Wonen les 3 begeleidingsdoelen AANGEPAST

Wonen
Les 3 - Begeleidingsdoelen



1 / 23
next
Slide 1: Slide
WonenMBOStudiejaar 1

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Wonen
Les 3 - Begeleidingsdoelen



Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Programma
  1. AWR
  2. Terugblik
  3. Lesdoelen
  4. Begeleidingsdoelen
  5. Aan de slag
  6. Eindopdracht
  7. Afsluiting les

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Terugblik 
Elke les staan we stil bij wat we de vorige les hebben besproken. 

- Begeleiden en ondersteunen
- Begeleidingsstijlen
- Eindopdracht

Heb jij nog vragen over de vorige les?
Wat is je bijgebleven van de vorige les?





Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Waar let je op als je jouw begeleidingsstijl afstemt op de zorgvrager?
A
Manipuleert hij?
B
Is hij wantrouwig?
C
Hoe zelfstandig is hij al?
D
Het soort doel dat hij heeft

Slide 4 - Quiz

This item has no instructions

Wat is geen begeleidingsstijl?
A
Autoritair
B
Sensitief
C
Permissief
D
Autoritatief

Slide 5 - Quiz

This item has no instructions

Bij de autoritaire begeleidingsstijl
A
Bepaalt de begeleider wat er moet gebeuren
B
staat de client centraal
C
Staat de situatie centraal
D
heeft de client veel keuzes

Slide 6 - Quiz

De begeleider: 
Controleert
Bepaalt wat moet gebeuren en geeft veel instructie
Heeft een leidende rol en weet wat het beste is voor de cliënt
Stelt hoge eisen aan de cliënt
Verwacht gehoorzaamheid van de cliënt
Vindt het belangrijkste doel van begeleiden het overdragen van kennis, vaardigheden en regels

Bij welke begeleidingsstijl geef je de cliënt de meeste ruimte- of vrijheid?
A
Autoritaire begeleidingsstijl
B
Autoritatieve begeleidingsstijl
C
Permissieve/Laisser faire begeleidingsstijl

Slide 7 - Quiz

This item has no instructions

Wat wordt onder een begeleidingsstijl verstaan?
A
De manier waarop de begeleider zelf met de begeleidingsmethodiek omgaat/of deze toepast.
B
Begeleidingsstijl is vastgelegd en bestaat uit bepaalde richtlijnen of stappen die je opvolgt als begeleider.
C
Een vaste, weldoordachte manier van handelen om een bepaald doel te bereiken.
D
De begeleidingsstijl zegt dus meer over de persoon van de begeleider.

Slide 8 - Quiz

This item has no instructions

Lesdoelen
- Je kan diverse begeleidingsdoelen inzetten, passend bij de cliënt en de situatie

• Structuur bieden
• Overlaten versus overnemen
• Gedragsverandering stimuleren
• Motiveren


- Je handelt conform de protocollen en richtlijnen van de organisatie.
- Je werkt zorgvuldig volgens de voorgeschreven procedures en hygiëne- en veiligheidsvoorschriften.




Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Theoretische gedeelte

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Begeleidingsdoelen inzetten
De zorg en ondersteuning die je biedt aan mensen in een kwetsbare positie, kan verschillende vormen aannemen. Ook de intensiteit kan uiteenlopen. 

Als begeleider ondersteun je bij persoonlijke verzorging, wonen, dagbesteding en vrije tijd. Het doel is dat cliënten, met behulp van naastbetrokkenen, zo zelfstandig mogelijk functioneren tijdens de dagelijkse bezigheden en in de maatschappij. 

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Begeleidingsdoelen inzetten
 Er zijn meerdere begeleidingsdoelen die je kan inzetten:

  • Structuur bieden
  • Overlaten versus overnemen
  • Gedragsverandering stimuleren
  • Motiveren

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Structuur
Structuur betekent in een vaste volgorde dingen doen. Dus dingen die zich in een bepaald terugkerend ritme herhalen. 

Een dag structuur is een vaste en herkenbare indeling van de dag met verschillende terugkerende activiteiten. Denk aan vaste tijdstippen voor het opstaan, slapen gaan, eten, sporten, werken, pauze enzovoort. Op dezelfde manier is een weekstructuur een vaste indeling van de week.


Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Wat is het belang van structuur?

Slide 14 - Open question

This item has no instructions

Hoe bied je je cliënten structuur aan?
Je kunt op verschillende gebieden en manieren met cliënten werken aan structuur. Enkele vormen:

  1. Een haalbaar activiteitenschema
  2. Een goed dag-nachtritme
  3. Een gezond eet- en drinkpatroon
  4. Voldoende beweging
  5. Regelmatig sociaal contact

Benoem een voorbeeld van hoe JIJ op de BPV je cliënten structuur biedt of kan bieden.

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Overnemen versus overlaten
Lees onderstaande stuk:

''Overnemen als het even moet, overlaten als het weer kan''
Je moet stevig genoeg in je schoenen staan om los te laten, te vertrouwen en over te laten aan de cliënt en diens naastbetrokkenen. Het vraagt dat je zonder de directe voldoening van het ‘even snel oplossen voor de ander’ kunt. Dat je een relatie met cliënten en naastbetrokkenen aan durft te gaan, waarin je echt naast hen staat en samenwerkt.

Waarom denk je dat het belangrijk is om los te kunnen laten en soms overneemt van de ander?

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Gedragsverandering stimuleren
Gedragsverandering verloopt in verschillende fasen. Een bekend model hiervoor is het gedragsveranderingsmodel van Balm, dat gedragsverandering opdeelt in zes fasen.

  • Gedragsverandering wordt ingezet om doelen te bereiken
  • Als begeleider stimuleer jij je cliënten tot gedragsverandering
  • Elke cliënt heeft een andere doel, dus andere gedragsverandering
  • Gedragsverandering kost energie en tijd. 


Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Motiveren
Motivatie is wat iemand drijft. Iemand is gemotiveerd als hij redenen heeft om iets te gaan doen, of niet te doen. Motivatie ligt dicht bij zingeving: wat geeft iemand zin in de dag, in het leven? Motivatie is een motor voor gedragsverandering. 

In tweetal ga je twee begrippen uitwerken. 
1. Leg uit wat intrinsieke motivatie en extrinsieke motivatie betekenen.
2. Beschrijf per begrip twee voorbeelden uit de praktijk (BPV) waarin deze twee begrippen duidelijk naar voren komen. 

Tip: Maak gebruik van het boek Methodisch Begeleiden (paragraaf 9.4)

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Aan de slag 
Instructie:
  • Pak het boek: Methodisch begeleiden
  • Lees thema 9: Begeleidingsdoelen

Maken: Verwerkingsopdrachten Boom beroepsponderwijs
  • Boek: Methodisch begeleiden
  • Thema 9: Begeleidingsdoelen
  • Opdracht: 3, 4, 5, 11 en 12




Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Eindopdracht
Vandaag gaan we verder met de eindopdracht. De afgelopen weken zijn we aan de slag gegaan met stappen 1 , 2, 3 & 4 van de eindopdracht. 

Zie volgende slide voor de vier stappen waarmee je aan de slag bent gegaan. 


Vandaag gaan we stap 5 en 6 maken. Pak je eindopdracht erbij en lees de stappen door. 

- Heb jij vragen over de eindopdracht?
- Hoever ben je met de eindopdracht? 

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

De vier stappen van de eindopdracht
Hieronder de vier stappen waarmee je aan de slag gaat!

  1. Breng de beginsituatie in kaart van de cliënt ten aanzien van het leefgebied wonen en/of financiën. 
  2. Gesprek met de cliënt, inventariseer de ondersteuningsvragen
  3. Formuleer doel(en) ten aanzien van het leefgebied wonen en/of financiën
  4. Bereid de ondersteuning voor 

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Lesdoelen check
- Je kan diverse begeleidingsdoelen inzetten, passend bij de cliënt en de situatie
• Structuur bieden
• Overlaten versus overnemen
• Gedragsverandering stimuleren
• Motiveren


- Je handelt conform de protocollen en richtlijnen van de organisatie.
- Je werkt zorgvuldig volgens de voorgeschreven procedures en hygiëne- en veiligheidsvoorschriften.


 

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Afsluiting
Zijn er nog vragen?

Slide 23 - Slide

Toelichting slide 20
Bespreek met de leerlingen of ze nog weten welke drie manieren je geluid kunt maken met een instrument (blazen, strijken en slaan). 
  • Welke nieuwe instrumenten hebben ze leren kennen? 
  • Welk instrument vonden ze het mooist? 
  • Zouden ze zelf ook een instrument willen spelen?