Politieke socialisatie en ideologie (Maatschappijwetenschappen havo), les 1: Uitleg

VORMING · POLITIEKE SOCIALISATIE

Politieke socialisatie en ideologie

Examenstof maatschappijwetenschappen havo

1 / 22
next
Slide 1: Slide
New lesson editorMaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Introduction

Uitleg over politieke socialisatie en politieke cultuur, internalisatie, politieke ideologie, de dimensies links/rechts, progressief/conservatief en materialisme/postmaterialisme en de drie hoofdstromingen, voor het havo-examen maatschappijwetenschappen.

Items in this lesson

VORMING · POLITIEKE SOCIALISATIE

Politieke socialisatie en ideologie

Examenstof maatschappijwetenschappen havo

Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: B2 (5.1, 5.2). Image credit: Husky / Wikimedia Commons, CC BY 4.0

VORMING · POLITIEKE SOCIALISATIE

Wat ga je kunnen?

Ik kan politieke socialisatie herkennen en standpunten indelen naar dimensie en politieke stroming.

This item has no instructions

Hoe kom je aan je mening over politiek?

Laat leerlingen woorden inbrengen, zonder dat ze hun eigen partijvoorkeur of die van hun ouders hoeven te noemen. Verwachte woorden: ouders, school, journaal, social media, vrienden, verkiezingen, discussie, krant, YouTube. Groepeer ze op het bord in wie of wat je beïnvloedt (ouders, school, media, vrienden) en wat je meekrijgt (meningen, waarden, gewoonten). Blok 1 geeft daar de begrippen voor, blok 2 gaat over het indelen van meningen en blok 3 over de drie traditionele stromingen. Kennis van parlementaire democratie en rechtsstaat uit maatschappijleer wordt bekend verondersteld.

Eerste schooldag op een basisschool in Amsterdam, 1986

VORMING · POLITIEKE SOCIALISATIE

Wat is politieke socialisatie?

  • Politieke socialisatie: overdracht en verwerving van de politieke cultuur van groepen en samenleving.

  • Het proces bestaat uit opvoeding, opleiding en andere vormen van omgang met anderen.

  • Politieke cultuur: politiek relevante tradities, kennis, opvattingen en oordelen.

  • Je kunt het over een land hebben, maar ook over groepen daarbinnen of over landsgrenzen heen.

Syllabus 5.1: politieke socialisatie is het proces van overdracht en verwerving van de politieke cultuur van de groep(en) en samenleving waar mensen toe behoren. Politieke cultuur is het geheel van politiek relevante tradities, kennis, opvattingen en oordelen die kenmerkend zijn voor een land, maar ook voor groepen daarbinnen en voor groepen of organisaties die landsgrenzen doorkruisen. Dit sluit aan op socialisatie in het algemeen (zie de les Socialisatie en identiteit). Veelgemaakte fout: politieke cultuur gelijkstellen aan de wetten of het kiesstelsel. Het gaat om tradities, kennis, opvattingen en oordelen. Image credit: Bart Molendijk / Anefo, Nationaal Archief / Wikimedia Commons, CC0

Een meisje kijkt op een smartphone

VORMING · POLITIEKE SOCIALISATIE

Wat beïnvloedt je politieke opvattingen?

  • Sociale omgeving: de omgeving waarin je opgroeit, zoals gezin, vrienden en buurt.

  • Onderwijs: ook de school draagt politieke cultuur over.

  • Media: wat je ziet en leest vormt je beeld van maatschappij en politiek.

  • Sociaaleconomische klasse: de klasse waartoe je behoort speelt ook mee.

Syllabus 5.1: de sociale omgeving waarin iemand opgroeit, het onderwijs dat iemand volgt, de media die iemand gebruikt en de sociaaleconomische klasse waartoe iemand behoort hebben invloed op de opvattingen over maatschappij en politiek. Laat leerlingen bij elke factor een eigen voorbeeld bedenken, bijvoorbeeld het journaal aan tafel of een schoolverkiezing. Veelgemaakte fout: denken dat alleen de ouders je politieke opvattingen bepalen. De syllabus noemt vier factoren. Image credit: Bicanski / Pixnio via Wikimedia Commons, CC0

Stemmen bij de gemeenteraadsverkiezingen in Zwolle, 1967

VORMING · POLITIEKE SOCIALISATIE

Internalisatie en het politieke systeem

  • Je past je aan de groep aan en maakt opvattingen eigen en vanzelfsprekend: internalisatie.

  • Ook het politieke systeem socialiseert: een parlementaire democratie draagt eigen waarden over.

  • Die waarden zijn belangenafweging, compromissen sluiten en samenwerking.

  • Zo vormt politieke socialisatie voorkeuren en participatiebereidheid en blijft het systeem voortbestaan.

Syllabus 5.1: mensen passen zich in meer of mindere mate aan aan het gedrag en de opvattingen die heersen in de groep. Op den duur maken zij zich die eigen en worden ze vanzelfsprekend: internalisatie. In een parlementaire democratie worden daarbij behorende waarden overgedragen: belangenafweging, compromissen sluiten en samenwerking. Politieke socialisatie zorgt voor de vorming van politieke voorkeuren, een bepaalde mate van participatiebereidheid en, bijvoorbeeld democratische, gedragspatronen, en draagt vaak bij aan het voortbestaan van het politieke systeem. Onderwijs draagt politieke cultuur over. De opvattingen over wat goed en juist is verschillen, wat kan leiden tot botsende meningen of maatschappelijke conflicten. De foto uit 1967 laat zien dat stemmen zelf ook een gewoonte is die je leert. Veelgemaakte fout: denken dat iedereen dezelfde opvattingen overneemt. Mensen passen zich in meer of mindere mate aan. Image credit: Anefo, Nationaal Archief / Wikimedia Commons, CC0

Wat is politieke cultuur?

A

Alle wetten en regels die in een land gelden

B

De manier waarop partijen campagne voeren

C

De verdeling van de zetels in het parlement

D

Het geheel van politiek relevante tradities, kennis, opvattingen en oordelen

Syllabus 5.1. Verwachte fout: politieke cultuur zien als de wetten of de uitslag van een verkiezing.

Zet op volgorde: hoe verloopt politieke socialisatie?

1

De opvattingen worden vanzelfsprekend

2

Je past je aan de opvattingen van je groep aan

3

Je maakt de opvattingen op den duur eigen

4

Je hoort thuis en op school over politiek

Syllabus 5.1: aanpassen aan de groep, op den duur eigen maken, vanzelfsprekend worden (internalisatie). Verwachte fout: eigen maken en aanpassen omwisselen.

VORMING · POLITIEKE SOCIALISATIE

Wat is een politieke ideologie?

  • Politieke ideologie: een samenhangend geheel van beginselen en denkbeelden over de meest wenselijke maatschappelijke en politieke verhoudingen.

  • Politiek vraagstuk: hoe moet de macht verdeeld worden in een samenleving?

  • Economisch vraagstuk: hoe worden productie en distributie van goederen georganiseerd?

  • Sociaal-cultureel vraagstuk: hoe groot kan en mag de vrijheid van individuen zijn?

  • Partijen maken vaak een beginselprogramma op basis van een ideologie. Sommige partijen zetten zich af tegen politiek op basis van ideologieën.

Syllabus 5.2: partijen maken vaak een beginselprogramma op basis van een politieke ideologie. Een ideologie is een samenhangend geheel van beginselen en denkbeelden, meestal uitmondend in ideeën over de meest wenselijke maatschappelijke en politieke verhoudingen. Die ideeën zijn antwoorden op politieke, economische en sociaal-culturele vraagstukken. Politieke partijen hangen verschillende ideologieën aan, maar er zijn ook partijen die zich afzetten tegen het bedrijven van politiek op basis van ideologieën. Houd het neutraal: een ideologie beschrijf je, je beoordeelt hem niet. Veelgemaakte fout: een ideologie zien als een partij of als een losse mening. Het is een samenhangend geheel.

De plenaire zaal van de Tweede Kamer in Den Haag

VORMING · POLITIEKE SOCIALISATIE

Links/rechts en progressief/conservatief

  • Meningen zijn te rangschikken op dimensies, zoals links, midden en rechts.

  • Links/rechts: links wil meer gelijkheid en overheidssturing, rechts meer ruimte voor markt en eigen keuzes.

  • Progressief/conservatief: progressief staat open voor verandering, conservatief wil tradities behouden.

  • Het zijn aparte schalen: iemand kan economisch links en cultureel conservatief zijn.

Syllabus 5.2: veel voorkomende politieke meningen kunnen gerangschikt worden naar politieke dimensies zoals links/midden/rechts, progressief/conservatief en materialisme/postmaterialisme. De syllabus geeft hier geen omschrijving, dus werk met de gangbare: links/rechts gaat in Nederland vooral over de rol van de overheid in de economie en over gelijkheid, progressief/conservatief over de houding tegenover verandering van bestaande tradities en normen. Kies bij een casus eerst de dimensie en dan de positie. Houd het neutraal: geen enkele positie is beter. Veelgemaakte fout: links gelijkstellen aan progressief en rechts aan conservatief. De dimensies staan los van elkaar. Image credit: Husky / Wikimedia Commons, CC BY 4.0

VORMING · POLITIEKE SOCIALISATIE

Materialisme en postmaterialisme

  • Materialisme: nadruk op materiële en fysieke zekerheid, zoals werk, inkomen, veiligheid en orde.

  • Postmaterialisme: nadruk op immateriële waarden, zoals zelfontplooiing, inspraak en een goed leefmilieu.

  • Het gaat om wat mensen het belangrijkst vinden, niet om hoeveel geld ze hebben.

  • Ook dit is een dimensie waarop politieke meningen te rangschikken zijn.

Syllabus 5.2 noemt materialisme/postmaterialisme als dimensie, zonder omschrijving. Gebruik de gangbare omschrijving (Inglehart): materialisten hechten aan economische en fysieke zekerheid, postmaterialisten aan zelfontplooiing, inspraak en kwaliteit van leven. Koppel het aan een casus: een standpunt over werkgelegenheid of veiligheid is materialistisch, een standpunt over inspraak of milieu postmaterialistisch. Neutraal blijven: beide gaan over waarden die mensen belangrijk vinden. Veelgemaakte fout: denken dat postmaterialisten geen geld nodig hebben, of dat materialisme hebzucht betekent.

Vul in

Een politieke ideologie geeft antwoord op politieke, economische en sociaal-culturele vraagstukken.

ideologie
sociaal-culturele
conservatieve
juridische

Syllabus 5.2: politieke, economische en sociaal-culturele vraagstukken. Verwachte fout: juridische kiezen omdat het bij politiek lijkt te passen.

Welke omschrijving past bij links op de dimensie links/rechts?

A

Meer ruimte voor markt en eigen keuzes

B

Behoud van bestaande tradities

C

Nadruk op veiligheid en orde

D

Meer gelijkheid en een sturende rol van de overheid

Verwachte fout: links verwarren met progressief, of de omschrijving van rechts kiezen.

Verkiezingsposters van verschillende partijen, Zwolle, 1967

VORMING · POLITIEKE SOCIALISATIE

Drie hoofdstromingen in Nederland

  • Het Nederlandse politieke landschap kende traditioneel drie hoofdstromingen.

  • Dat zijn confessionalisme, liberalisme en socialisme/sociaaldemocratie.

  • Elke stroming heeft van oorsprong eigen uitgangspunten.

  • Partijen kunnen een stroming aanhangen, maar een stroming is zelf geen partij.

Syllabus 5.2: het Nederlandse politieke landschap kende traditioneel drie hoofdstromingen: de confessionele, de liberale en de socialistische/sociaaldemocratische stroming. Op de foto uit 1967 hangen posters van verschillende partijen naast elkaar; vraag leerlingen welke aan een stroming doen denken zonder dat je een partij beter of slechter noemt. Historisch kwamen de stromingen terug in partijen, bijvoorbeeld de KVP, ARP en CHU (confessioneel), de VVD (liberaal) en de PvdA (sociaaldemocratisch). Veelgemaakte fout: een stroming gelijkstellen aan een partij. Image credit: Anefo, Nationaal Archief / Wikimedia Commons, CC0

VORMING · POLITIEKE SOCIALISATIE

Confessionalisme en liberalisme

  • Confessionalisme: van oorsprong christelijke waarden en samenwerking in maatschappelijke verbanden.

  • Maatschappelijke verbanden zijn bijvoorbeeld verenigingen, scholen en kerken.

  • Liberalisme: van oorsprong individuele rechten en individuele vrijheden.

  • Het individu staat centraal; de overheid beperkt zijn vrijheid zo weinig mogelijk.

Syllabus 5.2: confessionalisme met van oorsprong uitgangspunten als christelijke waarden en samenwerking in maatschappelijke verbanden zoals verenigingen, scholen en kerken; liberalisme met van oorsprong uitgangspunten als individuele rechten en individuele vrijheden. Beschrijf neutraal: het zijn uitgangspunten, geen oordelen. Het woord van oorsprong is belangrijk: partijen en opvattingen veranderen. Veelgemaakte fout: confessionalisme gelijkstellen aan gelovig zijn, of liberalisme aan rechts. Het gaat om uitgangspunten, niet om de persoon of de dimensie.

VORMING · POLITIEKE SOCIALISATIE

Socialisme en sociaaldemocratie

  • Socialisme/sociaaldemocratie: van oorsprong gelijk(waardig)heid en een sturende rol van de overheid om die te realiseren.

  • De overheid grijpt dus actief in om verschillen tussen mensen kleiner te maken.

  • De drie stromingen geven verschillende antwoorden op dezelfde vragen over macht, economie en vrijheid.

  • Welk antwoord je het beste vindt, is een politieke keuze. Examenvragen vragen alleen om herkennen.

Syllabus 5.2: socialisme/sociaaldemocratie met van oorsprong uitgangspunten als gelijk(waardig)heid en een sturende rol van de overheid om dit te kunnen realiseren. Vergelijk de drie stromingen in een tabel op het bord: waarden, rol van de overheid, voorbeelden van verbanden. Houd het evenwichtig en vraag leerlingen niet om hun eigen voorkeur. Veelgemaakte fout: denken dat de stromingen elkaar volledig uitsluiten. In de praktijk werken partijen samen en mengen ze uitgangspunten, maar voor het examen herken je het van oorsprong.

Welk uitgangspunt hoort van oorsprong bij het confessionalisme?

A

Individuele rechten en individuele vrijheden

B

Christelijke waarden en samenwerking in verbanden

C

Gelijkwaardigheid en een sturende overheid

D

Zelfontplooiing en inspraak van burgers

Syllabus 5.2. Verwachte fout: individuele vrijheid kiezen (liberalisme) of zelfontplooiing (postmaterialisme).

Noem één traditionele Nederlandse hoofdstroming.

Goed antwoord: confessionalisme, liberalisme of socialisme/sociaaldemocratie. Verwachte fout: een partij noemen in plaats van een stroming.

Wat vond je vandaag het lastigst?

1

Politieke socialisatie en internalisatie

2

De drie dimensies

3

Materialisme en postmaterialisme

4

De drie hoofdstromingen

Gebruik de uitslag om les 2 te starten: begin bij het onderdeel dat de meeste stemmen krijgt.

Noem een politieke socialisator in jouw leven.

Goed antwoord: ouders, school, vrienden, media of een sociale omgeving zoals een sportclub, bij voorkeur met wat je ervan leert, zoals discussiëren of stemmen. Leerlingen hoeven geen partijvoorkeur te noemen. Verwachte fout: een partij noemen in plaats van een socialisator.

VORMING · POLITIEKE SOCIALISATIE

Begrippen (1/2)

  • politieke socialisatie: overdracht en verwerving van de politieke cultuur van groepen en samenleving

  • politieke cultuur: het geheel van politiek relevante tradities, kennis, opvattingen en oordelen

  • internalisatie: opvattingen zo eigen maken dat ze vanzelfsprekend worden

  • politieke ideologie: samenhangend geheel van beginselen over wenselijke maatschappelijke en politieke verhoudingen

  • links/rechts: dimensie: meer gelijkheid en overheidssturing tegenover meer ruimte voor markt en eigen keuzes

This item has no instructions

VORMING · POLITIEKE SOCIALISATIE

Begrippen (2/2)

  • progressief/conservatief: dimensie: open voor verandering tegenover behoud van tradities

  • materialisme/postmaterialisme: dimensie: zekerheid en veiligheid tegenover zelfontplooiing en inspraak

  • confessionalisme: stroming met van oorsprong christelijke waarden en samenwerking in verbanden

  • liberalisme: stroming met van oorsprong individuele rechten en vrijheden

  • socialisme/sociaaldemocratie: stroming met van oorsprong gelijkwaardigheid en een sturende overheid

This item has no instructions