Introductieles 2Grieks: woorden les 6A Pallas

Dionysos en Ariadne
1 / 27
next
Slide 1: Slide
GrieksMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Dionysos en Ariadne

Slide 1 - Slide

In deze les...
  1. Oefening werkwoorden
  2. Nakijken tekst 7A 11 t/m 16
  3. S.O.'s terug en zelf aan het werk
  4. Afsluiting

Slide 2 - Slide

Waarom werkwoorden?
  • In elke zin komt een werkwoord voor
  • Dus ook in het Grieks!
  • Daarom is het belangrijk dat je kunt zien over welke persoon een zin gaat (hij, zij, wij, jullie, etc.)

Slide 3 - Slide

Wat betekent:
φευγει
A
(hij/zij/het) vlucht
B
zij vluchten

Slide 4 - Quiz

Wat betekent:
ποιοῦσι
A
(hij/zij/het) doet/maakt
B
zij doen/maken

Slide 5 - Quiz

Wat betekent:
ζητεῖ
A
(hij/zij/het) zoekt
B
zij zoeken

Slide 6 - Quiz

Welke 'personen' hebben we gezien?
ik                                                       wij
jij                                                       jullie
hij/zij/het         -ει                        zij                     -ουσι



Slide 7 - Slide

Welke persoon?
σῴζω
A
ik
B
hij/zij/het
C
wij
D
zij

Slide 8 - Quiz

Welke persoon?
λυομεν

A
ik
B
hij/zij/het
C
wij
D
zij

Slide 9 - Quiz

Welke persoon?
ποιεῖ

A
ik
B
hij/zij/het
C
wij
D
zij

Slide 10 - Quiz

Welke persoon?
λυω

A
ik
B
hij/zij/het
C
wij
D
zij

Slide 11 - Quiz

Welke 'personen' hebben we gezien?
ik                         -ω                        wij                    -ομεν
jij                                                       jullie
hij/zij/het         -ει                        zij                     -ουσι



Slide 12 - Slide

Wat betekent:
λυεις?
A
jij maakt los
B
hij/zij/het maakt los
C
jullie maken los
D
zij maken los

Slide 13 - Quiz

Wat betekent:
σῳζει?
A
jij redt
B
hij/zij/het redt
C
jullie redden
D
zij redden

Slide 14 - Quiz

Wat betekent:
σῳζετε?
A
jij redt
B
hij/zij/het redt
C
jullie redden
D
zij redden

Slide 15 - Quiz

Welke 'personen' hebben we gezien?
ik                         -ω                        wij                    -ομεν
jij                         -εις                      jullie                -ετε
hij/zij/het         -ει                        zij                     -ουσι



Slide 16 - Slide

In deze les...
  1. Oefening werkwoorden
  2. Nakijken tekst 7A 11 t/m 16
  3. S.O.'s terug en zelf aan het werk
  4. Afsluiting

Slide 17 - Slide

αὐτὸς-regel
αὐτὸς ὁ Θησεὺς Theseus zelf​
μετ’ αὐτῶν  met hen​


Αὐτος (αὐτη, αὐτον) als bijvoeglijke bepaling betekent _____1_____.​

Αὐτος (αὐτη, αὐτον) als persoonlijk voornaamwoord vertaal je met _____2_____.

Slide 18 - Slide

7A Theseus en Ariadne op Naxos
    1. Οὕτω δὴ αὐτὸς ὁ Θησεὺς καὶ τὰ πολλὰ τέκνα τῆς ἐλευθερίας     
    2. τυγχάνουσιν. ​
    3. Πλοίῳ δ’ ὁ Θησεὺς φεύγει μετὰ τῶν τέκνων ἐκ τῆς Κρήτης.     ​
    4. Καὶ ἡ παρθένος Ἀριάδνη μετ’ αὐτῶν μετέχει τῆς φυγῆς.​
    5. Οὐδεὶς δ’ αὐτῶν ἔτι φόβον ἔχει! ​

Zo dan krijgen Theseus zelf en de vele kinderen de vrijheid.​
Op/Met een schip vlucht Theseus met de kinderen uit Kreta.​
Ook het meisje Ariadne neemt samen met hen deel aan de vlucht.​
Niemand van hen heeft nog angst/is bang!

Slide 19 - Slide

7A Theseus en Ariadne op Naxos
6.  Πρῶτον τῷ πλοίῳ εἰς Νάξον τὴν νῆσον πλέουσιν. ​
7. Ἱερὰ δὲ Διονύσου τοῦ θεοῦ ἐστιν ἡ Νάξος.​
8. Νυκτὸς δ’ ἐκ τοῦ πλοίου ἐκβαίνουσι ​
9. καὶ ἐπὶ τοῦ μεγάλου αἰγιαλοῦ καθεύδουσιν· ​
10. μάλα γὰρ κάμνουσιν ἐκ τῶν πολλῶν κινδύνων. ​

Eerst varen ze met het schip naar het eiland Naxos.​
Naxos is gewijd aan de god Dionysos.​
's Nachts gaan ze van het schip​
en slapen op het grote strand:​
want ze zijn erg moe na de vele gevaren.

Slide 20 - Slide

Geef je buurman/buurvrouw punten voor zijn/haar vertaling. Trek per fout een punt van het totaalaantal per zin af.
Daar merkt de god van de wijn Ariadne op.                                                              2pt
Onmiddellijk zegt hij tot zichzelf: 'Bij de goden,  dat meisje                             3pt
verlang ik zelf! Onmiddellijk zal ik haar dus wegvoeren en                                3pt
trouwen; zo mooi vind ik het meisje.’                                                                           3pt
Hij ontvoert haar dus en voert haar weg van het eiland.                                    3pt
Zo is hij voor hen de oorzaak van veel verdriet.                                                      3pt

Slide 21 - Slide

In deze les...
  1. Oefening werkwoorden
  2. Nakijken tekst 7A 11 t/m 16
  3. S.O.'s terug en zelf aan het werk
  4. Afsluiting

Slide 22 - Slide

S.O.'s terug en zelf aan het werk
Taaloefening A p.75: opdracht met μεγας en πολυς (TB p. 57)
  of
Taaloefening A p.77: opdracht over αὐτος (TB p.59 en 61)
  of
Tekst 7B vertalen

Slide 23 - Slide

In deze les...
  1. Oefening werkwoorden
  2. Nakijken tekst 7A 11 t/m 16
  3. S.O.'s terug en zelf aan het werk
  4. Afsluiting

Slide 24 - Slide

Wat betekent:
ἀκουετε?
A
jij hoort
B
hij/zij/het hoort
C
jullie horen
D
zij horen

Slide 25 - Quiz

Welke persoon is...
ἐγειρει ?
A
jij
B
hij/zij/het
C
jullie
D
zij

Slide 26 - Quiz

Welke persoon is...
φιλοῦσι?
A
jij
B
hij/zij/het
C
jullie
D
zij

Slide 27 - Quiz