Slim rekenen met dagelijke situaties
Slim rekenen met dagelijke situaties
Leerdoel
Aan het eind van de les kun je eenvoudige rekenvragen over geld, tijd, maten en verhoudingen oplossen.
Hoeveel korting krijg je op een jas?
Een jas kost 60 euro. Je krijgt 10% korting. Hoeveel euro korting krijg je?
Wat betaal je na korting voor een trui?
Een trui kost 40 euro. Je krijgt 25% korting. Hoeveel betaal je?
Teruggeven bij de kassa
Een telefoonhoesje kost 12,50 euro. Je betaalt met 20 euro. Hoeveel krijg je terug?
Broodjes betalen
Je koopt 3 broodjes van 2,75 euro. Wat betaal je samen?
Tijd omrekenen
Een busreis duurt 1 uur en 20 minuten. Hoeveel minuten is dat?
Reistijd berekenen
Je vertrekt om 08:35 en komt om 09:20 aan. Hoeveel minuten reis je?
Liter naar milliliter
Een fles heeft 1,5 liter. Hoeveel milliliter is dat?
Kilogram naar gram
Een zak rijst weegt 2,5 kilogram. Hoeveel gram is dat?
Hoeveel leerlingen fietsen?
3/5 van 50 leerlingen komt op de fiets. Hoeveel leerlingen zijn dat?
Deel van een uur
2/3 van 60 minuten. Hoeveel minuten is dat?
Recept aanpassen
Een recept is voor 4 personen. Je maakt het voor 8 personen. Hoe vaak zoveel is dat?
Afstand op de kaart
Een afstand op de kaart is 4 cm. 1 cm is 2 km. Hoeveel km is de echte afstand?
Gemiddelde snelheid
Je wandelt 12 km in 3 uur. Hoeveel km per uur is dat gemiddeld?
Pizzastukken delen
Een pizza wordt in 8 stukken verdeeld. Je eet 3 stukken. Hoeveel stukken blijven over?
Samen betalen voor kaartjes
Een kaartje kost 18 euro. Voor 2 personen betaal je hoeveel?
Hoeveel leerlingen in de klas?
In een klas zitten 12 meisjes en 8 jongens. Hoeveel leerlingen zijn dat samen?
Hoeveel water bij de siroop?
De verhouding siroop:water is 1:5. Je gebruikt 1 liter siroop. Hoeveel liter water heb je nodig?
Broek met korting
Een broek van 80 euro wordt 20% goedkoper. Hoeveel euro korting is dat?
Trein in een half uur
Een trein rijdt 90 km in 1 uur. Hoeveel km rijdt de trein in een half uur?
Je hebt 50 Euro
Je hebt 50 euro. Je koopt iets van 17,95 euro. Hoeveel houd je ongeveer over, afgerond op hele euro's?
Een toets heeft 25 vragen. Je hebt 20 vragen goed. Hoeveel vragen heb je fout? In procenten
Een toets heeft 25 vragen. Je hebt 20 vragen goed. Hoeveel vragen heb je fout?
Een tafel is 1,20 meter lang. Hoeveel centimeter is dat?
Je spaart elke week 7,50 euro. Hoeveel spaar je in 4 weken?
Een pak kost 3,40 euro. Twee pakken kosten samen hoeveel?
Een activiteit begint om 14:15 en duurt 2 uur en 30 minuten. Hoe laat is het afgelopen?
Een doos met 48 pennen wordt verdeeld over 6 leerlingen. Hoeveel pennen krijgt ieder?
Een shirt kost 15 euro. Drie shirts kosten samen hoeveel?
Je betaalt 9 euro voor 6 flessen water. Wat kost 1 fles?