Kantoortoren The Rock op de Zuidas, Amsterdam. Foto: Fred Romero, CC BY 2.0
EXAMENSTOF · FINANCIEREN · LENEN
Examentraining
Vreemd vermogen en eisen: zo pak je examenvragen aan
Kantoortoren The Rock op de Zuidas, Amsterdam. Foto: Fred Romero, CC BY 2.0
EXAMENSTOF · FINANCIEREN · LENEN
Examentraining
Vreemd vermogen en eisen: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Fred Romero / Wikimedia Commons, CC BY 2.0
EXAMENSTOF · FINANCIEREN · LENEN
Wat ga je kunnen?
Ik kan agio op obligaties berekenen, financieringsvormen vergelijken en de voorwaarden van vermogensverschaffers toetsen.
This item has no instructions
EXAMENSTOF · FINANCIEREN · LENEN
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: welke organisatie, hoeveel geld, hoe lang en wat vraagt de verschaffer?
2. Reken: eerst totaal nominaal, dan ontvangen bedrag, dan agio.
3. Kies: vergelijk op looptijd, interest, onderpand en zeggenschap.
4. Toets: zet het kengetal tegen de eis en trek de conclusie.
This item has no instructions
EXAMENSTOF · FINANCIEREN · LENEN
Type 1: agio op obligaties rekenen
Gegeven: aantal obligaties, nominale waarde en emissiekoers in procenten.
Ontvangen bedrag = totale nominale waarde x emissiekoers. Agio = ontvangen min nominaal.
Interest bereken je altijd over de nominale waarde, niet over het ontvangen bedrag.
This item has no instructions
Vlaar nv geeft 6.000 obligaties van € 250 nominaal uit tegen een emissiekoers van 104%. Hoeveel ontvangt Vlaar?
€ 1.500.000
€ 1.560.000
€ 60.000
€ 1.440.000
Syllabus 21.8 en 21.9. 6.000 x € 250 = € 1.500.000; x 1,04 = € 1.560.000. Agio € 60.000. Verwachte fout: het agio (€ 60.000) of de nominale waarde als antwoord geven, of met 96% rekenen.
Sanne bv geeft 4.000 obligaties van € 500 nominaal uit tegen 102%, met een vaste interest van 4%. Hoeveel interest betaalt zij per jaar?
€ 81.600
€ 8.000
€ 80.000
€ 160.000
Syllabus 21.8. Interest over de nominale waarde: 4.000 x € 500 = € 2.000.000; x 4% = € 80.000. Tweede controle: € 500 x 4% = € 20 per obligatie x 4.000 = € 80.000. Verwachte fout: de interest over het ontvangen bedrag (€ 2.040.000 x 4% = € 81.600) berekenen.
EXAMENSTOF · FINANCIEREN · LENEN
Type 2: obligatievorm kiezen
Je krijgt een organisatie met een wens: kies een gewone of een converteerbare obligatielening.
Zet voor- en nadelen tegenover elkaar, vanuit de organisatie en vanuit de belegger.
Omruilen betekent geen aflossing, maar wel nieuwe aandeelhouders.
This item has no instructions
Kwekerij Groenewoud wil € 5 mln lenen tegen zo laag mogelijke interest en accepteert nieuwe aandeelhouders. Liefst hoeft ze niet af te lossen. Welke vorm past?
Een converteerbare obligatielening
Een gewone obligatielening
Een hypothecaire lening
Een onderhandse lening
Syllabus 21.6 en 21.7. Het omruilrecht geeft lagere interest, en bij omruilen vervalt de aflossing. Verwachte fout: gewone obligatielening kiezen omdat die eenvoudiger lijkt; daarbij moet je altijd aflossen.
De aandelenkoers van Rivierhof nv stijgt sterk. Wat is dan voor de houder van een converteerbare obligatie het voordeel boven een gewone?
Een hogere vaste interest dan bij een gewone
Meeprofiteren van de koersstijging via omruilen
De obligatie wordt eerder afgelost
Direct stemrecht als aandeelhouder
Syllabus 21.6. Omruilen in aandelen laat de belegger meedelen in de koersstijging. Verwachte fout: denken dat de interest stijgt of dat de houder al stemrecht heeft; dat komt pas na omruilen.
EXAMENSTOF · FINANCIEREN · LENEN
Type 3: lang of kort geld kiezen
Kies op looptijd: een bedrijfsmiddel dat lang meegaat financier je met lang vreemd vermogen.
Schommelingen in de dagelijkse geldbehoefte dek je met kort vreemd vermogen.
Rekening-courantkrediet is flexibel: je betaalt alleen over wat je opneemt.
This item has no instructions
Bakkerij De Korenaar koopt een oven van € 90.000 die tien jaar meegaat. Welke financiering past het best?
Rekening-courantkrediet
Ontvangen leverancierskrediet
Ontvangen afnemerskrediet
Een lening met een looptijd van tien jaar
Syllabus 21.7 en 21.10. Looptijd van de financiering sluit aan op de levensduur. Verwachte fout: rekening-courantkrediet kiezen omdat het flexibel is; dat is kort geld voor een lang bezit.
Timmerbedrijf Jaspers heeft een kredietlimiet van € 40.000 op de rekening-courant en gebruikt gemiddeld € 15.000, tegen 9% interest per jaar. Hoeveel interest betaalt het?
€ 1.350
€ 3.600
€ 13.500
€ 4.950
Syllabus 21.10. Interest alleen over het opgenomen bedrag: € 15.000 x 9% = € 1.350. Tweede controle: 10% is € 1.500, dus 9% is € 150 minder. Verwachte fout: over de limiet rekenen (€ 3.600) of een komma verschuiven (€ 13.500).
EXAMENSTOF · FINANCIEREN · LENEN
Type 4: voorwaarden toetsen
Je krijgt een situatie: welke eis stelt de verschaffer en waarom?
Onderpand is zekerheid, duurzaamheid gaat over de manier van ondernemen en de rendementseis over risico en beloning.
Solvabiliteits- en liquiditeitseis toets je met een kengetal: solvabiliteit voor de lange termijn, liquiditeit voor de korte.
This item has no instructions
De bank eist van Hoeve bv een solvabiliteit (eigen vermogen : totaal vermogen) van minstens 30%. Hoeve heeft € 600.000 eigen vermogen en € 2.400.000 totaal vermogen. Voldoet Hoeve?
Ja, de solvabiliteit is 33%
Ja, de solvabiliteit is 75%
Nee, de solvabiliteit is 25%
Nee, de solvabiliteit is 33%
Syllabus 22.2. 600.000 : 2.400.000 x 100% = 25%, onder de eis van 30%. Tweede controle: een kwart van het totale vermogen is eigen. Verwachte fout: eigen vermogen delen door vreemd vermogen (600.000 : 1.800.000 = 33%) of het vreemd vermogen delen door het totale vermogen (75%).
Een bank leent alleen aan Vlasco bv als de bedrijfsvoering aan bepaalde milieu- en sociale normen voldoet. Welke voorwaarde is dit?
Onderpand
Rendementseis
Duurzaamheid
Liquiditeitseis
Syllabus 22.2. De eis gaat over de manier van ondernemen. Verwachte fout: onderpand kiezen omdat het een eis van de bank is; onderpand is zekerheid in goederen.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Agio op obligaties rekenen
Obligatievorm kiezen
Lang of kort geld kiezen
Voorwaarden toetsen
This item has no instructions
EXAMENSTOF · FINANCIEREN · LENEN
Tips voor op het examen
Interest reken je over de nominale waarde, het agio over het ontvangen bedrag min de nominale waarde.
Koppel de looptijd van de financiering aan de levensduur van het bedrijfsmiddel.
Bij een eis: reken het kengetal uit en vergelijk het met het minimum.
This item has no instructions