Macht, gezag en participatie (Maatschappijwetenschappen havo), les 2: Examentraining

VERHOUDING · MACHT EN GEZAG

Examentraining

Macht, gezag en participatie: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
next
Slide 1: Slide
New lesson editorMaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Introduction

Examentraining met vier vraagtypen: macht en gezag onderscheiden, macht classificeren, participatie en ongelijkheid, visies en theorieën vergelijken. Elk vraagtype heeft twee vragen in examenstijl.

Items in this lesson

VERHOUDING · MACHT EN GEZAG

Examentraining

Macht, gezag en participatie: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Hubertl / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

VERHOUDING · MACHT EN GEZAG

Wat ga je kunnen?

Ik kan examenvragen over macht, gezag en participatie beantwoorden door concepten te herkennen en toe te passen in een casus.

This item has no instructions

VERHOUDING · MACHT EN GEZAG

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: wat vraagt de vraag: noem, leg uit, classificeer of vergelijk?

  • 2. Zoek: welk concept zit in de casus? Onderstreep de aanwijzing, zoals dwang, erkenning of een bron.

  • 3. Maak concreet: haal een zin of gegeven uit de casus en koppel het aan de omschrijving van het concept.

  • 4. Schrijf: concept, aanwijzing uit de casus, conclusie. Alleen een definitie opschrijven is te weinig.

This item has no instructions

VERHOUDING · MACHT EN GEZAG

Vraagtype 1: macht en gezag onderscheiden

  • Je krijgt een casus en moet bepalen of het om macht of om gezag gaat.

  • Vraag je af: accepteren de mensen de beslissingen vrijwillig, omdat ze het legitiem vinden?

  • Ja: gezag. Nee, het gaat om dwang of een machtsmiddel: macht zonder gezag.

This item has no instructions

Bas volgt het advies van zijn huisarts op, want hij erkent haar kennis. Wat is dit?

A

Gezag, want Bas erkent haar positie en kwaliteiten

B

Macht op basis van dwang, want zij geeft een bevel

C

Een machtsevenwicht, want beiden hebben invloed

D

Politieke macht, want zij beïnvloedt besluitvorming

Syllabus 9.5: Bas accepteert het advies vrijwillig en vindt het legitiem, dus gezag, ontleend aan kwaliteiten (kennis) en positie. Verwachte fout: dwang kiezen omdat een arts instructies geeft.

Dwang door een leger: macht of gezag? Waarom?

Goed antwoord: macht, geen gezag, want de gehoorzaamheid berust op dwang en niet op erkenning door de bevolking; de macht wordt niet als legitiem gezien. Verwachte fout: gezag zeggen omdat het leger macht heeft.

Leiders van NAVO-landen bijeen tijdens de NAVO-top in Madrid, 2022

VERHOUDING · MACHT EN GEZAG

Vraagtype 2: macht classificeren

  • Je moet macht indelen naar niveau, soort en bron.

  • Niveau: micro (personen), meso (groepen en organisaties), macro (maatschappij en landen).

  • Soort: formeel of informeel. Bron: economisch, cognitief, politiek of affectief.

Image credit: U.S. Mission to NATO / Wikimedia Commons, publiek domein

Een school past regels aan en de ouderraad verzet zich. Welk niveau?

A

Microniveau, want het gaat om personen

B

Macroniveau, want het gaat om de samenleving

C

Op alle niveaus tegelijk, zonder verschil

D

Mesoniveau, want het gaat om organisaties

Syllabus 9.1: mesoniveau is het niveau van groepen, organisaties en instituties. Verwachte fout: microniveau, omdat ouders personen zijn.

Welke machtsbron is een wet?

Goed antwoord: een politieke bron (wetten). Ook goed: het is formele macht, want de macht is vastgelegd in wetten. Verwachte fout: economische bron noemen.

Demonstratie tegen onderwijsbeleid in Den Haag, 1971

VERHOUDING · MACHT EN GEZAG

Vraagtype 3: participatie en ongelijkheid

  • Je moet participatie indelen als electoraal of niet-electoraal.

  • Je moet ook verklaren waarom mensen in een lagere positie minder participeren.

  • Gebruik de term machtsbronnen: die ontbreken vaker.

Image credit: Hans Peters / Anefo / Nationaal Archief via Wikimedia Commons, CC0

Jasper loopt mee in een protestmars tegen sluiting van het buurthuis. Welke vorm?

A

Electoraal, want het is politiek actief zijn

B

Niet-electoraal, want het is een protestactie

C

Electoraal, want je laat je stem horen

D

Geen participatie, want het is buiten het parlement

Syllabus 9.2: protestacties zijn niet-electorale participatie. Verwachte fout: electoraal kiezen omdat de actie politiek is. Electoraal gaat over verkiezingen en partijen.

Waarom participeert wie lager staat minder?

Goed antwoord: zij hebben minder machtsbronnen om invloed uit te oefenen en te participeren, daardoor minder politieke macht en minder toegang tot hogere functies. Verwachte fout: zeggen dat zij geen interesse hebben, zonder te verwijzen naar machtsbronnen.

VERHOUDING · MACHT EN GEZAG

Vraagtype 4: visies en theorieën vergelijken

  • Je vergelijkt visies op participatie en theorieën over machtsverdeling.

  • Visies: ontwikkelingsvisie (doel op zichzelf) en instrumentele visie (middel).

  • Theorieën: pluralisme (spreiding) en machtselitetheorie (concentratie), twee uiteinden van een continuüm.

This item has no instructions

Een gemeente start burgerpanels, want meedoen maakt burgers bekwamer. Welke visie?

A

De ontwikkelingsvisie, want participatie is een doel

B

De instrumentele visie, want het is een middel

C

Pluralisme, want er is een open toegang

D

De machtselitetheorie, want de gemeente beslist

Syllabus 9.3: de ontwikkelingsvisie ziet participatie als doel op zichzelf, waarbij burgers kennis en bekwaamheid opdoen. Verwachte fout: pluralisme kiezen. Dat is een theorie over machtsverdeling, geen visie op participatie.

Wat betekent continuüm bij machtsverdeling?

Goed antwoord: een continuüm is een doorlopende schaal met twee uiteinden, pluralisme en machtselite; een machtsstructuur is zelden volledig door één elite beheerst of volledig pluralistisch; in werkelijkheid zit een situatie ergens tussen beide uiteinden. Verwachte fout: zeggen dat een samenleving een van de twee theorieën moet volgen.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Macht en gezag onderscheiden

2

Macht classificeren

3

Participatie en ongelijkheid

4

Visies en theorieën vergelijken

Bespreek het vraagtype met de meeste stemmen eerst en laat een leerling de vier stappen voordoen.

VERHOUDING · MACHT EN GEZAG

Tips voor op het examen

  • Schrijf nooit alleen de definitie op: koppel het concept altijd aan een gegeven uit de casus.

  • Macht of gezag? Zoek in de casus naar dwang (macht) of vrijwillige acceptatie en erkenning (gezag).

  • Classificeer in drie stappen: niveau, soort en bron. Het zijn drie verschillende vragen.

  • Visies gaan over participatie, theorieën over machtsverdeling. Haal ze niet door elkaar.

This item has no instructions

More lessons like this