Rangtelwoorden Lesson 30

Grammar
Rangtelwoorden (ordinals)
1 / 16
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Grammar
Rangtelwoorden (ordinals)

Slide 1 - Slide

 Wat zijn rangtelwoorden?

Rangtelwoorden (ordinal numbers) gebruik je om een volgorde aan te geven.
Doel: ik begrijp hoe de rangtelwoorden werken en kan ze zelf opschrijven.



Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Video

Een rangtelwoord maak je (bijna !) altijd door er   
-th achter te zetten.
Voorbeeld:
Four  -  Fourth (= 4th)
Six  -   Sixth (= 6th)
 Seven  -  Seventh  (= 7th)
sixteen - sixteenth (= 16th)

Slide 5 - Slide

Uitzonderingen (1e, 2e, 3e):
First = 1st
 Second = 2nd
Third = 3rd

twenty-first = 21st
thirty-second = 32nd
etc.


Slide 6 - Slide

The last two letters of the words 
make up the ordinal number 
first - last two letters are 'st' so put after 1 = 1st
second - last two letters are 'nd' put after 2 = 2nd
third - last two letters are 'rd' so put after 3 = 3rd
fourth - last two letters are 'th' so put after 4 = 4th

Slide 7 - Slide

Uitzonderingen (spelling):
five - fifth (5th)
eight - eighth (8th)
nine - ninth (9th)
twelve - twelfth (12th)
twenty - twentieth (20th)
(thirty - thirtieth, forty -  fortieth enz..)

Slide 8 - Slide

Rangtelnummers (ordinal numbers)

Slide 9 - Slide

twaalfde
A
twelveth
B
twelfth

Slide 10 - Quiz

vierde
A
fourth
B
forth

Slide 11 - Quiz

derde

Slide 12 - Open question

vijftiende

Slide 13 - Open question

tweeëntwintigste

Slide 14 - Open question

Doel: ik begrijp hoe de rangtelwoorden werken en kan ze zelf opschrijven.

Slide 15 - Slide

Evaluation
Doel: ik begrijp hoe de rangtelwoorden werken en kan ze zelf opschrijven.

A
Ja, dit lukt me goed.
B
Dit lukt me meestal.
C
Dit vind ik nog moeilijk.
D
Ik wil graag meer oefenen.

Slide 16 - Quiz