Mengsels, scheiden en analyse (Scheikunde havo), les 2: Examentraining

Destillatieopstelling in een lab (foto: Baminnick, CC BY-SA 3.0)

EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · MENGSELS · SCHEIDEN

Examentraining

Mengsels, scheiden en analyse: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
next
Slide 1: Slide
New lesson editorScheikundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Introduction

Leerlingen oefenen met acht examenvragen: een scheidingsmethode kiezen en toelichten, een chromatogram lezen, een ijklijn gebruiken en een soort mengsel herkennen.

Items in this lesson

Destillatieopstelling in een lab (foto: Baminnick, CC BY-SA 3.0)

EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · MENGSELS · SCHEIDEN

Examentraining

Mengsels, scheiden en analyse: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Baminnick / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0

EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · MENGSELS · SCHEIDEN

Wat ga je kunnen?

Ik kan een scheidingsmethode kiezen en toelichten, een chromatogram lezen en een ijklijn gebruiken.

This item has no instructions

EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · MENGSELS · SCHEIDEN

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: welke stoffen en welk gegeven (tabel, figuur) heb je?

  • 2. Zoek: op welke eigenschap verschillen de stoffen?

  • 3. Kies of lees af: methode, vlek of waarde.

  • 4. Schrijf: een zin met de eigenschap en het woord omdat.

This item has no instructions

Destillatieopstelling in een lab (foto: Baminnick, CC BY-SA 3.0)

EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · MENGSELS · SCHEIDEN

Vraagtype 1: methode kiezen

  • Noem de methode en het verschil in eigenschap waarop ze berust.

  • Voorbeeld: zand en water scheid je door te filtreren, omdat de zandkorrels groter zijn dan de poriën.

Image credit: Baminnick / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0

Ethanol (kookpunt 78 °C) en water (100 °C) zijn gemengd. Welke scheiding past?

A

Filtreren: de deeltjes verschillen in grootte

B

Bezinken: de dichtheden verschillen

C

Destilleren: de kookpunten verschillen

D

Extraheren: de oplosbaarheid verschilt

Syllabus R&A2.2. Ethanol en water mengen volledig, dus filtreren en bezinken werken niet. Kookpunten zoek je op in Binas.

Heet water lost smaak uit koffie. Welke methode?

Extraheren, het water is het extractiemiddel (verschil in oplosbaarheid). Verwachte fout: filtreren, dat is de volgende stap met het koffiefilter.

Chromatogram van een snoepje en drie kleurstoffen (eigen figuur)

EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · MENGSELS · SCHEIDEN

Vraagtype 2: chromatogram lezen

  • Een snoepje is op een chromatografieplaatje gezet naast drie bekende kleurstoffen.

  • Het snoepje geeft drie vlekken. Vergelijk de hoogte van elke vlek met de bekende kleurstoffen.

Image credit: Eigen figuur

Welke bekende kleurstoffen zitten in het snoepje?

A

Kleurstof 1 en 2

B

Kleurstof 1 en 3

C

Kleurstof 2 en 3

D

Kleurstof 1, 2 en 3

Syllabus R&A2.3. Vlekken op gelijke hoogte als de bekende stof wijzen op die stof. Er is geen vlek op de hoogte van kleurstof 2.

Wat zegt de hoogste, open vlek van het snoepje?

A

Het is kleurstof 3, want hij ligt hoog

B

Het is de loopvloeistof zelf

C

Het snoepje bevat geen kleurstof 3

D

Er zit een andere, onbekende stof in

Syllabus R&A2.3. Een vlek zonder gelijke bij de bekende stoffen is een andere stof. Verwachte fout: de hoogste vlek aanzien voor kleurstof 3.

IJklijn van meetwaarde tegen concentratie in mg L⁻¹ (eigen figuur)

EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · MENGSELS · SCHEIDEN

Vraagtype 3: een ijklijn gebruiken

  • De ijklijn loopt rechtdoor via de oorsprong: bij 10 mg L⁻¹ is de meetwaarde 0,15.

  • Lees af of reken met de verhouding; geef de uitkomst met evenveel significante cijfers als de gegevens.

Image credit: Eigen figuur

10 mg L⁻¹ geeft 0,15. Welke concentratie geeft 0,27?

De lijn is 0,015 per mg L⁻¹ (0,15 / 10). Concentratie = 0,27 / 0,015 = 18 mg L⁻¹. Controle: 18 × 0,015 = 0,27. Twee significante cijfers. Verwachte fout: 27 mg L⁻¹ (meetwaarde als concentratie lezen).

10 mg L⁻¹ geeft 0,15. Welke meetwaarde geeft 6,0 mg L⁻¹?

A

0,15

B

0,90

C

0,060

D

0,090

Syllabus R&A2.3. 6,0 × 0,015 = 0,090 (twee significante cijfers). Controle: de lijn gaat via 0 en 0,15 bij 10, dus 6,0 geeft iets minder dan de helft van 0,15, namelijk 0,090. Fouten: 0,15 (ijkpunt van 10), 0,90 (komma verkeerd), 0,060.

Oliedruppels in water onder de microscoop (foto: Kushina Dahlia, CC BY 4.0)

EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · MENGSELS · SCHEIDEN

Vraagtype 4: soort mengsel herkennen

  • Benoem het soort mengsel en gebruik het juiste begrip.

  • Een emulgator zit bij een emulsie, een residu bij een scheiding.

Image credit: Kushina Dahlia / Wikimedia Commons, CC BY 4.0

Mayonaise heeft oliedruppels in water, met eigeel erbij. Wat is het?

A

Een suspensie, eigeel is de emulgator

B

Een emulsie, eigeel is de emulgator

C

Een oplossing, eigeel is het extractiemiddel

D

Een emulsie, eigeel is het residu

Syllabus M2.3. Druppels van de ene vloeistof in de andere vormen een emulsie. Eigeel houdt de druppels gemengd. Verwachte fout: suspensie, want het ziet er troebel uit.

Je roert suiker in thee tot er suiker op de bodem blijft. Hoe heet de thee?

A

Een onverzadigde oplossing

B

Een emulsie

C

Een verzadigde oplossing

D

Een legering

Syllabus M2.3. Er lost niets meer bij op, dus verzadigd. Verwachte fout: onverzadigd, omdat je nog roert.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Methode kiezen

2

Chromatogram lezen

3

Een ijklijn gebruiken

4

Soort mengsel herkennen

This item has no instructions

EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · MENGSELS · SCHEIDEN

Tips voor op het examen

  • Noem bij elke scheidingsmethode ook het verschil in eigenschap.

  • Vlekken beoordeel je op hoogte: gelijk aan een bekende stof betekent die stof.

  • Lees bij een ijklijn eerst de assen en eenheden.

This item has no instructions