This lesson contains 30 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.
Lesson duration is: 60 min
Items in this lesson
Tijd en Snelheid
Slide 1 - Slide
Slide 2 - Slide
Slide 3 - Slide
Snelheid = Afstand : Tijd
Je kunt: Afstand berekenen als tijd en snelheid bekent zijn
Je kunt: Snelheid uitrekenen als afstand en tijd bekend zijn
Je kunt: Tijd uitrekenen als snelheid en afstand bekend zijn.
Slide 4 - Slide
Snelheid, afstand of tijd berekenen
gemiddelde snelheid = afstand / tijd
afgelegde afstand = snelheid x tijd
tijd = afstand / snelheid
Slide 5 - Slide
Hans vertrekt om 14:00 uur voor een wandeltocht van 6 km. Hij is om 15:30 uur weer thuis.
Bereken zijn gemiddelde snelheid in km/uur.
A
4 km/uur
B
6 km/uur
C
5 km/uur
D
9 km/uur
Slide 6 - Quiz
Eenheden moeten bij elkaar passen
Eenheden moeten bij elkaar passen:
Deze horen bij elkaar:
Snelheid = km/h
Afstand = km
Tijd = h
Deze horen bij elkaar:
Snelheid = m/s
Afstand = m
Tijd = s
Slide 7 - Slide
Eenheden moeten bij elkaar passen
Als ze niet bij elkaar passen? dan moet je ze omrekenen!!!
Deze horen bij elkaar:
Snelheid = km/h
Afstand = km
Tijd = h
Deze horen bij elkaar:
Snelheid = m/s
Afstand = m
Tijd = s
Slide 8 - Slide
Bij honkbal gooit de werper de bal over een afstand van 18,45 m naar de slagman. Een professionele werper gooit de bal zo snel, dat deze in 0,45 seconden bij de slagman is.
Wat is de snelheid van de bal in meter per seconde?
Slide 9 - Open question
De afstand tussen Patriot Hills en het midden van de zuidpool is 1.114 km. Jason De Carteret en Kieron Bradley hebben deze afstand in 1 etmaal en 16 uur afgelegd. Wat was de gemiddelde snelheid van Jason en Kieron?
Slide 10 - Open question
Miranda rijdt in 120 min van Assen naar ’s-Hertogenbosch. De afstand tussen Assen en ’s-Hertogenbosch is 215 km.
Wat is de gemiddelde snelheid van Miranda in km/u?
Slide 11 - Open question
5 stappen plan
Je werkt bij rekenen altijd volgens het 5 stappenplan.
Dit zijn de stappen:
1 gevraagd.
2 gegeven
3 formule
4 invullen / berekenen
5 antwoord
Slide 12 - Slide
5 stappen plan: stap 1
Haal uit de tekst, wat je wilt weten.
Schrijf dit volledig op
Stap 1: gevraagd: De snelheid
Voorbeeld som:
Guillermo haast zich naar school, want hij is te laat opgestaan. Hij woont 4 kilometer van school af. Hij doet hier 30 minuten over. Hoe snel heeft Guillermo gelopen?
Slide 13 - Slide
5 stappen plan: Stap 2
Haal uit de tekst wat er al gegeven is (wat je al weet)
Schrijf dit op. Zorg ervoor dat de eenheden
bij elkaar horen!!!
Stap 2:
gegeven: afstand = 4 km
tijd = 30 minuten => dit moet uur worden
=> dus delen door 60
tijd = 30 : 60 = 0.5 h
Voorbeeld som:
Guillermo haast zich naar school, want hij is te laat opgestaan. Hij woont 4 kilometer van school af. Hij doet hier 30 minuten over. Hoe snel heeft Guillermo gelopen?
Eenheden moeten bij elkaar horen, anders kan je niet rekenen.
Dus:
Km/h hoort bij km en bij h
M/s hoort bij m en bij s
Staat het er anders? dan moet je omrekenen!!!
Slide 14 - Slide
5 stappen plan: Stap 3
Nu schrijf je de formule op. Als je niet meer weet hoe je met de driehoek-truc de formule kan veranderen, kijk dan eerst het volgende filmpje:
Slide 15 - Slide
0
Slide 16 - Video
oefenen driehoek-truc
Je hebt op de volgende pagina een formule voor snelheid
Zet deze in de driehoek.
Slide 17 - Slide
De formule is:
Snelheid = afstand : tijd
Snelheid
Tijd
Afstand
Slide 18 - Drag question
5 stappen plan: Stap 3
Formule!!!
Stap 1: gevraagd: snelheid = ?
Stap 2:gegeven: afstand = 4 km
tijd = 0.5 h
Stap 3: Snelheid = afstand : tijd
Slide 19 - Slide
5 stappen plan: Stap 4
Invullen!!!
Stap 1: gevraagd: snelheid = ?
Stap 2:gegeven: afstand = 4 km
tijd = 0.5 h
Stap 3: Snelheid = afstand : tijd
Stap 4: Snelheid = 4 km : 0.5 h
Slide 20 - Slide
5 stappen plan: Stap 5
Uitrekenen!!
Stap 1: gevraagd: snelheid = ?
Stap 2:gegeven: afstand = 4 km
tijd = 0.5 h
Stap 3: Snelheid = afstand : tijd
Stap 4: Snelheid = 4 km : 0.5 h
Stap 5: Snelheid = 8 km/h
Eenheid!!!
vergeet de eenheid niet!
Als je die vergeet kost het je een punt!!
Slide 21 - Slide
Afstand =
A
Snelheid x tijd
B
Tijd : Snelheid
C
Afstand x snelheid
D
Snelheid : Tijd
Slide 22 - Quiz
Snelheid kan je uitrekenen met de formule snelheid is afstand/tijd, hoe bereken je met deze formule de tijd?
A
tijd = afstand/snelheid
B
tijd = afstand x snelheid
C
tijd = snelheid/afstand
D
tijd = snelheid /snelheid
Slide 23 - Quiz
Van snelheid in m/s naar snelheid km/h doe je door:
A
Snelheid in m/s keer 3,6
B
Snelheid in m/s gedeeld door 3,6
C
Snelheid in m/s keer 36
D
Snelheid in m/s gedeeld door 36
Slide 24 - Quiz
Je wilt de afstand berekenen. Wat is de juiste formule?
A
afstand = snelheid : tijd
B
afstand = snelheid x tijd
C
afstand = tijd : snelheid
Slide 25 - Quiz
Snelheid
Slide 26 - Slide
Als de snelheid even groot is, dan is het getal in m/s altijd kleiner dan het getal in km/h
A
Waar
B
Niet waar
Slide 27 - Quiz
Johan rijdt met een snelheid van 28,5 m/s. Bereken de snelheid in km/u.