16.1 Voortstuwen en tegenwerken

Hst 16.1 "voorstuwen en tegenwerken"
1 / 25
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo t, mavoLeerjaar 4

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

Items in this lesson

Hst 16.1 "voorstuwen en tegenwerken"

Slide 1 - Slide

Leerdoelen
Je kunt na deze les:

  • beschrijven hoe de luchtwrijving en de rolwrijving een beweging tegenwerkt.
  • drie manieren noemen om tegenwerkende krachten te verminderen.
  • uitleggen wat wordt bedoeld met de nettokracht op een bewegend voorwerp.
  • aangeven hoe een voorwerp beweegt, als je de nettokracht op dat voorwerp kent.
  • beschrijven hoe de nettokracht een voorwerp van richting kan laten veranderen.

Slide 2 - Slide

Vandaag
H16 starten
H16.1 uitleggen
Zelfstandig werken
Afsluiting

Slide 3 - Slide

Voorkennis
De leerling kent de verschillende soorten krachten (zie hfst 1)

De leerling weet dat krachten zelf niet gezien kunnen worden, maar dat je alleen het effect van de kracht ziet. 

De leerling kan vectoren tekenen en weet dat vectoren een aangrijpingspunt, richting en een lengte hebben.

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Video

Voortstuwen en tegenwerken
Zoals je in het filmpje zag ging de auto "vanzelf" steeds harder. 

Door de zwaartekracht werd de auto steeds meer voortgestuwd. 

Dit zie je andersom ook. Als je een heuvel op probeert te fietsen, maar je stopt met trappen, zal je afremmen en uiteindelijk zelfs achteruit rollen.   

Slide 6 - Slide

Voortstuwen en tegenwerken
De voortstuwende krachten zijn krachten die maken dat je vooruit komt. (spierkracht, motorkracht, zwaartekracht)

 

Tegenwerkende krachten zorgen ervoor dat de beweging juist moeilijker gaat, of dat je afremt. Denk daarbij aan luchtwrijving, rolwrijving, zwaartekracht, andere wrijvingskrachten (onderdelen die langs elkaar bewegen)

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Video

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Video

Maak de zin af: Hoe minder wrijving...
A
Hoe meer verzet.
B
Hoe meer kracht er nodig is om een trein achteruit te laten gaan.
C
Hoe minder kracht er nodig is om te stoppen.
D
Hoe minder kracht er nodig is om een trein vooruit te krijgen.

Slide 12 - Quiz

Een fietser rijdt de berg op. Welke krachten werken hem tegen?
A
Zwaartekracht
B
Wrijvingskracht
C
Luchtweerstand
D
Alle 3 genoemde krachten

Slide 13 - Quiz

Als het sneeuwt, wordt de remweg langer. Hoe komt dat?
A
Omdat de luchtweerstand is afgenomen.
B
Omdat de luchtweerstand is toegenomen.
C
omdat de schuifweerstand is afgenomen.
D
Omdat de schuifweerstand is toegenomen.

Slide 14 - Quiz

Wat gebeurt er met de luchtweerstand als je harder trapt?
A
Wordt groter
B
wordt kleiner
C
Blijft gelijk
D
wordt 0 N

Slide 15 - Quiz

Resultante/nettokracht
De nettokracht is het resultaat van alle krachten tesamen. Die krachten kunnen onder een hoek staan of in dezelfde richting.

Slide 16 - Slide

Resultante/nettokracht
=> Nettokracht werkt in de bewegingsrichting


=> Nettokracht is 0 N


=> Nettokracht werkt tegen de bewegingsrichting in

Slide 17 - Slide

Richtingsverandering
Bijzondere situatie:
Wel een nettokracht, maar er lijkt geen snelheidsverandering te zijn.

Dit vindt plaats als een voertuig van richting verandert.  

Slide 18 - Slide

Wat is de nettokracht?
A
Alle krachten bij elkaar opgeteld
B
als er geen krachten zijn, dat is de nettokracht
C
de sterkste kracht in de tekening

Slide 19 - Quiz

Wat is de
nettokracht?
A
186N
B
8360N
C
1,45N
D
34N

Slide 20 - Quiz

Wat is
de
nettokracht?
A
25N
B
225N
C
1,25N
D
12500N

Slide 21 - Quiz

Wat betekent eenparig vertraagd?
Wat weet je dan van de nettokracht?
A
Dat betekent: sloom en traag. Van de nettokracht weet je niets
B
Dat de snelheid constant blijft, de nettokracht is nul
C
Dat de snelheid varieert, de nettokracht weet je niets van
D
Dat de snelheid constant afneemt, de nettokracht werkt tegen

Slide 22 - Quiz

Welke afbeelding geeft
de nettokracht bij
het remmen juist weer?
A
A
B
B
C
C

Slide 23 - Quiz

Huiswerk
Lees 16.1
Maak opdracht 2 t/m 5, 7 en 9

Slide 24 - Slide

Leerdoelen gehaald?
Je kunt nu:

  • beschrijven hoe de luchtwrijving en de rolwrijving een beweging tegenwerkt.
  • drie manieren noemen om tegenwerkende krachten te verminderen.
  • uitleggen wat wordt bedoeld met de nettokracht op een bewegend voorwerp.
  • aangeven hoe een voorwerp beweegt, als je de nettokracht op dat voorwerp kent.
  • beschrijven hoe de nettokracht een voorwerp van richting kan laten veranderen.

Slide 25 - Slide