VWO H06 Eindwaarde en contante waarde van een rente

1 / 33
next
Slide 1: Slide
BedrijfseconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

This lesson contains 33 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min
Report this lesson

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Tekst

Slide 2 - Slide

Lesdoel
Jij kunt het eindbedrag en beginbedrag (contante waarde) bij samengestelde intrest berekenen.
Jij kunt het eindbedrag berekenen van een Rente/termijnstorting.

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

K = € 20.000
Rente = 3,5 %
n = 3 jaar
Reken de samengestelde rente uit

Slide 6 - Open question

Slide 7 - Slide

Eindwaarde E = € 30.000
Rente = 2,5 %
n = 8 jaar
Reken de in te leggen contante waarde uit

Slide 8 - Open question

VWO6 H06.3 - 6.4 
Eindwaarde en contante waarde van een rente

Slide 9 - Slide

Rente
  • rekenen met een reeks van gelijke bedragen die worden worden ontvangen of juist betaald
  • reeks van gelijke bedragen worden ook wel termijnen genoemd

Slide 10 - Slide

Eindwaarde van een rente

Slide 11 - Slide

De berekening

Slide 12 - Slide

Let op: is de laatste termijn niet rentedragend?

Slide 13 - Slide

Somformule eindwaarde van een rente
Te gebruiken wanneer er heel veel termijnen zijn



E = eindwaarde
 a = eerste term van de meetkundige rij (ofwel rente/termijn)
r = de reden (1 + i)
n = aantal termijnen

Slide 14 - Slide

Voorbeeld somformule


Antwoord A:
Er wordt 4 keer gestort.
a= € 1.000
r = 1,005
n= 4

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Stappen
Bepaal of: 
 1 bedrag of over termijnen (Renten)
Eindwaarde of Contante waarde
Maak tijdslijn en bepaal n (= aantal periode)
Vul formule in
Moeten er nog extra periodes overbrugd worden (zie tijdslijn)? 

Slide 17 - Slide

Contante waarde van een rente




C = contante waarde
a = eerste term van de meetkundige rij (ofwel rente/termijn)
r = de reden (1 + i )^-1
n = aantal termijnen

Slide 18 - Slide

Voorbeeld contante waarde van een rente

Slide 19 - Slide

Bereken de contante waarde per 31 december 2021

Slide 20 - Slide

Bereken de contante waarde per 1 januari 2021

Slide 21 - Slide

Iemand stort telkens op 1 januari een bedrag van € 1.000 op een spaarrekening. Dit doet hij 15 jaar lang. Bereken de eindwaarde op het einde van het 15e jaar. Het interestpercentage is 4%.
A
€20.824,53
B
€20.266,83
C
€19.674,90
D
€22.500,-

Slide 22 - Quiz

Slide 23 - Slide

Slide 24 - Slide

Voorbeeld 6.9 (blz. 85)
Wim Ruis leent op 1 maart 2021 van zijn broer € 1500 ome een duikuitrusting te kopen. Ze spreken af dat Wim eind 2022 dit bedrag terugbetaald. Aan het eind van iedere maand moet Wim rente betalen. De enkelvoudige rentevoet is 4 % per jaar.

Bereken de rente die Wim elke maand moet betalen aan zijn broer.

Slide 25 - Open question

Voorbeeld 6.10
Hanneke sluit een 6 % lening van € 50.000. De looptijd is 20 jaar. Ze betaalt aan het eind van lek jaar interest. Ze lost na 20 jaar in een keer af.
1 Bereken het te betalen bedrag aan het eind van het 1e jaar
2 idem van het 2e jaar.
3 idem van het 20e jaar

Slide 26 - Open question

Voorbeeld 6.10b
Hanneke sluit een 6 % lening van € 50.000. De looptijd is 20 jaar. Ze betaalt aan het eind van lek jaar interest. Ze lost nu lineair af
1 Bereken het te betalen bedrag aan het eind van het 1e jaar
2 idem van het 2e jaar.
3 idem van het 20e jaar

Slide 27 - Open question

Opgave E6.1a
De Groesbeekse voetbalclub Treffers '29 wil per i januari 2024 beschikken over € 100.000 voor een nieuw clubhuis. Hiervoor zetten ze op 1 januari 2019 een bedrag op de spaarrekening waarover 3 % samengestelde rente wordt vergoed.

Berken het bedrag dat dan moet worden gestort

Slide 28 - Open question

E6.1 b
De voorzitter wil sponsoren voor een bedrag van € 60.000. per 1 januari 2018.
De interest per kwartaal is 0,9 % =.
Hoe groot is dit bedrag per 1 januari 2019?

Slide 29 - Open question

E6.1 c Hoe groot is het tekort per 1 januari 2019?

E6.2 d Noem 2 mogelijkheden om dit tekort op te vangen

Slide 30 - Open question

Maken
E6.2 t/m E6.5

Slide 31 - Slide

Leerdoelen (CE)
Je kunt:
  • De contante waarde en de eindwaarde van een reeks gelijke bedragen berekenen op basis van samengestelde interest



Slide 32 - Slide

Eindwaarde van een rente
EW = T × S

S = a × (rn – 1)/(r – 1) 

S = 1,04 × (1,0415 – 1)/(1,04 – 1) = 20,82453

EW = 1.000 × 20,82453 = 20.824,53

Slide 33 - Slide