Week 3 - PR C Waterkringloop

1 / 39
next
Slide 1: Slide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 1,2

This lesson contains 39 slides, with interactive quizzes, text slides and 4 videos.

time-iconLesson duration is: 25 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

4

Slide 2 - Video

00:29
Als het regent sta je onder je paraplu. Het water dat op je paraplu valt is in de ......................... fase.
A
vaste
B
gas
C
vloeibare
D
smelten

Slide 3 - Quiz

00:37
"Verdamping komt eraan..." omdat de moleculen.................
A
steeds sneller gaan bewegen
B
steeds langzamer gaan bewegen
C
elkaar steeds harder aantrekken
D
steeds groter worden

Slide 4 - Quiz

00:44
De damp koelt weer af. Er ontstaat een wolk. Welke fase-overgang heeft er plaatsgevonden?
A
verdampen
B
condenseren
C
stollen
D
smelten

Slide 5 - Quiz

01:24
Als het druppeltje gaat vliegen, in welke fase is het water dan?
A
vast
B
gas
C
vloeibaar
D
verdampen

Slide 6 - Quiz

Waterkringloop

In deze LessonUp gaan we kijken naar de verschillende vormen van water binnen de waterkringloop op aarde.

Slide 7 - Slide

Water molecuul

H 2 O 
2 atomen waterstof 
en 
1 atoom zuurstof

Slide 8 - Slide

Moleculen
  • ALLE moleculen van elke stof bewegen altijd een heel klein beetje
  • Als je een stof kouder maakt, gaan de moleculen minder bewegen, totdat ze (bijna) niet meer bewegen en dan heb je een vaste stof (bv. ijs)
o

Slide 9 - Slide

Moleculen
  • Maak je de stof weer warmer (meer molecuul beweging) dan wordt de stof vloeibaar (bv. water)
  • Verwarm je nog meer (tot kookpunt) dan gaan ze steeds meer bewegen en wordt de stof gasvormig
  • Water stolt bij nul graden celcius (vriespunt) en kookt bij 100 oC (kookpunt)

Slide 10 - Slide

Verschillende fasen van water

 vaste fase: ijs
Vloeibare fase: water
gasfase: waterdamp

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Video

Wat is de juiste verdeling van water op aarde?
97 %
3 %
Zout water
Zoet water

Slide 13 - Drag question

Wat is de motor van de waterkringloop?
A
De zon
B
De maan
C
De zee
D
Het land

Slide 14 - Quiz

Wat hoort niet bij de waterkringloop?
A
Condensatie
B
Verdamping
C
Sedimentatie
D
Neerslag

Slide 15 - Quiz

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Video

               Waterkringloop
Waterkringloop

Slide 18 - Slide

Lange waterkringloop
Korte waterkringloop

Slide 19 - Slide

korte waterkringloop

1) Water verdampt uit de zee
2) Water stijgt op en koelt af in de wolken
3) Water valt als neerslag terug in de zee


Slide 20 - Slide

lange waterkringloop
1) Water verdampt uit de zee
2) Water stijgt op en koelt af in de wolken
3) De wolken trekken over land.
4) d.m.v. regen en sneeuw komt het via rivieren en grondwater de zee weer in.

Slide 21 - Slide

Als water verdampt uit de oceaan, is het dan zichtbaar?
A
JA, het is wit
B
NEE, het is onzichtbaar
C
SOMS, alleen 's-nachts
D
SOMS, alleen overdag

Slide 22 - Quiz

Sleep de juiste faseovergang naar de juiste plek.
a. Welke faseovergang vindt plaats van 1 naar 2?
b. Welke faseovergang vindt plaats van 2 naar 3?
c. Welke faseovergang vindt plaats van 3 naar 4?
d. Welke faseovergang vindt plaats van 4 naar 1?
Smelten
condenseren
verdampen
stollen

Slide 23 - Drag question

Op de afbeelding zie je de kringloop van water.
Welke fase heeft het water bij nummer 1?
A
vloeibare fase
B
vaste fase
C
gasfase

Slide 24 - Quiz

Op de afbeelding zie je de kringloop van het water.
Welke fase heeft het water bij nummer 5?
A
vloeibare fase
B
vaste fase
C
gasfase

Slide 25 - Quiz

Op de afbeelding zie je de kringloop van het water.
In welke fase is het water bij nummer 2?
A
Vloeibare fase
B
Vaste fase
C
Gasfase

Slide 26 - Quiz

Welke faseovergang hoort bij deze zin:
We krijgen een witte kerst.
A
Verdampen
B
Smelten
C
Condenseren
D
Stollen

Slide 27 - Quiz

Oppervlaktewater
Oppervlaktewater is water uit sloten, meren en rivieren.
Dat water moet eerst heel goed gezuiverd worden voordat het te gebruiken is als drinkwater.

Slide 28 - Slide

Oppervlaktewater is:
A
Water dat aan de oppervlakte drijft
B
Water dat op het oppervlak van bv. de straat ligt
C
Water van meren , rivieren en zeeën
D
Lengte X breedte van bv. een meer

Slide 29 - Quiz

Komt water op aarde in alle 3 de verschillende fasen voor?
A
Ja
B
Nee

Slide 30 - Quiz

Als zeewater verdampt is de waterdamp zout.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 31 - Quiz

De waterkringloop
Infiltratie
Vloeibaar naar gasvormig
Gasvormig naar vloeibaar
Opgeslagen in de vorm van ijs
Motor van de kringloop van het water
Oppervlaktewater:
-rivieren (3 soorten)
-zeewater
-meren

Slide 32 - Slide

Regen- en gletsjerrivier
Regenrivier
Gletsjerrivier
Ontstaat uit regen
Ontstaat uit sneeuw / ijs
In lager land (midden- en benedenloop)
In de (hoge) bergen (bovenloop)
Hoger water in herfst en winter
Hoger water in lente en zomer
Bv: Schelde en Maas
Bv: begin v.d. Rijn

Slide 33 - Slide

Drie soorten rivieren
Onderweg naar zee worden gletsjerrivieren aangevuld door regenwater.

Gletsjerrivier + regenrivier= gemengde rivier

De Rijn is een voorbeeld van een gemengde rivier.

Slide 34 - Slide

Drie soorten rivieren 
gletsjerrivier
regenrivier
gemengde rivier

Slide 35 - Slide

Gemengde rivier
Gletsjerrivier
Regenrivier
Rivier met regenwater
Rivier met smeltwater
Rivier met regen- en smeltwater

Slide 36 - Drag question

2

Slide 37 - Video

00:22
In welke fase is het water in de mist?
A
vast
B
vloeibaar
C
gasvormig
D
dat is niet altijd hetzelfde

Slide 38 - Quiz

00:35
Welk fase-overgang vind er plaats tijdens het ontstaan van mist?
A
verdampen
B
stollen
C
smelten
D
condenseren

Slide 39 - Quiz