VORMING · POLITIEKE SOCIALISATIE
Politieke socialisatie en ideologie
Examenstof maatschappijwetenschappen vwo
VORMING · POLITIEKE SOCIALISATIE
Politieke socialisatie en ideologie
Examenstof maatschappijwetenschappen vwo
Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: B2 (5.1, 5.2). Image credit: Husky / Wikimedia Commons, CC BY 4.0
VORMING · POLITIEKE SOCIALISATIE
Wat ga je kunnen?
Ik kan beredeneren of er sprake is van politieke socialisatie en standpunten classificeren op ideologie en politieke dimensies.
This item has no instructions
Hoe komt iemand aan een politieke voorkeur?
Laat leerlingen woorden inbrengen zonder dat ze hun eigen partijvoorkeur of die van hun ouders hoeven te noemen. Verwachte woorden: ouders, school, media, vrienden, klasse, opvoeding, cultuur, normen. Groepeer ze op het bord in wie of wat overdraagt en wat er wordt overgedragen. Blok 1 geeft daar de begrippen voor (Syllabus 5.1), blok 2 gaat over ideologie en dimensies (5.2) en blok 3 over de hoofdstromingen en het tweede onderscheid nationalisme/internationalisme (5.2). Kennis van parlementaire democratie en rechtsstaat uit maatschappijleer wordt bekend verondersteld. Politicologen onderzoeken hoe mensen tot hun politieke voorkeur komen; vraag welke factoren leerlingen zelf zouden onderzoeken.
Eerste schooldag op een basisschool in Amsterdam, 1986
VORMING · POLITIEKE SOCIALISATIE
Politieke socialisatie en politieke cultuur
Politieke socialisatie: overdracht en verwerving van de politieke cultuur van groepen en samenleving.
Het proces bestaat uit opvoeding, opleiding en andere vormen van omgang met anderen.
Politieke cultuur: politiek relevante tradities, kennis, opvattingen en oordelen.
Dit geldt voor een land, voor groepen daarbinnen en voor groepen of organisaties over landsgrenzen heen.
Syllabus 5.1: politieke socialisatie is het proces van overdracht en verwerving van de politieke cultuur van de groep(en) en samenleving waar mensen toe behoren. Politieke cultuur is het geheel van politiek relevante tradities, kennis, opvattingen en oordelen die kenmerkend zijn voor een land, maar ook voor groepen daarbinnen en voor groepen of organisaties die landsgrenzen doorkruisen. Het is zowel overdracht (door anderen) als verwerving (door de persoon zelf). Veelgemaakte fout: politieke cultuur gelijkstellen aan wetten of het kiesstelsel, of politieke socialisatie beperken tot wat ouders vertellen. Image credit: Bart Molendijk / Anefo, Nationaal Archief / Wikimedia Commons, CC0
Een meisje kijkt op een smartphone
VORMING · POLITIEKE SOCIALISATIE
Wie of wat socialiseert politiek?
Invloed hebben: de sociale omgeving, het onderwijs, de media en de sociaaleconomische klasse.
Ook het politieke systeem zelf is een factor in de politieke socialisatie van burgers.
Politicologen onderzoeken hoe mensen tot hun politieke voorkeur komen en welke factoren meespelen.
Mensen passen zich in meer of mindere mate aan aan wat in hun groep heerst.
Syllabus 5.1: de sociale omgeving waarin iemand opgroeit, het onderwijs dat iemand volgt, de media die iemand gebruikt en de sociaaleconomische klasse waartoe iemand behoort hebben invloed op de opvattingen over maatschappij en politiek. Het politieke systeem is zelf ook een factor. Vwo-denkwijze: leerlingen redeneren in een nieuwe casus welke factor werkt en hoe, en niet alleen of er invloed is. Veelgemaakte fout: denken dat iedereen evenveel overneemt. De syllabus zegt: in meer of mindere mate. Image credit: Bicanski / Pixnio via Wikimedia Commons, CC0
Stemmen bij de gemeenteraadsverkiezingen in Zwolle, 1967
VORMING · POLITIEKE SOCIALISATIE
Internalisatie en voortbestaan
Opvattingen worden op den duur eigen en vanzelfsprekend: ze worden geïnternaliseerd.
Een parlementaire democratie draagt eigen waarden over: belangenafweging, compromissen sluiten, samenwerking.
Politieke socialisatie vormt voorkeuren, participatiebereidheid en democratische gedragspatronen.
Zo draagt ze vaak bij aan het voortbestaan van het politieke systeem. Meningen kunnen ook botsen.
Syllabus 5.1: mensen maken zich het gedrag en de opvattingen van hun groep op den duur eigen, waarna die vanzelfsprekend worden geïnternaliseerd. In een parlementaire democratie worden de bijbehorende waarden overgedragen. Politieke socialisatie zorgt voor de vorming van politieke voorkeuren, een bepaalde mate van participatiebereidheid en gedragspatronen, en draagt vaak bij aan het voortbestaan van het systeem. Onderwijs draagt politieke cultuur over. Omdat opvattingen over wat goed en juist is verschillen, kan dit leiden tot botsing van meningen of maatschappelijke conflicten. Het stemlokaal uit 1967 laat zien dat stemmen een aangeleerde gewoonte is. Veelgemaakte fout: denken dat socialisatie altijd tot dezelfde mening leidt. Image credit: Anefo, Nationaal Archief / Wikimedia Commons, CC0
Waarom is een parlementaire democratie zelf ook een socialisator?
Ze verplicht burgers om dezelfde partij te kiezen
Ze bepaalt welke ideologie burgers moeten aanhangen
Ze neemt de rol van gezin en onderwijs volledig over
Ze draagt eigen waarden over, zoals compromissen sluiten
Syllabus 5.1: het politieke systeem is zelf een factor; in een parlementaire democratie worden belangenafweging, compromissen sluiten en samenwerking overgedragen. Verwachte fout: denken dat het systeem voorkeuren oplegt.
Vul in
Wie zich opvattingen op den duur eigen maakt en vanzelfsprekend vindt, heeft ze geïnternaliseerd, volgens de syllabus.
Syllabus 5.1: op den duur eigen maken en vanzelfsprekend geïnternaliseerd. Verwachte fout: overdracht en verwerving verwisselen: overdracht gebeurt door anderen, internalisatie is wat iemand zelf verwerft.
VORMING · POLITIEKE SOCIALISATIE
Wat is een politieke ideologie?
Ideologie: een samenhangend geheel van beginselen en denkbeelden over de meest wenselijke maatschappelijke en politieke verhoudingen.
Partijen maken vaak een beginselprogramma op basis van een politieke ideologie.
Politieke partijen hangen verschillende ideologieën aan.
Er zijn ook partijen die zich afzetten tegen het bedrijven van politiek op basis van ideologieën.
Syllabus 5.2: een politieke ideologie is een samenhangend geheel van beginselen en denkbeelden, meestal uitmondend in ideeën over de meest wenselijke maatschappelijke en politieke verhoudingen. Partijen maken vaak een beginselprogramma op basis van een ideologie, maar er zijn ook partijen die zich afzetten tegen politiek op basis van ideologieën. Houd het neutraal: een ideologie beschrijf je, je beoordeelt haar niet. Veelgemaakte fout: een ideologie zien als een partij, een losse mening of een verkiezingsprogramma voor vier jaar.
VORMING · POLITIEKE SOCIALISATIE
Drie soorten vraagstukken
Een ideologie geeft antwoorden op drie soorten vraagstukken.
Politieke vraagstukken: hoe moet de macht verdeeld worden in een samenleving?
Economische vraagstukken: hoe worden productie en distributie van goederen georganiseerd?
Sociaal-culturele vraagstukken: hoe groot kan en mag de vrijheid van individuen zijn?
Zo kun je met een ideologie allerlei standpunten ordenen.
Syllabus 5.2: de ideeën van een ideologie vormen antwoorden op politieke vraagstukken (verdeling van de macht), economische vraagstukken (productie en distributie van goederen) en sociaal-culturele vraagstukken (de vrijheid van individuen). Bij een casus: bepaal eerst op welk soort vraagstuk een standpunt een antwoord geeft. Veelgemaakte fout: economisch gelijkstellen aan alles wat met geld te maken heeft; het gaat om productie en distributie van goederen. Neutraal blijven: geen antwoord is beter dan een ander.
De plenaire zaal van de Tweede Kamer in Den Haag
VORMING · POLITIEKE SOCIALISATIE
Politieke dimensies
Dimensies: links/midden/rechts, progressief/conservatief, materialisme/postmaterialisme.
Links/rechts gaat vooral over gelijkheid en de rol van de overheid in de economie.
Progressief/conservatief gaat over openheid voor verandering of behoud van tradities en normen.
Materialisme/postmaterialisme: zekerheid en veiligheid tegenover zelfontplooiing en inspraak.
Syllabus 5.2: veel voorkomende politieke meningen in een land kunnen gerangschikt worden naar dimensies zoals links/midden/rechts, progressief/conservatief en materialisme/postmaterialisme (bron in de syllabus: De Swaan, 1996). De syllabus geeft geen omschrijvingen, dus gebruik de gangbare: links/rechts gaat in Nederland vooral over gelijkheid en overheidssturing in de economie; progressief/conservatief over de houding tegenover verandering van tradities en normen; materialisme/postmaterialisme (Inglehart) over de nadruk op materiële en fysieke zekerheid tegenover zelfontplooiing, inspraak en kwaliteit van leven. Het zijn aparte dimensies: een kiezer kan op de ene links en op de andere conservatief zijn. Neutraal blijven: geen positie is beter. Veelgemaakte fout: links gelijkstellen aan progressief, rechts aan conservatief. Image credit: Husky / Wikimedia Commons, CC BY 4.0
Vul in
Op de vraag hoe de macht wordt verdeeld geeft een ideologie een politiek antwoord; op de vraag hoe productie en distributie verlopen een economisch antwoord.
Syllabus 5.2: politieke vraagstukken gaan over de machtsverdeling, economische over productie en distributie van goederen. Verwachte fout: macht en gezag verwisselen (zie 10.1) of productie verwarren met consumptie.
Waar gaat de dimensie links/midden/rechts in Nederland vooral over?
Openheid voor verandering van tradities en normen
Materiële zekerheid tegenover zelfontplooiing
De keuze tussen nationalisme en internationalisme
Gelijkheid en de rol van de overheid in de economie
Syllabus 5.2: gangbare omschrijving. Verwachte fout: links met progressief verwarren (eerste afleider).
Verkiezingsposters van verschillende partijen, Zwolle, 1967
VORMING · POLITIEKE SOCIALISATIE
Drie traditionele hoofdstromingen
Het Nederlandse politieke landschap kende traditioneel drie hoofdstromingen.
De confessionele, de liberale en de socialistische/sociaaldemocratische stroming.
Elke stroming heeft van oorsprong eigen uitgangspunten.
Een stroming is geen partij: partijen kunnen een stroming aanhangen of combineren.
Syllabus 5.2: het Nederlandse politieke landschap kende traditioneel drie hoofdstromingen: de confessionele, de liberale en de socialistische/sociaaldemocratische stroming. Op de foto uit 1967 hangen posters van verschillende partijen naast elkaar; vraag welke uitgangspunten leerlingen erin herkennen, zonder een partij beter of slechter te noemen. Veelgemaakte fout: een stroming gelijkstellen aan een partij of aan een dimensie (links, rechts). Image credit: Anefo, Nationaal Archief / Wikimedia Commons, CC0
VORMING · POLITIEKE SOCIALISATIE
Uitgangspunten van de drie stromingen
Confessionalisme: van oorsprong christelijke waarden en samenwerking in maatschappelijke verbanden (verenigingen, scholen, kerken).
Liberalisme: van oorsprong individuele rechten en individuele vrijheden.
Socialisme/sociaaldemocratie: van oorsprong gelijk(waardig)heid en een sturende rol van de overheid om dit te kunnen realiseren.
De stromingen geven verschillende antwoorden op politieke, economische en sociaal-culturele vraagstukken.
Syllabus 5.2: confessionalisme met van oorsprong uitgangspunten als christelijke waarden en samenwerking in maatschappelijke verbanden zoals verenigingen, scholen en kerken; liberalisme met van oorsprong individuele rechten en individuele vrijheden; socialisme/sociaaldemocratie met van oorsprong gelijk(waardig)heid en een sturende rol van de overheid. Beschrijf neutraal en evenwichtig: het zijn uitgangspunten, geen oordelen. Het woord 'van oorsprong' is belangrijk: partijen en opvattingen kunnen veranderen. Koppel terug naar de drie vraagstukken uit blok 2. Veelgemaakte fout: confessionalisme gelijkstellen aan gelovig zijn, of liberalisme aan rechts.
VORMING · POLITIEKE SOCIALISATIE
Een tweede onderscheid: natie of wereld
Onder invloed van globalisering ontstond een tweede onderscheid dat de hoofdstromingen doorkruist.
Internationalisme, ook wel kosmopolitisme: open grenzen en verregaande samenwerking met andere landen.
Nationalisme: bescherming van de natiestaat als basis van de samenleving.
Binnen één hoofdstroming kunnen dus beide opvattingen voorkomen.
Syllabus 5.2: onder invloed van globalisering is een tweede onderscheid ontstaan dat de traditionele hoofdstromingen doorkruist: internationalisme (ook kosmopolitisme) met uitgangspunten als open grenzen en verregaande samenwerking met andere landen, en nationalisme met uitgangspunten als bescherming van de natiestaat als basis van de samenleving (zie 16.1, de les over staatsvorming). Doorkruisen betekent: het is een andere indeling dan confessioneel/liberaal/socialistisch, dus alle combinaties zijn denkbaar. Neutraal blijven: beschrijf de uitgangspunten, waardeer ze niet. Veelgemaakte fout: nationalisme gelijkstellen aan rechts of aan een van de drie hoofdstromingen.
Welke stroming gaat van oorsprong uit van individuele rechten en vrijheden?
Confessionalisme
Liberalisme
Socialisme/sociaaldemocratie
Internationalisme
Syllabus 5.2. Verwachte fout: internationalisme kiezen, omdat het tweede onderscheid ook een -isme is.
Vul in
Internationalisme, ook wel kosmopolitisme genoemd, heeft als uitgangspunt open grenzen en verregaande samenwerking met andere landen.
Syllabus 5.2: internationalisme/kosmopolitisme. Verwachte fout: nationalisme en internationalisme verwisselen.
Wat vond je vandaag het lastigst?
Internalisatie en voortbestaan van het systeem
De drie dimensies uit elkaar houden
Ideologie en de drie vraagstukken
Hoofdstromingen en nationalisme
Gebruik de uitslag om les 2 te starten: begin bij het onderdeel dat de meeste stemmen krijgt.
Wie of wat vormt jouw kijk op politiek?
Goed antwoord: een of meer socialisatoren (sociale omgeving, onderwijs, media, sociaaleconomische klasse) met een voorbeeld van wat je ervan overneemt. Leerlingen hoeven geen partijvoorkeur te noemen. Verwachte fout: een partij of ideologie noemen in plaats van een factor.
VORMING · POLITIEKE SOCIALISATIE
Begrippen (1/2)
politieke socialisatie: overdracht en verwerving van de politieke cultuur van groepen en samenleving
politieke cultuur: het geheel van politiek relevante tradities, kennis, opvattingen en oordelen
internalisatie: opvattingen zo eigen maken dat ze vanzelfsprekend worden
politieke ideologie: samenhangend geheel van beginselen over wenselijke maatschappelijke en politieke verhoudingen
politieke dimensies: links/midden/rechts, progressief/conservatief, materialisme/postmaterialisme
This item has no instructions
VORMING · POLITIEKE SOCIALISATIE
Begrippen (2/2)
confessionalisme: van oorsprong christelijke waarden en samenwerking in maatschappelijke verbanden
liberalisme: van oorsprong individuele rechten en individuele vrijheden
socialisme/sociaaldemocratie: van oorsprong gelijkwaardigheid en een sturende rol van de overheid
internationalisme: ook kosmopolitisme: open grenzen en verregaande samenwerking met andere landen
nationalisme: bescherming van de natiestaat als basis van de samenleving
This item has no instructions