Rekenen met procenten in de veehouderij

Hoofdstuk 4 - Procenten
1 / 26
next
Slide 1: Slide
RekenenVeehouderijMBOBeroepsopleidingStudiejaar 1

This lesson contains 26 slides, with text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 20 min

Items in this lesson

Hoofdstuk 4 - Procenten

Slide 1 - Slide

Hoofdstuk 4
4.1 Rekenen met procenten
4.2 Percentages berekenen
4.3 Meer of minder dan 100%
4.4 percentages als decimaal getal
4.5 Percentages, breuken en verhoudingen
4.6 Gemengde opgaven

Slide 2 - Slide

Leerdoelen 4.1 

  • Je leert wat procenten zijn.
  • Je kunt rekenen met procenten.


Slide 3 - Slide

4.1 Rekenen met procenten
Het woord procent betekent letterlijk: per honderd.
1% is 1 van de honderd.
30% is 30 van de honderd.                           100% is alles!

Vaak is het handig eerst 1% uit te rekenen en daarna het aantal dat je nodig hebt. Een handig rijtje waarmee je meeste percentages uit kunt rekenen:
    100% = 
       10% = 
          1% = 

Slide 4 - Slide

Voorbeeld

Bereken 4% van 200

Slide 5 - Slide

Voorbeeld. 
Bereken 4% van 200.

1% van 200 = 200 : 100 = 2
4% van 200 = 4 x 2 = 8
Dus 4% van 200 = 8

Slide 6 - Slide

Oefenen
Een fietsverkoper verkoopt per maand 300 fietsen. 20% hiervan zijn elektrische fietsen. Hoeveel elektrische fietsen verkoopt hij per maand?
100% = 300                        
10% =   30
1% =      3
20% = ?

Slide 7 - Slide

Oefenen: gebruik een verhoudingstabel of alleen een rekenmachine
Vincent verdient € 6,- per uur. Hij krijgt 5% loonsverhoging.
Hoeveel verdiend Vincent dan per uur?

Reken uit met verhoudingstabel én rekenmachine.



Slide 8 - Slide

Via tabel of rekenmachine...
Vincent verdient € 6,- per uur. Hij krijgt 5% loonsverhoging.
Hoeveel verdiend Vincent dan per uur?

Via RM:
€ 6,- : 100 x 5
€ 0,30 verhoging
= € 6,30


Slide 9 - Slide

Huisvesting jongvee

Slide 10 - Slide

Hoeveel kalver iglo's nodig?
Afhankelijk van:
  • Afkalfpatroon (gespreid of voorjaars afkalvend)
  • Vervangingspercentage

Slide 11 - Slide

De kalveren komen de eerste 14 dagen in een iglo. Hoeveel procent iglo's moeten er zijn?

Slide 12 - Slide

Hoeveel kalveriglo's nodig bij...
Gespreid afkalfpatroon en 35% vervangingspercentage?
Antwoorden op nul decimalen.

  • 130 melkkoeien
  • 310 melkkoeien

Slide 13 - Slide

Hoeveel kalveriglo's nodig bij...
Gespreid afkalfpatroon en 35% vervangingspercentage?
Antwoorden op nul decimalen.

  • 130 melkkoeien  -> 130 : 100 = 1,3 x 15 = 19,5 = 20
  • 320 melkkoeien -> 320 : 100 = 3,2 x 15 = 48

Slide 14 - Slide

Op een melkveebedrijf zijn ...
233 melkkoeien met een gespreid afkalfpatroon en 35% vervangingspercentage.
Er zijn 28 kalver iglo's aanwezig. 
  1. Hoeveel procent is dit? (afronden op 1 decimaal)
  2. Hoeveel kalver iglo's moeten er nog bij? (afronden op 0 decimalen)

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Video

Slide 18 - Slide

3.  Hoeveel procent is de korting?

Slide 19 - Slide

Hoofdstuk 4 - Verhoudingen

Slide 20 - Slide

Hoofdstuk 4
4.1 Rekenen met procenten
4.2 Percentages berekenen
4.3 Meer of minder dan 100%
4.4 percentages als decimaal getal
4.5 Percentages, breuken en verhoudingen
4.6 Gemengde opgaven

Slide 21 - Slide

Leerdoel 4.2 

  • Je leert hoe je percentages kunt berekenen.

Slide 22 - Slide

4.2 Percentage berekenen
Om een percentage te berekenen, kun je een verhoudingstabel gebruiken. Het totaal is dan 100%. Je kunt ook de formule deel : totaal x 100 gebruiken
                                                                                           Aanbieding: 
                                                                                           Mobiele telefoon: € 225,-
                                                                                           Nu € 45,- korting.
 
                                                                                           Hoeveel procent korting krijg je?

Slide 23 - Slide

11.2 Percentage berekenen
                                                                                           Aanbieding: 
                                                                                           Mobiele telefoon: € 225,-
                                                                                           Nu € 45,- korting.
 
                                                                                           Hoeveel procent korting krijg je?

Aanbieding:
                                  
Mobiele telefoon: € 225,-    -      Nu € 45,- korting.      
Hoeveel procent korting krijg je?

Dat kan:
* met een verhoudingstabel.

* met de formule met de RM:
45 : 225 x 100 = 20%

€ 45,- = 20% van € 225,-

Slide 24 - Slide

Oefenen
Frans gaat met zijn vrouw en kinderen van 10 en 12 jaar op vakantie. De vakantie kost zonder korting € 2500,-.
Hoeveel % is Frans goedkoper uit als hij 
dit weekend de vakantie boekt?

Slide 25 - Slide

Oefenen
Frans gaat met zijn vrouw en kinderen van 10 en 12 jaar op vakantie. De vakantie kost zonder korting € 2500,-.
Hoeveel % is Frans goedkoper uit als hij 
dit weekend de vakantie boekt?
Frans krijgt € 2500,- : 100 × 15% = € 375,- vroegboekkorting.
De totale korting is € 375 + € 50,- + € 100,- = € 525,-.


Of 525 : 2500 x 100 = 21%

Slide 26 - Slide