E-mail Writing

1 / 15
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolvmbo k, mavoLeerjaar 1,3

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Learning goals
- You know how to write an email
- You know how to start an email
- You know what to write in your email
- You know what to write in the subject
- You know how to end the email

Slide 2 - Slide

Je wil een mailtje sturen naar je neef, in welke volgorde zet je de onderdelen?
Subject: My school
Dear Steven,
Thank you for your e-mail, it was nice to hear from you.
I go to school in Amersfoort now, I really like it there. Where do you go to school?
I would love to hear from you soon.
Kind regards,

Rens

Slide 3 - Drag question

Parts of an e-mail
(- Subject, onderwerp, waar mail je over?)
- Greeting, begroet degene die je een mail stuurt
- Reason, de reden dat je mailt
- Main text, de boodschap van je mail
- Closing, wat verwacht je van degene die je mailt?
- Greeting, sluit je mail weer af met een groet.

Slide 4 - Slide

How would you greet someone? Drag the greetings to the right spot.
- Someone you know well, a friend or family member

- Someone you don't know well, a teacher or your boss

- Someone you don't know the name of
Dear Daniel
Dear Mr Johnson
Dear Sir/Madam

Slide 5 - Drag question

Reason for writing
- You are reacting to an e-mail you got from someone
- You want to know how someone is doing
- you want information on something
- etc.

Waarom schrijf je?

Slide 6 - Slide

Main text
Write your message to the reader
- Write down what you want to say, make a new paragraph with each thing you talk about.
- Always skip a line between paragraphs to make it nicer to read!

Wat wil je vertellen?

Slide 7 - Slide

Closing
Write down what you expect from the reader:
- I hope to hear from you soon
- I would like you to hand this in on monday
- Tell me if you're available Saturday

Wat verwacht je nu van de lezer?

Slide 8 - Slide

Final greeting
Finish your letter with another greeting:

Formal (to someone you don't know well)
Kind regards, Yours sincerely, Thank you

Informal (to someone close, like friends or family)
Bye, Cheers, Best wishes

Slide 9 - Slide

woordvolgorde
Wie-Doet-Wat-Waar-Wanneer
weet je het nog?
He is doing the dishes in the kitchen on Monday.

Slide 10 - Slide

Vraagzin
Is he 15 years old?
Bij werkwoorden met
 Am/is/are
Was/were
Can/could
Will/would/must
 Komt het woord vooraan in de vraagzin 

Do you like to go to a party?

Slide 11 - Slide

vraagzinnen
Met alle andere werkwoorden heb je een hulpje nodig.
 He walks home
Did he walk home Yesterday?
Als iets in het verleden is gebeurd moet je het werkwoord ook in de verleden tijd gebruiken.
Does he walk home this afternoon?
Tegenwoordige tijd. Bij He/she en it komt er een s achter w.w.

Slide 12 - Slide

werkwoorden in verledentijd
Let op: Als iets in het verleden is gebeurd moet het werkwoord in de verleden tijd staan.

Regelmatige w.w.  Walk=Walked
onregelmatige w.w. uit je hoofd leren.

Slide 13 - Slide

tegenwoordige tijd
to be(am, is, are)
to go
to buy
to do
to give
to drink
verledentijd( blz. 178,179,180)
was/were
went
bought
did
gave
drank

Slide 14 - Slide

Your turn!
 via de mail en stuur het aan p.sijbolts-eisinga@terra.nl.

- Subject: Spring break.
-
Gebruik de juiste aanhef.
- Vertel je dat je schrijftJe gaat een mailtje schrijven aan jouw docent Engels.
Doe dit om te vertellen over  jouw  afgelopen voorjaarsvakantie.
- Noem je 1 leuk en 1 minder leuk ding aan jouw afgelopen voorjaarsvakantie.
-  Geef aan dat je meer over jouw docent Engels zou willen weten.
- Vraag aan jouw docent hoe haar voorjaarsvakantie is geweest.
- Bedankt voor het lezen van de email.
- Sluit je netjes af en groet jouw docent Engels.

Slide 15 - Slide