time-iconLesson duration is: 300 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Lesmiddelen
  •  Traject Boek Verpleeg-, verzorgingshuizen, thuiszorg 1
  • Thema 3: Zorgvragers met psychogeriatrische aandoeningen

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Definitie Traject Thiemme Meulenhof

Slide 6 - Slide

Dementie
Verzamelnaam voor meer dan 50 ziekten, waarbij de hersenen informatie niet meer goed kunnen verwerken.
Verwerking van informatie in de hersenen raakt verstoord.
Beschadigingen in de hersenen verergeren waardoor steeds verdere achteruitgang in het functioneren.
De bekendste is de ziekte van Alzheimer. 

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Video

Slide 9 - Slide

Symptomen(signalen)
Mensen met dementie hebben de volgende symptomen: 
Geheugenstoornissen: geen nieuwe informatie meer opnemen, en moeite 
met het ophalen van al opgeslagen informatie uit het geheugen
Een (of meer) van de volgende cognitieve stoornissen:
  • Afasie: moeite om woorden te vinden en problemen om zich uit te drukken                                    met taal
  • Apraxie: verminderd vermogen om motorische handelingen uit te voeren
  • Agnosie: onvermogen om objecten te herkennen
  • Stoornissen in uitvoerende functies : zoals rekenen, logisch nadenken, plannen



Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Video

Slide 14 - Video

Slide 15 - Slide

Opdracht
Maak voor jezelf overzichtelijk hoe het geheugen werkt. Dit kun je doen door:
  • het maken van een mindmap
  • het maken van een schema
  • het maken van een samenvatting
  • het maken van een tekening
  • het op je eigen manier vorm te geven

Slide 16 - Slide

Dementie stadium 1-beginnende dementie
  • Minimale veranderingen in de hersenen
  • Partners en gezinsleden merken kleine veranderingen op (bv. vergeetachtigheid)

Slide 17 - Slide

Dementie stadium 2- matig ernstige dementie
  • Vergeetachtigheid
  • Complexe bezigheden lukken niet
  • De zorgvrager probeert de dementie te verbergen
  • Financiën zijn niet op orde
  • Boodschappen en eten koken worden moeilijker
  • Emoties zijn moeilijk onder controle te houden

Slide 18 - Slide

Dementie stadium 3- ernstige dementie
  • De zorgvrager heeft moeite met de oriëntatie
  • De zorgvrager weet niet welke dag het is
  • Het herkennen van mensen gaat moeilijk
  • Er is hulp nodig bij de persoonlijke verzorging
  • De zorgvrager is gedesoriënteerd in tijd, plaats en persoon

Slide 19 - Slide

Dementie stadium 4 - zeer ernstige dementie
  • Er zijn taalproblemen; de zorgvrager kan niet goed met woorden uitdrukken wat hij bedoelt
  • De zorgvrager kan moeilijker bewegen
  • De zorgvrager is geheel afhankelijk van anderen

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Slide

Opdracht
Lees paragraaf 9.4.2 door 

Maak in een schema duidelijk wat de volgende uitingen van gedrag betekenen: 
  • Persevereren
  • Confabuleren
  • Verzamelzucht
  • Achterdocht
  • Decorumverlies

Omschrijf bij deze uitingen van gedrag minimaal 1 voorbeeld

Slide 22 - Slide

Verschillende typen dementie
  • Bekijk de video over de verschillende typen dementie
  • Lees paragraaf 9.6 geheel door
  • Maak daarna een mindmap, tekening of schema van de verschillende typen dementie

Slide 23 - Slide

Slide 24 - Video

Hoe wordt dementie vastgesteld?

Slide 25 - Slide

Slide 26 - Video

Opdracht
  • Om snel cognitieve stoornissen vast te stellen kan de MMSE (Mini-mental state examinsation) uitgevoerd worden
  • Voer deze test uit in tweetallen, de ene student stelt de vragen/ geeft de opdrachten aan de andere studenten
  • Zo leer je welke vragen en opdrachten de huisarts of geriater kan uitzetten bij het vermoeden van dementie. Daarnaast ervaar je hoe het is om deze vragen en opdrachten te moeten beantwoorden en uitvoeren

Slide 27 - Slide

Slide 28 - Link

Slide 29 - Slide