Chemie derde jaar

Chemie derde jaar
1 / 16
next
Slide 1: Slide
ChemieSecundair onderwijs

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes and text slide.

Items in this lesson

Chemie derde jaar

Slide 1 - Slide

Wat zijn de reactieproducten van de elektrolyse van water?

A
koolstof en waterstofgas
B
zuurstofgas en waterstofgas
C
koolstof en zuurstofgas
D
water

Slide 2 - Quiz

Wat is het belangrijkste reactieproduct van de thermolyse van suiker?
A
waterstof
B
zwavel
C
koolstof
D
zuurstof

Slide 3 - Quiz

Welke zin kan je vormen met de oplossing van de kruiswoordpuzzel?

Slide 4 - Open question

Wat kenmerkt een exotherme reactie?
A
Het geeft warmte af aan de omgeving
B
Het absorbeert warmte uit de omgeving
C
Het vereist constante energietoevoer
D
Het vereist warmte om plaats te vinden

Slide 5 - Quiz

Welk energiediagram hoort bij een endo-energetische reactie?
A
Reagentia hoger in energie dan de reactieproducten
B
Reagentia en reactieproducten wisselen elkaar af in energie
C
Reagentia lager in energie dan de reactieproducten
D
Reagentia en reactieproducten op hetzelfde energieniveau

Slide 6 - Quiz

Welke van de volgende processen is endo-energetisch?
A
verbranding van hout
B
verdamping van water
C
vorming van ijs uit water
D
afsteken van vuurwerk

Slide 7 - Quiz

Wat is de code die je hebt ontcijfert?

Slide 8 - Open question

Wat is de correcte naam van SiCl₄?

A
siliciumchloride
B
siliciumtetragloride
C
siliciumtetrachloride
D
tetrasiliciumchloride

Slide 9 - Quiz

Wat is de correcte naam van P₄O₁₀?

A
fosforpentaoxide
B
tetrafosfordioxide
C
tetrafosfordecaoxide
D
pentafosfordecaoxide

Slide 10 - Quiz

Wat betekent het als een reactie wordt beschreven als “aflopend”?
A
De reactie zal uiteindelijk stoppen omdat alle reactieproducten zijn omgezet
B
De reactie gaat door totdat alle reagentia zijn omgezet in reactieproducten en één of meer reagentia volledig zijn opgebruikt
C
De reactie blijft doorgaan in beide richtingen, waarbij de reagentia en reactieproducten in evenwicht blijven

Slide 11 - Quiz

In een reactie tussen 8,0 g methaan en 32,0 g zuurstofgas, worden 18,0 g koolstofdioxide en
18,0 g water gevormd. Ga na of de wet van Lavoisier hier van toepassing is.
A
ja
B
neen

Slide 12 - Quiz

Welke coëfficiënt staat voor ijzer? Fe₂O₃ + C → Fe + CO₂
A
2
B
3
C
4
D
5

Slide 13 - Quiz

Vormt moleculen met gedeelde elektronenparen

A
Metaalbinding
B
Ionbinding
C
Covalente of atoombinding

Slide 14 - Quiz

Welke binding is Ca₂P₃?

A
Metaalbinding
B
Ionbinding
C
Covalente of atoombinding

Slide 15 - Quiz

Geef de naam van de chemicus die je kan vormen met de overgebleven letters uit de woordzoeker:

Slide 16 - Open question