Deze les
Boeken en hoe ziet het jaar er uit?
Materiaal
Herhalen H1 Procenten: Klassikaal oefenen
Deze les
Boeken en hoe ziet het jaar er uit?
Materiaal
Herhalen H1 Procenten: Klassikaal oefenen
Boeken en hoe ziet het jaar eruit?
Deel A en deel B
Flex-boek
Periode 1: H1 + H4; H1, H4 en H8
Periode 2: H3 + H6
Periode 3: H2 + H5
Periode 4: H2, H5, H7; H3 en H10
H9 in jaar 4
H1 Procenten
Je kunt rekenen met een procentuele stijgen en een procentuele daling.
Je kunt de procentuele toename en afname berekenen.
Je kunt rekenen met procenten en grote getallen.
Je kunt terugrekenen naar 100%.
Je kunt de oude situatie berekenen na een stijging en een daling.
Je kunt het promillage berekenen.
Je kunt rekenen met promille.
Je kunt rekenen met exponentiële toename.
Je kunt rekenen met exponentiële afname.
Check: Ik kan rekenen met een procentuele stijging en een procentuele daling.
A. Amir koopt verf bij een groothandel. Een blik verf kost €38,60 exclusief 21% btw. Bereken de prijs van een blik verf inclusief btw.
B. Verfhandel De Kleurwaaier bestaat 15 jaar. Alle producten zijn daarom 15% goedkoper. Een blik verf kostte eerst €48,95.
Karim koopt twee blikken verf in de aanbieding. Hij betaalt contant.
Hoeveel betaalt hij?
Oef: Ik kan rekenen met een procentuele stijging en een procentuele daling.
A. Een kaartje voor een zwembad kost normaal €4,50.
Het zwembad bestaat 25 jaar, daarom krijg je een korting van 2,5%.
Bereken de nieuwe prijs van het kaartje.
B. Zayen koopt een doos glazen van €8,50 bij de groothandel. Dit is exclusief 21% btw. Hij betaalt contant.
Hoeveel moet Zayen betalen?
Check: Je kunt de procentuele toename en afname berekenen.
A. Hidde is jarig. Zijn zakgeld wordt verhoogd van €17,50 naar €22,50.
Met hoeveel procent is zijn zakgeld gestegen?
B. Holly koopt de jurk met korting. De jurk was €37,99, maar is nu €25,50.
Hoeveel procent korting krijgt Holly?
Oef: Je kunt de procentuele toename en afname berekenen.
A. Een tekendoos is in de aanbieding van €31,95 voor €26,85.
Hoeveel procent is de korting?
B. Het aantal leden van een atletiekvereniging is toegenomen. Vorig jaar waren er 187 leden. Dit jaar zijn er 213 leden.
Met hoeveel procent is het aantal leden toegenomen.
Check: Je kunt rekenen met procenten en grote getallen.
A. In 2000 was 24,5% van de 15,8 miljoen inwoners van Nederland jonger dan 20 jaar.
Hoeveel inwoners zijn dat? Schrijf je antwoord met alleen cijfers.
B. In 2040 verwacht men dat er 7,9% meer inwoners in Nederland zijn dan in 2022. In 2022 waren er 17,8 miljoen inwoners.
Hoeveel miljoen inwoners verwacht men dat er zijn in 2040? Rond af op één decimaal.
Check: Je kunt terugrekenen naar 100%.
Je kunt de oude situatie berekenen na een stijging en een daling.
A. In 2021 zijn er in Nederland 31 130 Volkswagens verkocht. Dit was 9,6% van alle verkochte auto's.
Hoeveel auto's zijn er in 2021 verkocht?
B. Een computer is 14,5% in prijs verlaagd en kost nu €549.
Bereken de prijs voor de prijsdaling.
C. Bij een kapper kost wassen en knippen €25,80. Dat is de prijs inclusief 9% btw. Bereken de prijs exclusief btw.
Oef: Je kunt terugrekenen naar 100%.
Je kunt de oude situatie berekenen na een stijging en een daling.
A. De huurprijs is een stijging van 1,9%.
Bereken de huurprijs voor de prijsstijging.
B. De prijs van een koffiemachine is €272. Dit is inclusief btw. Bereken de prijs van de koffiemachine exclusief btw.
C. Het aantal leerlingen in de brugklas is dit jaar met 8,6% afgenomen. Nu zitten er 352 leerlingen in de brugklas. Hoeveel leerlingen zaten er vorig jaar in de brugklas?
Check: Je kunt het promillage berekenen.
Je kunt rekenen met promille.
A. Het aantal inwoners in Dordrecht is in één jaar gestegen van 119 115 naar 119 537.
Met hoeveel promille is het aantal inwoners toegenomen.
B. In een dorp van 9450 is 9,6‰ jonger dan 1 jaar.
Bereken het aantal kinderen jonger dan 1 jaar.
Oef: Je kunt het promillage berekenen.
Je kunt rekenen met promille.
A. Op 1 januari 2020 had Hellevoetsluis 38 890 inwoners.
Op 1 januari 2021 waren dat er 39 065.
Hoeveel promille is de bevolkingstoename?
B. Bereken 3,4‰ van 258 600 inwoners.
Check: Je kunt rekenen met exponentiële toename.
Je kunt rekenen met exponentiële afname.
A. Jonathan is in 2021 lid geworden van een fitnesscentrum. Hij betaalt per maand €29,95 contributie. Naar verwachting gaat de contributie elk jaar met 3,5% omhoog.
Hoeveel is de contributie per maand in 2025? En in 2029?
B. Op januari 2022 was het aantal inwoners van Duiven 24 946. De burgemeester verwacht dat het aantal inwoners zal dalen met 1,1% per jaar.
Hoeveel inwoners verwacht de burgemeester op 1 januari 2030?
Oef: Je kunt rekenen met exponentiële toename.
Je kunt rekenen met exponentiële afname.
A. Otis is in 2022 lid geworde nvan een padelvereniging. Hij betallt ieder jaar €190 contributie. Naar verwachting gaat de contributie elk jaar met 1,8% omhoog.
Hoeveel contributie betaalt Otis in 2033?
B. Op 1 januari 2022 was het aantal inwoners van een gemeente 86 845. Men verwacht dat het aantal inwoners zal dalen met 2,4% per jaar.
Hoeveel inwoners worden er verwacht op 1 januari 2034?
Deze les
Uitleg over onderzoeken
Zelf aan de slag
Doelen H4 Statistiek
Je kunt uitleggen of een onderzoek een telling of een steekproef is.
Je kunt uitleggen of een steekproef representatief is.
Je kunt conclusies trekken uit een onderzoek.
Je kunt het gewogen gemiddelde berekenen.
Je kunt het gemiddelde uit een frequentietabel (met klassen) berekenen.
Je kunt de modus en mediaan bepalen.
Je kunt de modus en de mediaan uit een staafdiagram of tabel bepalen.
Je kunt een boxplot aflezen.
Je kunt informatie halen uit diagrammen.
T: Je kunt informatie halen uit samengestelde diagrammen.
Kleine test
A. Over welke leeftijdsgroep gaat deze diagram?
B. Het gebruik van welke app is het sterktst toegenomen?
C. Stel dat dit ook voor onze school geldt. Wij hebben zo'n 50 leerlingen 15 - 19 jaar.
Hoeveel leerlingen hebben dan in 2022 Instagram?
Telling of steekproef?
Telling: Aantallen
Bevolkingsregister gemeente
Onderwijs inspectie
Steekproef: kleine groep geldt voor grote groep
Representatief
Doelgroep
Verhoudingen
Voorbeelden: Meningen, social media gebruik, etc.
Conclusie
Uit een onderzoek komt een conclusie.
Aan de hand van de conclusie kun je beslissingen maken.
Beantwoord de testvragen op blz. 177
Slide tekst
Zelf aan de slag
Wat? Maak 4.1 opgave 4 t/m 8 (zet vast rondjes)
Hoe? Zelfstandig in je boek.
Klaar? Nakijken
Lezen/Tekenen/ander vak
Deze les
Herhaling onderzoeken
Voorkennis: Gemiddelde; Frequentietabel
Uitleg gemiddelde in een frequentietabel en klassen
Zelf aan de slag
Doelen H4 Statistiek
Je kunt het gewogen gemiddelde berekenen.
Je kunt het gemiddelde uit een frequentietabel (met klassen) berekenen.
Herhaling Telling/streekproef
Voorkennis gemiddelde
Bereken het gemiddelde van Anja de Bruyn.
Uitleg gewogen gemiddelde
Bereken het gemiddelde van Anja de Bruyn.
Voorkennis frequentietabel
A. Hoeveel leerlingen zitten er in klas B3C?
B. Hoeveel leerlingen zijn minstens 16 jaar?
Uitleg gemiddelde frequentietabel
Als je alle leerlingen op een rij zet:
14 14 14 14 14 14 14 14 15 15 15 15 15 15 16 16 16 17
Oef. gemiddelde frequentietabel
Er is genoteerd hoeveel fietsen er per adres in de schuur staan.
Bereken het gemiddelde aantal fietsen per adres.
Uitleg frequentietabel met klassen
Oef. frequentietabel met klassen
A. Maak de frequentietabel,
neem de klassen 20 -< 40, 40 -< 60, etc..
B. Bereken het gemiddelde van de tabel.
Zelf aan de slag
Wat? Maak 4.2 opgave 13, 14, 20, 26, 27 (zet rondjes)
Hoe? Zelfstandig in je boek.
Klaar? Nakijken
Lezen/Tekenen/ander vak
Deze les
Herhaling gemiddelde in een frequentietabel en klassen
Uitleg modus en mediaan
Zelf aan de slag
Herhaling
Modus
Modus komt het vaakste voor
Mediaan
Mediaan staat in het midden
Twee in het midden? --> Bereken het gemiddelde
Oefening modus en mediaan
Modus en mediaan in een staafdiagram
Modus komt het vaakste voor.
Mediaan staat in het midden.
Modus en mediaan in een staafdiagram
Zelf aan de slag
Wat? Maak 4.3 opgave 32, 35, 41, 42 (zet rondjes)
Hoe? Zelfstandig in je boek.
Klaar? Nakijken
Lezen/Tekenen/ander vak
Deze les
Herhaling gemiddelde, modus en mediaan
Uitleg boxplot
Zelf aan de slag
Herhaling modus en mediaan
Uitleg boxplot
24 Schoenen verkocht
Welke maat is de mediaan?
Mediaan bovenste rij?
Mediaan onderste rij?
36
36
36
37
37
37
37
37
38
38
38
38
38
38
39
39
39
39
40
40
40
41
41
42
Uitleg boxplot
Vier gelijke aantallen, elke groep is 25% van het totale aantal.
25% heeft schoenmaat 40 of hoger.
36
36
36
37
37
37
37
37
38
38
38
38
38
38
39
39
39
39
40
40
40
41
41
42
Uitleg boxplot
25% heeft schoenmaat groter dan 39,5
50% heeft tussen 37 en 39,5
36
37
38
39,5
42
36
37
38
39
40
41
42
Uitleg diagrammen
Lees goed
Kijk goed
Controleer
Zelf aan de slag
Wat? Maak 4.4 opgave 47 t/m 51, 54 t/m 58
Hoe? Zelfstandig in je boek.
Klaar? Nakijken
Lezen/Tekenen/ander vak
Deze les
Uitleg samengestelde diagrammen
Zelf aan de slag
Samengestelde diagrammen
Zelf aan de slag
Wat? Maak 4.4 opgave 47 t/m 51, 54 t/m 58
Maak 4.5 opgave 65, 66, 67
Hoe? Zelfstandig in je boek.
Klaar? Nakijken
Lezen/Tekenen/ander vak