2021 - 3M - H3-Formules en grafieken

H3 - Formules en grafieken
1 / 47
next
Slide 1: Slide
WiskundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

This lesson contains 47 slides, with interactive quizzes, text slides and 11 videos.

time-iconLesson duration is: 300 min

Items in this lesson

H3 - Formules en grafieken

Slide 1 - Slide

3.1 - Lineair of niet

Slide 2 - Slide

Lineaire grafiek tekenen

Slide 3 - Slide

Lineaire grafiek tekenen

Slide 4 - Slide

Horizontale lijn
y = 4           
Dalende lijn
Stijgende lijn
Verticale lijn: x= 3

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Video

Vloeiende
          kromme
Belangrijk bij het tekenen:
  • vloeiende lijn is belangrijker dan precieze punten
  • zonder liniaal tekenen 

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Video

3.2 - Lineaire grafiek bij een formule 
Als je een bijbaan hebt, dan verdien je meer wanneer je meer gewerkt hebt.
Hierbij zeggen de inkomsten en tijd iets over elkaar, ofwel:

            
tussen de variabelen inkomsten en tijd bestaat een verband.
bv. Woordformule: Inkomsten in € = 3 + 5 X tijd in uren

De variabelen kun je afkorten tot een letterformule ontstaat. 
Letterformule:       I = 3 + 5t

Er moet bij staan wat de letters (variabelen) betekenen en de eenheid is: 
I = inkomsten in €                     
t = tijd in uren  

Slide 10 - Slide

I = 3 + 5t 
I = inkomsten in € 
t = tijd in uren
I = 3 + 5t 
3 = begingetal - je krijgt €3,00 voor alleen het komen....
5 = hellingsgetal (of stijggetal of richtingscoëfficient) - elk      
      uur dat je werkt komt er €5,00 bij 
De stijging gaat elk uur even hard, dus stijgt het in een rechte lijn. Het is dus een lineaire formule, ofwel een lineair verband.   Hierbij kun je een lineaire grafiek tekenen.

Slide 11 - Slide

Even kort:

Slide 12 - Slide

Nog een kenmerk van een lineair verband

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Video

Lineaire grafiek bij formule
Als er een grafiek getekend is, dan is het:
  • Maximum: het hoogste punt van de grafiek (dus van de lijn, niet van het assenstelsel).
  • Minimum: het laagste punt van de grafiek (dus van de lijn, niet van het assenstelsel).     

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Video

Slide 17 - Video

3.3 - Regelmaat in tabellen
richtingscoefficient (rc) = hellingsgetal

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

Einde 3.3

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Slide


A
regelmatige afname
B
regelmatige toename
C
geen regelmaat

Slide 23 - Quiz

In welke tabellen vind je regelmaat? 

Slide 24 - Slide

Slide 25 - Video

3.4 - Formule bij een tabel maken
  • Kijk welke variabelen er in de tabel staan. 
  • Onderste variabel in tabel  = y-variabel en  staat links van het = teken,
  • Bovenste variabel in tabel  = x-variabel en staat aan de linkerkant van het = teken.
  • De richtingscoëfficiënt vind je door naar de regelmaat te kijken.
  • Het begingetal vind je door onder de 0 te kijken in de tabel.
  • Vergeet niet bij een letterformule de variabelen te verklaren

Slide 26 - Slide

kosten in €
10
a
3

Slide 27 - Slide

Slide 28 - Video

3.3/3.4: Regelmaat in tabellen en formules maken
Rood hoef
je niet op
te schrijven. Blauw wel allemaal.

Slide 29 - Slide

Terugblik 3.3 / 3.4:     regelmaat en r.c.
  • Zit er regelmaat in de tabel hiernaast?
     Om dit beter te kunnen zien,
     gebruiken we de deling:
Toename onder : toename boven
  • Elke keer hetzelfde antwoord? 
      Ja, uitkomst is de r.c. (richtingscoëfficiënt)
      En spreken we van een lineair verband.
  • We maken de formule:
    variabele onder in de tabel = begingetal + r.c. x variabele boven in de tabel

Slide 30 - Slide

3.5 - Formule bij 
een grafiek maken
Volg het stappenplan / aanpak!

Slide 31 - Slide

Slide 32 - Slide

0

Slide 33 - Video

variabele y-as = begingetal + r.c. * variabele x-as

Wat is de formule bij 
de grafiek? 

........... = ..........+ ...........* ............

Slide 34 - Slide

3.6 - Richtingscoefficient 
berekenen (bij lastige lijnen)
Sommige formules hebben dezelfde richtingscoëfficiënt.
Deze grafieken lopen evenwijdig. 

Sommige grafieken hebben hetzelfde begingetal.     Deze grafieken beginnen op dezelfde hoogte bij de y-as.

Slide 35 - Slide

Slide 36 - Video

Slide 37 - Video

Welke variabelen zitten er in de formule:

Kosten in euro = 34 + 6,75 x aantal in uren
A
euro en uren
B
kosten in euro
C
kosten en aantal
D
aantal in uren

Slide 38 - Quiz

Wat zijn de variabelen in deze formule H = 5 + 3t
A
H en t
B
5 en 3
C
3t
D
H

Slide 39 - Quiz

Wat zijn de variabelen in de formule?
A = 2500 - 25t

A
A
B
A en t
C
t
D
geen idee

Slide 40 - Quiz

Wat is het
begingetal?
A
60
B
40
C
20
D
Dat kan je niet weten!

Slide 41 - Quiz

Sleep de bordjes naar hun plaats om een juiste formule te maken.
variabele onder in de tabel
Begingetal
r.c.
=
+
x
variabele boven in de tabel

Slide 42 - Drag question

Ik wil bij een grafiek een formule schrijven. Waarmee begint de formule?
A
variabele bij de horizontale as
B
variabele bij de verticale as
C
Begingetal
D
Stijg- of daalgetal

Slide 43 - Quiz

Wat is het begingetal bij deze grafiek?
A
500
B
0
C
100
D
5

Slide 44 - Quiz

Wat is de richtingcoëfficiënt bij deze grafiek?
A
400
B
100
C
-100
D
-500

Slide 45 - Quiz

Welke formule past bij deze grafiek?
A
b = 25t - 75
B
b = 75 - 25t
C
b = 25 + 75t
D
b = 75 + 25t

Slide 46 - Quiz

Slide 47 - Video