Stelsels vergelijkingen

Stelsels vergelijkingen
Pak je Ipad en aantekeningenschrift
1 / 10
next
Slide 1: Slide
WiskundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

This lesson contains 10 slides, with text slides.

Items in this lesson

Stelsels vergelijkingen
Pak je Ipad en aantekeningenschrift

Slide 1 - Slide

Leerdoelen
  • Je kent lineaire formules in andere vormen
  • Je kan lineaire formules omschrijven
  • Je kan een stelsel vergelijkingen oplossen met de gelijkstellingsmethode en substitutie methode
  • Je weet wanneer een stelsel oneindig veel oplossingen of geen oplossingen heeft

Slide 2 - Slide

Lineaire formules andere vormen
In een portemonnee zitten briefjes van 5 en 10 euro. In totaal hebben de briefjes een totale waarde van 135 euro. Geef een formule voor het aantal briefjes van 5 (x) en het aantal briefjes van 10 (y). 

Slide 3 - Slide

Aantekening: stelsel vergelijkingen
Lineaire formules kunnen anders worden opgeschreven dan y = 2x + 8,
Bv: 3y - 2x =7,      5x = 2 + 9y 

Twee of meer vergelijkingen bij elkaar wordt een stelsel vergelijkingen genoemd. 

Bv. 

Slide 4 - Slide

Lineaire formules andere vormen
In een portemonnee zitten briefjes van 5 en 10 euro. In totaal hebben de briefjes een totale waarde van 135 euro. Geef een formule voor het aantal briefjes van 5 (x) en het aantal briefjes van 10 (y). 

Er zitten in totaal 20 briefjes in de portemonnee. Geef de formule die hierbij hoort:

Slide 5 - Slide

Aantekening: stelsel vergelijkingen oplossen met de substitutiemethode
Bij de substitutiemethode vervang je een x of y (dit vervangen noem je substitueren).

Slide 6 - Slide

Aantekening: stelsel oplossen met gelijkstellingsmethode
Bij de gelijkstellingsmethode zorg je ervoor dat in allebei de vergelijkingen 2 kanten precies hetzelfde zijn.

Slide 7 - Slide

Aantekening: stelsel vergelijkingen
Snijpunt x-as berekenen: voor y  0 invullen en x uitrekenen.
Snijpunt y-as: voor x  0 invullen en y uitrekenen.

Een stelsel heeft 0 oplossingen als je uitkomt op 0 = 1, 2 = 17, etc.
Een stelsel heeft oneindig oplossingen als je uitkomt op 2 = 2,
134 = 134, etc. 

Slide 8 - Slide

Stelsel vergelijkingen

Slide 9 - Slide

Zelfstandig werken
  • Ga aan de slag met 14.6
  •  Overleg met je buurman of buurvrouw
  • Bij vragen/klaar steek je vinger op

Slide 10 - Slide