3e klas

3e klas


1 / 27
next
Slide 1: Slide
New lesson editorAardrijkskundeVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 3

This lesson contains 27 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

3e klas


wat gaan we vandaag doen?

stukje herhalen

huiswerk checken

de plaatbewegingen


huiswerk noteren

Slide text

herhalen

Deel 1: Juist of Onjuist

  1. Juist/Onjuist: Tijdens El Niño wordt het zeewater bij de kust van Chili kouder dan normaal.

  2. Juist/Onjuist: De Chileense visserij profiteert van de komst van El Niño.

Slide heading

2.

Juist of Onjuist: Het epicentrum van een aardbeving bevindt zich diep in de aardkorst, op de plek waar de verschuiving begint.

  1. Juist

  2. Onjuist

Slide heading

7.

Waarom is een oud gebergte, zoals de Ardennen, lager dan een jong gebergte?

  1. A.

    Door langdurige erosie en verwering.

  2. B.

    Omdat ze door vulkanisme zijn ontstaan.

  3. C.

    Omdat de platen daar minder hard tegen elkaar duwen.

  4. D.

    Omdat ze bestaan uit zachter gesteente dan jonge gebergten.


Slide text

Slide heading

Slide text


Slide text

oefenvragen

1. Wat is een kenmerk van een stratovulkaan?

A. Lage hellingen en rustige uitbarstingen
B. Steile hellingen en explosieve uitbarstingen
C. Alleen onder zee aanwezig
D. Ontstaat door erosie

Slide heading

2. Welk type vulkaan heeft meestal brede, flauwe hellingen?

A. Stratovulkaan
B. Schildvulkaan
C. Spleetvulkaan
D. Moddervulkaan

Slide heading

3. Welke plaatbeweging zorgt voor het ontstaan van een mid-oceanische rug?

A. Convergente beweging
B. Transforme beweging
C. Divergente beweging
D. Botsende beweging

Slide heading

4. Wat gebeurt er bij een transforme plaatgrens?

A. Platen bewegen uit elkaar
B. Platen schuiven langs elkaar
C. Een plaat duikt onder een andere plaat
D. Een vulkaan ontstaat

Slide heading

5. Wat is een hotspot?

A. Een gebied met veel regen
B. Een plek waar magma vanuit de mantel omhoog komt
C. Een breuklijn in de aardkorst
D. Een gebied met veel aardbevingen

Aantekening

 

Slide heading

6. Welke kracht hoort bij exogene processen?

A. Vulkanisme
B. Aardbevingen
C. Verwering
D. Platentektoniek

Slide heading

7. Welk gebergte is een voorbeeld van een jong gebergte?

A. Ardennen
B. Oeral
C. Himalaya
D. Schotse Hooglanden

Slide heading

8. Waar bevindt zich het hypocentrum van een aardbeving?

A. Op het aardoppervlak
B. In de oceaan
C. Onder de grond waar de beving ontstaat
D. In de vulkaan


Slide heading

1. Waarom komen er in Chili zoveel aardbevingen voor?


Slide heading

Omdat Chili op een plaatgrens ligt waar de Nazcaplaat onder de Zuid-Amerikaanse plaat schuift. Hierdoor ontstaat veel spanning die plotseling vrijkomt als een aardbeving.

Slide heading

Wat gebeurt er met de oceanische plaat bij de westkust van Chili?


Slide heading

De oceanische Nazcaplaat duikt onder de Zuid-Amerikaanse plaat. Dit heet subductie

openvragen;


Waarom heeft Chili veel stratovulkanen en weinig schildvulkanen?


Slide heading

Bij subductie ontstaat stroperige magma. Dit zorgt voor explosieve uitbarstingen en de vorming van stratovulkanen.

Slide heading

  1. Wat is een mega-aardbeving?

  2. Waardoor ontstaan aardbevingen volgens de video?

  3. Welke platen spelen een rol bij deze aardbeving?

  4. In welk gebied of land wordt een grote aardbeving verwacht?

  5. Waarom noemen wetenschappers dit gebied een “tikkende tijdbom”?